De moord op Ignace Reiss
een reconstructie

door Bas van der Plas

De moord in 1937 op de illegale resident van de buitenlandse afdeling van de Sovjet inlichtingendienst NKVD Poretskij was aan het einde van de dertiger jaren het onderwerp van ruime aandacht in de pers.

En niet alleen de 'burgerlijke' pers besteedde veel aandacht aan deze spectaculaire moord. Henk Sneevliet, leider van de Revolutionair-Socialistische Arbeiderspartij had persoonlijke contacten met Poretskij en schreef artikelen over de moord en de Stalinterreur in bladen als De Rode October en De Nieuwe Fakkel. Sinds deze publikaties is er veel tijd verstreken, maar de belangstelling voor de zaak-Poretskij is nog levend.
Na het ineenstorten van de Sovjet-Unie aan het einde van 1991 zijn archieven toegankelijk geworden en kwamen veel documenten boven tafel die eerder nog geheim waren. De zaak-Poretskij kan daardoor in een nieuw licht worden geplaatst.

De echte naam van de persoon die bekend werd als Ignatij Stanislavovitsj Poretskij ('Ludwig') is Natan Markovitsj Reiss. Hij werd in een kleinburgerlijk joods gezin geboren op 1 januari 1899 in het Galicische stadje Podvolotsjisk, gelegen op de grens van het Russische Rijk (Oekraïne) en Oostenrijk-Hongarije. Tijdens zijn studie aan het gymnasium in Lvov wordt hij aangetrokken door de ideeën van het socialisme en na toelating tot de juridische faculteit van de Universiteit van Wenen wijdt hij definitief zijn lot aan de communistische beweging. In 1919 wordt hij lid van de Communistische Arbeiderspartij van Polen en Reiss werkt als verbindingsman in het zuidoostelijke bureau van de Komintern en in de Communistische Partij van Oost-Galicië. In 1920 doet hij illegaal werk in Polen, bedrijft agitatie onder Poolse soldaten en organiseert sabotageactiviteiten. Spoedig wordt hij evenwel gearresteerd en tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Berlijn en Wenen

In 1921 wordt Reiss op borgtocht vrijgelaten en arriveert in Moskou, waar hij samen met zijn jeugdvriend Walter Krivitskij wordt aangesteld voor werk in de inlichtingendienst van het Rode Leger van Arbeiders en Boeren (RKKA). Vanaf het eind van 1921 werkt hij opnieuw in Polen, maar wordt in 1923 naar Berlijn gestuurd om een gewapende opstand voor te bereiden. In Berlijn wordt Reiss ingeschakeld in het werk van het militaire apparaat van de Kommunistische Partei Deutschlands (KPD) in de onderdelen die onder leiding staan van Sovjetinstructeurs. Na het mislukken van de Novemberopstand wordt Reiss in 1925 overgeplaatst naar de Weense residentie van de Sovjet militaire inlichtingendienst GROe, die onder leiding staat van de resident A.V. Jemeljanov. In Wenen neemt Reiss deel aan een reeks tamelijk delicate zaken die verband houden met de lokalisatie van een aantal mislukkingen op inlichtingengebied. Ook was hij ongetwijfeld betrokken bij de moord in 1925 op Jaroslavskij, pseudoniem van Vladimir Nesterovitsj, een van de eerste niet uit het buitenland terugkerende Sovjetagenten.
De activiteiten van Reiss in Duitsland en Oostenrijk worden hoog gewaardeerd door de leiding van de GROe. Wanneer hij in 1927 in Moskou arriveert wordt hij in rang verhoogd en krijgt de in die tijd voor werkers in de inlichtingendiensten uiterst zeldzame Orde van het Rode Vaandel. In diezelfde tijd wordt hij ook lid van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie (CPSU).

Praag en Den Haag

Na enige tijd wordt Reiss opnieuw op een buitenlandse expeditie gestuurd. Hij verblijft enkele maanden in Tsjechoslowakije, waar hij legendarisch werd door het op orde brengen van het werk van het militaire apparaat van de Tsjechische Communistische Partij en het opzetten van groepen informanten in wapenfabrieken. Dan reist hij door naar Nederland om hier de illegale resident van de GROe Max Maksimov ('Friedman') te vervangen. Het werk in Nederland wordt door de GROe als buitengewoon belangrijk beschouwd. Juist hoofdzakelijk vanuit Nederland vindt het inlichtingenwerk tegen Groot-Brittannië plaats, welk land in 1927 de diplomatieke betrekkingen met de Sovjet-Unie had verbroken.
Het grootste succes van Reiss in zijn Nederlandse periode is het als medewerker aantrekken van de communist Henri Pieck, tweelingbroer van tekenaar Anton Pieck (zie ondermeer Igor Cornelissen's boek 'De GPOe op de Overtoom'). Henri ('Han') Pieck zou een van de beste agentenwervers worden. Het was Pieck die in 1935 kapitein John Herbert King kon werven, in dienst bij het Britse ministerie van buitenlandse zaken als codeur.

De laatste expeditie

Eind 1929 gaat Reiss terug naar Moskou en werkt daar enige tijd als hoofd van de archiefafdeling van de GROe. Ook doceert hij aan de militaire school voor Poolse communisten. Maar in 1931 stapt Reiss, als een van de meest professionele inlichtingenwerkers, samen met een grote groep militaire inlichtingenmensen over van het werk in de GROe naar de buitenlandse afdeling van de OGPOe, voorloper van de roemruchte KGB. Samen met Reiss maakt ook zijn vriend Krivitskij de overstap van GROe naar OGPOe. Dit alles heeft te maken met de versterking van de rol van de OGPOe in het Sovjet inlichtingensysteem en met het feit dat in de organen van de Staatsveiligheidsdienst steeds werd gezocht naar een oplossing voor het gebrek aan hooggekwalificeerd kader.
In hetzelfde jaar 1931 gaat Reiss op zijn laatste buitenlandse expeditie op het paspoort van een Tsjechisch burger, de zakenman Hans Eberhardt. Aanvankelijk vestigt hij zich in Berlijn, maar verhuist na het aan de macht komen van Hitler naar Parijs, waar hij zich samen met andere illegale residenten als B. Bazarov, F. Parparov, V. Zarubin en T. Mall bezighoudt met het verzamelen van inlichtingen over de plannen van het nationaal-socialistische Duitsland. Hun informatie krijgen zij van bronnen bij de Generale Staf, de geheime diensten en de Kanselarij van het Derde Rijk en in Zwitserland via de Volkenbond.
Eind 1936 ontvangt Reiss informatie over het begin van onderhandelingen tussen de handelsvertegenwoordiger van de Sovjet-Unie in Duitsland, D. Kandellaki, en de Duitse economisch regeringsadviseur J. Schacht. De gesprekken vinden plaats op initiatief van Stalin. In januari 1937 verneemt Reiss dat er wordt onderhandeld over de uitwerking van een project rond een Sovjet-Duits akkoord.

Niet naar Moskou

Het is voor Reiss geen geheim dat er intussen in Moskou oude Bolsjewieken worden gearresteerd, alsmede in de Sovjet-Unie verblijvende leden van buitenlandse communistische partijen, en dat de nieuwe leiding van het Ministerie van Binnenlandse Zaken (NKVD), met aan het hoofd Nikolai Jezjov, de oude kaders van de OGPOe vervangt en dat de 'zuivering' van de residenten in het buitenland is begonnen. Onder verschillende voorwendsels worden de residenten en inlichtingenmedewerkers naar de Sovjet-Unie teruggeroepen om daar spoorloos te verdwijnen. Ook Reiss wordt herhaaldelijk voorgesteld naar Moskou te komen om hem te kunnen benoemen tot resident in de Verenigde Staten.
Wanneer in februari 1937 Elizabet, de vrouw van Reiss, uit de Sovjet-Unie terugkeert en waarschuwingen van vrienden overbrengt om in geen geval naar Moskou terug te keren, besluit Reiss dat zijn breuk met het Stalinistische regime onvermijdelijk is.
In mei 1937, na de aankomst van Krivitskij uit Moskou die in het begin van het jaar daarheen was teruggeroepen, neemt Reiss de definitieve beslissing. Op 17 juli 1937 geeft hij via Lidia Grozovskaja, de vrouw van zijn verbindingsman, een pakketje voor verzending naar de Sovjet-Unie. In het pakketje bevinden zich identiteitsbewijzen van leden van de Poolse Communistische Partij en een brief, gericht aan het Centraal Comité van de CPSU.

Brief van Reiss

De brief van Reiss aan het Centraal Comité heeft de volgende inhoud:
"Deze brief die ik u thans schrijf had ik veel eerder moeten schrijven, namelijk op de dag toen de 'zestien' werden geëxecuteerd in de kelder van de Loebjanka, op bevel van de 'vader der volkeren'. Toen zweeg ik. Ik deed mijn mond ook niet open om te protesteren tijdens de volgende moorden, en dat zwijgen drukt zwaar op mijn verantwoordelijkheid. Mijn schuld is groot, maar ik probeer haar te verkleinen, zodat mijn geweten minder zwaar wordt.
Tot nu toe ging ik samen met u. Maar verder zet ik geen enkele stap meer naast u. Onze wegen gaan uiteen! Hij die vandaag zwijgt is de medeplichtige van Stalin en verraadt de zaak van de arbeidersklasse en het socialisme!
Ik vocht voor het socialisme sinds ik twintig was. Nu, op de drempel van mijn veertigste levensjaar, wens ik niet langer te leven onder de gunsten van mensen zoals Jezjov. Ik heb 16 jaar ondergrondse activiteiten achter de rug. Dat is niet weinig, maar ik heb nog voldoende kracht om opnieuw te beginnen. Omdat het 'opnieuw te beginnen' juist de redding van het socialisme betekent. De strijd begon reeds lang geleden. Ik wil daarin mijn plaats innemen.
Het lawaai dat opstijgt rondom piloten naar de Noordpool wordt overstemd door de kreten en het gekreun van de gefolterde slachtoffers in de Loebjanka, in Svobodny, in Minsk, Kiev, Leningrad, Tbilisi. Deze inspanningen zijn nutteloos. Het begrip waarheid is sterker dan het lawaai van de krachtigste motoren.
Ja, de recordhouders van de luchtvaart raken de harten van oude Amerikaanse dames en jongeren van alle continenten; vervoerd raken door sport is veel makkelijker dan het verkrijgen van sympathie in de publieke opinie en de verontrusting van het bewustzijn van de wereld! Maar de rekening die komt laat zich niet bedriegen: de waarheid baant zich een weg, de dag van de waarheid is nabij, veel dichterbij dan de heren van het Kremlin denken. Dichtbij is de dag dat het internationaal socialisme de misdaden veroordeelt die de laatste tien jaar zijn begaan. Niets zal worden vergeten, niets zal worden vergeven. De geschiedenis is streng: 'de geniale leider, de vader der volkeren, de zon van het socialisme' is verantwoordelijk voor zijn daden: de nederlaag van de Chinese revolutie, de nederlaag van het Duitse proletariaat, het sociaal-fascisme en het Volksfront, de openhartigheid van mister Howard, de tedere flirts met Laval; een geniale vriend!
Dit proces zal voor het publiek geopend zijn, met getuigen, met een groot aantal getuigen, levende of dode: zij allen zullen nog een keer spreken, maar dit keer zullen zij de waarheid zeggen, de hele waarheid. Zij zullen allen voor de rechter staan, deze onschuldig vermoordden en veroordeelden, en de internationale arbeidersbeweging zal hen allen rehabiliteren, deze Kamenevs en Mratskovski's, deze Smirnovs en Muralovs, deze Drobnis en Serebrjakovs, deze Mdivani en Okudzjava, Rakovski en Andres Nin, al deze spionnen en provocateurs, agenten van de Gestapo en saboteurs!
Opdat de Sovjet-Unie en de hele internationale arbeidersbeweging niet definitief sterven onder de slagen van de contrarevolutie en het fascisme moet de arbeidersbeweging zich bevrijden van Stalin en het stalinisme. Dit, het slechtste mengsel van de opportunistische beweging -opportunisme zonder principes, bloed en leugens-, dreigt de hele wereld te vergiftigen en de restanten van de arbeidersbeweging te vernietigen.
Bestrijdt meedogenloos het stalinisme!
Nee tegen het Volksfront, ja voor de Klassenstrijd! Nee tegen de comités, ja voor ingrijpen van het proletariaat opdat de Spaanse revolutie wordt gered! Dergelijke taken staan op de agenda!
Weg met de leugen over 'het socialisme in één land'! Trouw aan het internationalisme van Lenin!
Noch de Tweede, noch de Derde Internationale zijn in staat deze historische missie uit te voeren: zij zijn versplinterd en gecorrumpeerd, zij kunnen de arbeidersklasse slechts hinderen, zij zijn slechts de hulpjes van de burgerlijke politie. Dit is de ironie van het lot: vroeger bracht de bourgeoisie Kavenjakov en Galif, Trepov en Vrangel uit haar rijen voort. Vandaag spelen onder de 'befaamde' leiding van beide Internationales juist de proletariërs zelf de rol van beulen van feitelijke kameraden. De bourgeoisie kan zich rustig met haar zaken bezighouden: overal heerst 'rust en orde'; er zij nog een Noske en een Jezjov, een Negrin en een Diaz. Stalin is hun leider, Feuchtwanger hun Homerus!
Nee, ik kan niet meer. Ik keer terug naar de vrijheid. Ik keer terug naar Lenin, naar zijn leer en zijn activiteiten.
Ik ben bereid om mijn bescheiden krachten te wijden aan de zaak van Lenin, ik wil strijden, want onze overwinning -de zege van de proletarische revolutie- bevrijdt de mensheid van het kapitalisme en de Sovjet-Unie van het stalinisme.
Voorwaarts, naar de nieuwe strijd voor het socialisme en de proletarische revolutie! Voor de schepping van de IVe Internationale!
Ludwig, 17 juli 1937.
P.S. In 1928 werd ik onderscheiden met de Orde van het Rode Vaandel wegens verdiensten voor de proletarische revolutie. Ik retourneer u deze orde samen met deze brief. Het zou walgelijk zijn om haar wegens mijn verdiensten in deze tijd te dragen, zoals zij wordt gedragen door de beulen van de beste vertegenwoordigers van de Russische arbeidersklasse. (De 'Izvestija' publiceerde de laatste twee weken lijsten van recentelijk gedecoreerden, maar over de verdiensten zweeg zij beschamend: dit waren uitvoerders van executies)."

(Brief gepubliceerd in Poretskij, E.: Geheim agent van Dzjerzjinski. Moskou 1996).

Naar Zwitserland

Met de verzending van het pakje rekent Reiss erop dat het pas in Moskou zal worden geopend. De brief wordt echter al in Parijs gelezen en spoedig arriveert Sjpigelglaz in Frankrijk, de plaatsvervangend chef van de buitenlandse afdeling van de OGPOe, met medewerkers van een speciale groep van de NKVD die de opdracht heeft om degenen die in het buitenland de dienst verlieten te 'verwijderen', wanneer tegen hen in Moskou een doodvonnis was uitgesproken.
De eerste poging om Reiss gevangen te nemen of te liquideren mislukt. Met het doel Reiss in een val te lokken ontbiedt Sjpigelglaz Krivitskij uit Nederland en stelt hem een ontmoeting voor bij een Parijse tentoonstelling in Vincennes, waar hij ook de brief van Reiss toont. Krivitskij, die niet van plan is Reiss te verraden, kan zijn vriend tijdig waarschuwen voor het dreigende gevaar. Reiss duikt onder in Zwitserland en neemt het geld mee dat hij tot zijn beschikking heeft voor operatieve doeleinden. Dan begint Sjpigelglaz een speurtocht naar de illegale medewerkers van Reiss en de agenten van de buitenlandse afdeling van de OGPOe in Frankrijk, die werken onder de dekmantel van de Russische emigrantenorganisatie 'Unie voor Terugkeer naar het Vaderland' (SVR). Aan de speurtocht wordt deelgenomen door Sergej Efron (man van de bekende Russische dichteres Marina Tsvetaeva), Nikolaj Klepinin, Vadim Kondratjev, Vera Gutskova-Trail. Uiteindelijk sporen zij ook Reiss op met de hulp van Renate Steiner, een geboren Zwitserse die sinds 1936 agente van de NKVD is en de achtervolgster van Trotzki's zoon Lev Sedov.

Martini en Rossi

Steiner lokt Reiss in de val die is opgezet door Sjpigelglaz en Gertrud Schildbach, een joodse communiste die het Naziregime was ontvlucht, bevriend met het gezin van Reiss en door Reiss zelf aangeworven voor het werk in de Sovjet inlichtingendienst. Schildbach schrijft Reiss een brief, waarin zij laat weten dat zij dringend zijn raad nodig heeft. Ze ontmoet Reiss en zijn vrouw in een café in Lausanne. Schildbach voert evenwel niet alle instructies van Sjpigelglaz uit. Zo verzuimt zij aan Elizabet een doos chocolade te overhandigen die is vergiftigd met strychnine, en later door de Zwitserse politie wordt gevonden.
Op 4 september 1937 kan zij Reiss evenwel meelokken naar een stille weg, waar hij wordt neergeschoten door medewerkers van de NKVD, uit later onderzoek bekend geworden als François Rossi (of Rolland Abbia) en Charles Martini. Op het allerlaatste moment begreep Reiss vermoedelijk dat hij in de val was gelokt. Toen de politie zijn lichaam vond, zat in zijn vuist een lok grijs haar van Schildbach geklemd.
Deze officiële versie preciseert Pavel Sudoplatov in zijn boek 'Razvedka i Kremlj', Moskou 1997):
"Reiss had een tamelijk wanordelijke manier van leven, en het agentennetwerk van Sjpigelglaz in Parijs spoorde hem heel spoedig op. De liquidatie werd uitgevoerd door twee agenten: de Bulgaar (illegaal van de NKVD) Boris Afanasev en zijn zwager Viktor Pravdin. Zij vonden hem in Zwitserland en zaten met hem aan een tafeltje in een klein restaurant in een buitenwijk van Lausanne. Reiss dronk met plezier met de twee Bulgaren, die zich uitgaven voor zakenlieden. Afanasev en Pravdin deden alsof zij ruzie kregen met Reiss, duwden hem uit het restaurant en in een auto, die hen wegvoerde. Op drie mijl van deze plek schoten zij Reiss neer, zijn lichaam achterlatend in de berm langs de weg.
Ik ontving Afanasev en Pravdin in een rendezvous-woning in Moskou, waarheen zij na het uitvoeren van hun taak terugkeerden. Samen met hen kwam ook Sjpigelglaz die hen begeleidde. Afanasev en Pravdin werden onderscheiden met de Orde van het Rode Vaandel. En volgens een speciaal regeringsbesluit kreeg de moeder van Pravdin, die in Parijs woonde, een pensioen."
De verschillen tussen de officiële versie en de beweringen van Sudoplatov laten zich gemakkelijk verklaren wanneer men aanneemt dat François Rossi en Viktor Pravdin, en ook Charles Martini en Boris Afanasev, een en dezelfde persoon zijn.
Op 10 november 1937 legt de chef van de buitenlandse afdeling van de NKVD Slutzky aan Jezjov een rapport voor met een verzoekschrift over het onderscheiden van medewerkers van de inlichtingendienst die met succes hun taken hebben uitgevoerd in de zaken 'Rajmond' (I. Reiss) en 'Deda' (het hoofd van de Russische 'witte' emigranten, generaal Miller, ontvoerd in Parijs en weggebracht naar het stoomschip 'Marija Uljanova', vertrokken uit Le Havre op 22 september 1937). Voorgesteld voor onderscheiding worden: Leninorde: S.M. Sjpigelglaz; Orde van het Rode Vaandel: V.S. Pravdin, M.V. Grigorjev, N.G. Kosenko, V.S. Grazjul, B.M. Afanasev, A.L. Dolgorukov; Orde van de Rode Ster: M.S. Arsenev.
Jezjov schrijft eigenhandig in het voorstel om ook Sudoplatov en Zaburin te decoreren met de Orde van het Rode Vaandel en op 13 november 1937 komt het besluit tot onderscheiding van de geheime dienstmedewerkers wegens 'zelfopofferende en succesvolle uitvoering van speciale taken van de regering van de Sovjet-Unie'.

Jacht op de daders

In Lausanne begint de Zwitserse politie, na de ontdekking van het lichaam van Reiss, met een onderzoek naar de feiten rond de moord. De medewerkers van de politie besteden geen aandacht aan de door de NKVD ingebrachte anonieme brief, waarin wordt meegedeeld dat de moord is uitgevoerd door internationale wapensmokkelaars. Na ondervraging van Renate Steiner wordt de identiteit van de daders vastgesteld en de motieven voor de misdaad: een politieke moord.
Aan de zaak wordt ook deelgenomen door de Franse recherche en hier neemt het onderzoek een andere wending. Op 22 november 1937 laat de commissaris van de recherche van de Sécurité Nationale Papin Robert huiszoeking doen in een woning aan de Rue Potain 65 in Parijs. Hier woont de vroegere witte officier Sergej Efron en zijn vrouw Marina Tsvetaeva, de grote Russische dichteres. Documenten die tijdens de huiszoeking in beslag worden genomen getuigen er onbetwistbaar van dat de bewoner van het huis medewerker is van de geheime diensten van de Sovjet-Unie. Er worden ook onweerlegbare bewijzen aangetroffen tegen de Russische emigrant Vadim Kondratjev, werkzaam als broodbezorger, taxichauffeur, hulpje in een drukkerij en daarna onverwacht rijk geworden. Op verzoek van de officiële Zwitserse organen in Parijs wordt ook Lidia Grozovskaja gearresteerd, medewerkster van de Sovjetambassade in Parijs, die de laatste brief van Reiss had doorgegeven. Ook wordt een zekere Pierre Dulomme opgepakt, die samen met Steiner Reiss had bespied. Hij brengt 12 maanden in voorlopige hechtenis door wegens 'vrijwillige medeplichtigheid in een crimineel genootschap'. Het resultaat van dit werk van de Franse recherche is de ineenstorting van de mantelorganisatie SVR.
De hoofdorganisatoren van de moord op Reiss blijven evenwel verborgen. Het lot beschikt verschillend over hen. De belangrijkste van hen, Sergej Michailovitsj Sjpigelglaz, keert na de ontvoering van generaal Miller in Parijs naar Moskou terug en wordt benoemd in de leiding van de NKVD. Hij wordt echter reeds in 1939 gearresteerd op beschuldiging van spionage voor Duitsland en geëxecuteerd. Sergej Efron, Klepinin en Kondratjev vluchten na de moord op Reiss naar Spanje, vanwaar zij naar de Sovjet-Unie reizen. Spoedig na zijn aankomst sterft Kondratjev aan tuberculose, Efron en Klepinin worden als spionnen gearresteerd en geëxecuteerd.

Stalin's woede

De voornaamste vraag in de zaak-Reiss is waarom men zich juist van hem zo snel wilde ontdoen. Er waren immers ook andere overlopers, die in het openbaar dreigden met onthullingen over het Sovjetregime. Velen daarvan stierven een natuurlijke dood. Naar de mening van de historicus Nikita Petrov staat de haastige moord op Reiss in verband met het feit dat hij wist van de geheime onderhandelingen van de vroegere secretaris van het Uitvoerend Comité van de Sovjet-Unie, A. Emukidze, met de Duitsers: in 1929 met de minister van buitenlandse zaken Stresemann, in 1932 met de minister van oorlog Schleicher en tenslotte in 1934 met Hitler's plaatsvervanger in de partij, Hess. Als men de dagboeknotities mag geloven van Litvinov (minister van buitenlandse zaken onder Stalin), in de jaren 50 in het Westen uitgegeven, dan zou Stalin aan Litvinov tijdens een zitting van het Politburo hebben gevraagd of buitenlanders wisten van de geheime onderhandelingen met de Duitsers. Hij drong erop aan dat het nodig was te voorkomen dat informatie zou uitlekken. Wetende dat materiaal over de onderhandelingen zich bij Reiss bevond, schreeuwde Stalin naar Jezjov: 'Vermoord hem, of ik vermoord degenen die mijn bevelen niet uitvoeren!' Het spreekt vanzelf dat Reiss na deze woorden geen kans had om te overleven. (Geciteerd in N.Petrov: De moord op Ignatij Reiss. Moskovskije Novosti nr. 63-1995).