Geweldspiraal in Sint Petersburg
Russische skinheads moorden
"De geboortedag van Adolf Hitler zal door skinheads worden aangegrepen om acties tegen buitenlanders te ondernemen," zo waarschuwde het Russische Ministerie van Binnenlandse Zaken in april van dit jaar. Ook president Putin sprak in diezelfde periode zijn verontrusting uit over de populariteit van extreemrechtse ideeën onder vooral jongeren.
Door Bas van der Plas/INSUDOK*
Het bleef echter tamelijk rustig op die bewuste dag in april. Pas op 13 september
komen de skinheads opnieuw in het nieuws. Op die dag wordt in Sint Petersburg
de 53-jarige Magomed Magomedov, een Azerbeidjaanse verkoper van watermeloenen,
vermoord. 13 september 2002 werd de laatste dag van zijn leven, om de enige
reden dat hij niet van Russische afkomst was. Maar zo'n reden zorgt al niet
meer voor enige verbazing in Sint Petersburg. Skinheads voelen zich in de 'culturele
hoofdstad van de Russische Federatie' op hun gemak en zelfverzekerd. Zij krijgen
niet de schuld van de moord, want de politie verklaart in eerste instantie dat
zij meent dat het om voetbalfanaten gaat, of dat de misdaad het gevolg was van
een ruzie. Maar de ontknoping was uiteindelijk een geheel andere.
Ongeveer twintig skinheads waren medeplichtig aan de moord op de onfortuinlijke
verkoper van watermeloenen. Getuigen van het drama bevestigen dat voorafgaand
aan de aanval de skinheads zich in formatie opstelden en naar de marktkraam
van Magomedov marcheerden. Zij hadden metalen staven bij zich, hun geliefde
wapens, waarmee zij Magomedov neersloegen. Ook werd hij enkele malen met messen
gestoken. Ooggetuigen meldden zich bij de politie, maar op het moment dat die
arriveerde was Magomedov al dood en hadden de skinheads de plaats van de misdaad
verlaten.
Het meest sinistere detail van de misdaad was dat een van de skinheads de hele
'actie' had vastgelegd met een videocamera. Een duidelijke parallel met de jaren
30 van de vorige eeuw, toen de Duitse fascisten hun gewelddaden en pogroms al
op film vastlegden 'voor de historie'. Het hele gebeuren vond plaats op de late
vrijdagavond. En reeds op zaterdagochtend verklaarden medewerkers van de politie
als de oorzaak van het gebeurde "dood na ruzie", maar in het onderzoek
zouden ook "andere mogelijke redenen" nog bekeken worden. Al snel
kwam er ook een reactie uit Moskou van de dienst informatie en maatschappelijke
contacten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Die meldde dat "de
geruchten over video-opnamen van de moord en extremistische marsen niet overeenkomen
met de werkelijkheid". Uit de politieverklaringen ontstaat het volgende
beeld: wanneer bepaalde mensen aan komen marcheren, een mens doodslaan en dat
alles op video vastleggen, dan gaat het om een gebruikelijke ruzie. En wat de
videocamera betreft: uit een willekeurig venster van het Moskouse ministerie
is beter te zien dat er geen camera was dan uit het raam van iemand die tegenover
de plaats van het misdrijf woont.
"kwajongens"
De volgende dagen bleven politie en ministerie volharden in hun lezing van het
gebeuren. Op de late zaterdagavond echter werd een andere Azerbeidjaan in dezelfde
wijk het slachtoffer van skinheads. Hij werd op straat aangevallen door een
aantal jongens met bivakmutsen op. De man poogde te ontkomen aan zijn belagers,
maar hij werd ingehaald en afgeranseld en uiteindelijk sneden ze hem met een
scheermes in de handen en de borst en gaven hem het bevel aan zijn landgenoten
door te geven 'om uit Sint Petersburg te vertrekken voor het te laat is'.
En hoe reageerde de politie hierop? Vladimir Krets, chef van de politie in het
district waar de skinheads huishielden, verklaarde dat het hier enkel ging om
'het optreden van kwajongens'. Maar vervolgens gaf hij aarzelend toe dat het
ook weleens 'een doelgerichte actie' zou kunnen zijn.
Op vrijdag en zaterdag verzamelden zich op de plaats van de misdaden tientallen
landgenoten van de slachtoffers. Zij beklaagden zich over het gebrek aan optreden
van de politie, probeerden zelf de skinheads op te sporen in de omgeving en
verklaarden uiteindelijk dat zij zich het recht voorhielden van zelfverdediging.
Om 'preventieve redenen' was ook de Russische oproerpolitie OMON ter plekke,
want kennelijk was men bang dat de Azerbeidjaanse gemeenschap in Sint Petersburg
voor eigen rechter zou gaan spelen. Maar de vertegenwoordiger van de Azerbeidjaanse
diaspora, de consul van Azerbeidjan in Sint Petersburg Gudsi Osmanov, vroeg
zijn landgenoten hun emoties te beheersen en af te wachten tot maandag, wanneer
de hartstocht wat verminderd zou zijn, om verstandige besluiten te nemen.
energieverspilling
Volgens gegevens van het Antifascistisch Centrum in Moskou zijn er in Sint Petersburg
ongeveer 5.000 skinheads. Op hun rekening staan al enkele moorden. In februari
1999 werd een Afrikaanse student medicijnen vermoord wegens zijn donkere huidskleur.
En de uit de Kaukasus afkomstige Juri Aridov werd in december 2000 de keel doorgesneden
door Andrej Maksimov, lid van de skinheadgroep Totenkopf. Voor de rechtbank
werd deze zaak afgedaan als "moord door een kwajongen". En in februari
2002 was er een pogrom gericht tegen mensen van Kaukasische herkomst in het
uiterste noorden van de stad, waarbij ongeveer 200 deelnemers alles vernielden
wat maar te vernielen was: auto's, winkelruiten, marktkramen. Toen was de politie
ook niet geneigd te verklaren dat 'nationalistische motieven' een aanleiding
waren. Nee, het was de schuld van jongeren die "hun energie verspilden
in vechtpartijen". De politie wil de kern van de zaak maar niet erkennen:
in Sint Petersburg bloeit het fascisme. Maar waarom zou zij bang moeten zijn
dat toe te geven? Een grote rol speelt het feit dat er nog nergens in Rusland
gesproken is over de serieuze gevaren die uitgaan van extremistische groeperingen.
En het gevolg is de algemene opvatting bij de politie: er zijn nergens fascisten,
dus waarom zouden ze wel in Sint Petersburg moeten zijn?
Maar er zijn mogelijk ook andere oorzaken. De skinheads zelf hebben zich vaak
uitgelaten over het feit dat de politie zich tegenover hen met begrip opstelt
omdat de kaalhoofdigen de wetshandhavers op een bepaalde manier helpen te strijden
met de 'zwarten'. En onlangs nog schreef een van de Petersburgse kranten dat
een van de 'skins', verdacht van de beestachtige aftuiging van een 'niet-Arische'
15-jarige jongen, de zoon is van een kolonel van de politie.
bewijzen
Maar deze keer liep alles anders af. Sterker nog: gebeurde er iets ongelooflijks.
Deze zaak werd het eerste grote succes voor de sinds twee maanden als hoofd
van de Petersburgse politie functionerende Michail Vanitsjkin en zijn staf.
Pas op maandag erkende de leiding van de politie in het Petersburgse district
waar de misdaden waren gepleegd dat er 'een mogelijke andere versie' was: de
overval op de burger van Azerbeidjan was een geplande actie, uitgevoerd door
een groep vertegenwoordigers van een neofascistische organisatie. Voor het onderzoek
naar de misdaden werd er een operatieve groep samengesteld met vertegenwoordigers
van justitie en politie. In de buurt van de plaats des onheils werden zo'n 150
jongeren aan de tand gevoeld. Hieruit kwam een aantal verdachten voort en verrichtte
de politie al snel 15 arrestaties. Uit de eerste verhoren van de arrestanten
kwam naar voren dat de jongeren zelf niet ontkennen dat zij lid zijn van de
'skinheads'. De meerderheid van de arrestanten woonde in de wijk waar de overvallen
waren gepleegd. Ook bleek dat enkelen van hen reeds eerder waren opgepakt door
de politie wegens geweld tegen buitenlanders, in het bijzonder tegen de van
Kaukasische afkomst zijnde buurtbewoonster Sudana, die eerder dit jaar werd
afgeranseld.
En spoedig daarna werd ook het belangrijkste bewijs van betrokkenheid van deze
jongeren bij de misdaad gevonden: de videocassette met opnamen van de mishandeling
en moord op de Azerbeidjaanse verkoper van watermeloenen. Samen met de videocamera
werd de tape ontdekt tijdens huiszoekingen in de woningen van de jongeren, waar
ook nog extreemrechtse pamfletten, cassettes met Nazimuziek, afbeeldingen met
hakenkruizen en fascistische lectuur werd aangetroffen
Op 16 september had Gudsi Osmanov, samen met andere vertegenwoordigers van de
Azerbeidjaanse gemeenschap in Sint Petersburg, een gesprek met politiechef Michail
Vanitsjkin, hoofd van de recherche Aleksandr Smirnov en de chef voor maatschappelijke
veiligheid Nikolaj Fjodorov. Osmanov toonde zich tevreden met de resultaten
van het politiewerk.
De politie in Sint Petersburg heeft bekendgemaakt dat er nu gewerkt wordt aan
de aanpak van extremistische organisaties. Men kan zich afvragen waarom dat
niet eerder is gebeurd. Een beestachtige moord was ervoor nodig om bij de autoriteiten
het besef te doen ontstaan dat er niet zomaar sprake is van 'gedrag van kwajongens',
maar van een georganiseerde extreemrechtse geweldspiraal.
Dit artikel kwam tot stand met medewerking van het Antifascistisch Centrum
in Moskou. Zie voor meer informatie ook de (helaas) nog steeds aktuele brochure
'Rechts in Rusland', verschenen bij uitg. Papieren Tijger, Breda.
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 372, 11 oktober 2002