De moord op Ignace Reiss
een reconstructie
door Bas van der Plas
De moord in 1937 op de illegale resident van de buitenlandse afdeling van de Sovjet inlichtingendienst NKVD Poretskij was aan het einde van de dertiger jaren het onderwerp van ruime aandacht in de pers.
En niet alleen de 'burgerlijke' pers besteedde veel aandacht aan deze spectaculaire
moord. Henk Sneevliet, leider van de Revolutionair-Socialistische Arbeiderspartij
had persoonlijke contacten met Poretskij en schreef artikelen over de moord
en de Stalinterreur in bladen als De Rode October en De Nieuwe Fakkel. Sinds
deze publikaties is er veel tijd verstreken, maar de belangstelling voor de
zaak-Poretskij is nog levend.
Na het ineenstorten van de Sovjet-Unie aan het einde van 1991 zijn archieven
toegankelijk geworden en kwamen veel documenten boven tafel die eerder nog geheim
waren. De zaak-Poretskij kan daardoor in een nieuw licht worden geplaatst.
De echte naam van de persoon die bekend werd als Ignatij Stanislavovitsj Poretskij ('Ludwig') is Natan Markovitsj Reiss. Hij werd in een kleinburgerlijk joods gezin geboren op 1 januari 1899 in het Galicische stadje Podvolotsjisk, gelegen op de grens van het Russische Rijk (Oekraïne) en Oostenrijk-Hongarije. Tijdens zijn studie aan het gymnasium in Lvov wordt hij aangetrokken door de ideeën van het socialisme en na toelating tot de juridische faculteit van de Universiteit van Wenen wijdt hij definitief zijn lot aan de communistische beweging. In 1919 wordt hij lid van de Communistische Arbeiderspartij van Polen en Reiss werkt als verbindingsman in het zuidoostelijke bureau van de Komintern en in de Communistische Partij van Oost-Galicië. In 1920 doet hij illegaal werk in Polen, bedrijft agitatie onder Poolse soldaten en organiseert sabotageactiviteiten. Spoedig wordt hij evenwel gearresteerd en tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld.
Berlijn en Wenen
In 1921 wordt Reiss op borgtocht vrijgelaten en arriveert in Moskou, waar hij
samen met zijn jeugdvriend Walter Krivitskij wordt aangesteld voor werk in de
inlichtingendienst van het Rode Leger van Arbeiders en Boeren (RKKA). Vanaf
het eind van 1921 werkt hij opnieuw in Polen, maar wordt in 1923 naar Berlijn
gestuurd om een gewapende opstand voor te bereiden. In Berlijn wordt Reiss ingeschakeld
in het werk van het militaire apparaat van de Kommunistische Partei Deutschlands
(KPD) in de onderdelen die onder leiding staan van Sovjetinstructeurs. Na het
mislukken van de Novemberopstand wordt Reiss in 1925 overgeplaatst naar de Weense
residentie van de Sovjet militaire inlichtingendienst GROe, die onder leiding
staat van de resident A.V. Jemeljanov. In Wenen neemt Reiss deel aan een reeks
tamelijk delicate zaken die verband houden met de lokalisatie van een aantal
mislukkingen op inlichtingengebied. Ook was hij ongetwijfeld betrokken bij de
moord in 1925 op Jaroslavskij, pseudoniem van Vladimir Nesterovitsj, een van
de eerste niet uit het buitenland terugkerende Sovjetagenten.
De activiteiten van Reiss in Duitsland en Oostenrijk worden hoog gewaardeerd
door de leiding van de GROe. Wanneer hij in 1927 in Moskou arriveert wordt hij
in rang verhoogd en krijgt de in die tijd voor werkers in de inlichtingendiensten
uiterst zeldzame Orde van het Rode Vaandel. In diezelfde tijd wordt hij ook
lid van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie (CPSU).
Praag en Den Haag
Na enige tijd wordt Reiss opnieuw op een buitenlandse expeditie gestuurd. Hij
verblijft enkele maanden in Tsjechoslowakije, waar hij legendarisch werd door
het op orde brengen van het werk van het militaire apparaat van de Tsjechische
Communistische Partij en het opzetten van groepen informanten in wapenfabrieken.
Dan reist hij door naar Nederland om hier de illegale resident van de GROe Max
Maksimov ('Friedman') te vervangen. Het werk in Nederland wordt door de GROe
als buitengewoon belangrijk beschouwd. Juist hoofdzakelijk vanuit Nederland
vindt het inlichtingenwerk tegen Groot-Brittannië plaats, welk land in
1927 de diplomatieke betrekkingen met de Sovjet-Unie had verbroken.
Het grootste succes van Reiss in zijn Nederlandse periode is het als medewerker
aantrekken van de communist Henri Pieck, tweelingbroer van tekenaar Anton Pieck
(zie ondermeer Igor Cornelissen's boek 'De GPOe op de Overtoom'). Henri ('Han')
Pieck zou een van de beste agentenwervers worden. Het was Pieck die in 1935
kapitein John Herbert King kon werven, in dienst bij het Britse ministerie van
buitenlandse zaken als codeur.
De laatste expeditie
Eind 1929 gaat Reiss terug naar Moskou en werkt daar enige tijd als hoofd van
de archiefafdeling van de GROe. Ook doceert hij aan de militaire school voor
Poolse communisten. Maar in 1931 stapt Reiss, als een van de meest professionele
inlichtingenwerkers, samen met een grote groep militaire inlichtingenmensen
over van het werk in de GROe naar de buitenlandse afdeling van de OGPOe, voorloper
van de roemruchte KGB. Samen met Reiss maakt ook zijn vriend Krivitskij de overstap
van GROe naar OGPOe. Dit alles heeft te maken met de versterking van de rol
van de OGPOe in het Sovjet inlichtingensysteem en met het feit dat in de organen
van de Staatsveiligheidsdienst steeds werd gezocht naar een oplossing voor het
gebrek aan hooggekwalificeerd kader.
In hetzelfde jaar 1931 gaat Reiss op zijn laatste buitenlandse expeditie op
het paspoort van een Tsjechisch burger, de zakenman Hans Eberhardt. Aanvankelijk
vestigt hij zich in Berlijn, maar verhuist na het aan de macht komen van Hitler
naar Parijs, waar hij zich samen met andere illegale residenten als B. Bazarov,
F. Parparov, V. Zarubin en T. Mall bezighoudt met het verzamelen van inlichtingen
over de plannen van het nationaal-socialistische Duitsland. Hun informatie krijgen
zij van bronnen bij de Generale Staf, de geheime diensten en de Kanselarij van
het Derde Rijk en in Zwitserland via de Volkenbond.
Eind 1936 ontvangt Reiss informatie over het begin van onderhandelingen tussen
de handelsvertegenwoordiger van de Sovjet-Unie in Duitsland, D. Kandellaki,
en de Duitse economisch regeringsadviseur J. Schacht. De gesprekken vinden plaats
op initiatief van Stalin. In januari 1937 verneemt Reiss dat er wordt onderhandeld
over de uitwerking van een project rond een Sovjet-Duits akkoord.
Niet naar Moskou
Het is voor Reiss geen geheim dat er intussen in Moskou oude Bolsjewieken worden
gearresteerd, alsmede in de Sovjet-Unie verblijvende leden van buitenlandse
communistische partijen, en dat de nieuwe leiding van het Ministerie van Binnenlandse
Zaken (NKVD), met aan het hoofd Nikolai Jezjov, de oude kaders van de OGPOe
vervangt en dat de 'zuivering' van de residenten in het buitenland is begonnen.
Onder verschillende voorwendsels worden de residenten en inlichtingenmedewerkers
naar de Sovjet-Unie teruggeroepen om daar spoorloos te verdwijnen. Ook Reiss
wordt herhaaldelijk voorgesteld naar Moskou te komen om hem te kunnen benoemen
tot resident in de Verenigde Staten.
Wanneer in februari 1937 Elizabet, de vrouw van Reiss, uit de Sovjet-Unie terugkeert
en waarschuwingen van vrienden overbrengt om in geen geval naar Moskou terug
te keren, besluit Reiss dat zijn breuk met het Stalinistische regime onvermijdelijk
is.
In mei 1937, na de aankomst van Krivitskij uit Moskou die in het begin van het
jaar daarheen was teruggeroepen, neemt Reiss de definitieve beslissing. Op 17
juli 1937 geeft hij via Lidia Grozovskaja, de vrouw van zijn verbindingsman,
een pakketje voor verzending naar de Sovjet-Unie. In het pakketje bevinden zich
identiteitsbewijzen van leden van de Poolse Communistische Partij en een brief,
gericht aan het Centraal Comité van de CPSU.
Brief van Reiss
De brief van Reiss aan het Centraal Comité heeft de volgende inhoud:
"Deze brief die ik u thans schrijf had ik veel eerder moeten schrijven,
namelijk op de dag toen de 'zestien' werden geëxecuteerd in de kelder van
de Loebjanka, op bevel van de 'vader der volkeren'. Toen zweeg ik. Ik deed mijn
mond ook niet open om te protesteren tijdens de volgende moorden, en dat zwijgen
drukt zwaar op mijn verantwoordelijkheid. Mijn schuld is groot, maar ik probeer
haar te verkleinen, zodat mijn geweten minder zwaar wordt.
Tot nu toe ging ik samen met u. Maar verder zet ik geen enkele stap meer naast
u. Onze wegen gaan uiteen! Hij die vandaag zwijgt is de medeplichtige van Stalin
en verraadt de zaak van de arbeidersklasse en het socialisme!
Ik vocht voor het socialisme sinds ik twintig was. Nu, op de drempel van mijn
veertigste levensjaar, wens ik niet langer te leven onder de gunsten van mensen
zoals Jezjov. Ik heb 16 jaar ondergrondse activiteiten achter de rug. Dat is
niet weinig, maar ik heb nog voldoende kracht om opnieuw te beginnen. Omdat
het 'opnieuw te beginnen' juist de redding van het socialisme betekent. De strijd
begon reeds lang geleden. Ik wil daarin mijn plaats innemen.
Het lawaai dat opstijgt rondom piloten naar de Noordpool wordt overstemd door
de kreten en het gekreun van de gefolterde slachtoffers in de Loebjanka, in
Svobodny, in Minsk, Kiev, Leningrad, Tbilisi. Deze inspanningen zijn nutteloos.
Het begrip waarheid is sterker dan het lawaai van de krachtigste motoren.
Ja, de recordhouders van de luchtvaart raken de harten van oude Amerikaanse
dames en jongeren van alle continenten; vervoerd raken door sport is veel makkelijker
dan het verkrijgen van sympathie in de publieke opinie en de verontrusting van
het bewustzijn van de wereld! Maar de rekening die komt laat zich niet bedriegen:
de waarheid baant zich een weg, de dag van de waarheid is nabij, veel dichterbij
dan de heren van het Kremlin denken. Dichtbij is de dag dat het internationaal
socialisme de misdaden veroordeelt die de laatste tien jaar zijn begaan. Niets
zal worden vergeten, niets zal worden vergeven. De geschiedenis is streng: 'de
geniale leider, de vader der volkeren, de zon van het socialisme' is verantwoordelijk
voor zijn daden: de nederlaag van de Chinese revolutie, de nederlaag van het
Duitse proletariaat, het sociaal-fascisme en het Volksfront, de openhartigheid
van mister Howard, de tedere flirts met Laval; een geniale vriend!
Dit proces zal voor het publiek geopend zijn, met getuigen, met een groot aantal
getuigen, levende of dode: zij allen zullen nog een keer spreken, maar dit keer
zullen zij de waarheid zeggen, de hele waarheid. Zij zullen allen voor de rechter
staan, deze onschuldig vermoordden en veroordeelden, en de internationale arbeidersbeweging
zal hen allen rehabiliteren, deze Kamenevs en Mratskovski's, deze Smirnovs en
Muralovs, deze Drobnis en Serebrjakovs, deze Mdivani en Okudzjava, Rakovski
en Andres Nin, al deze spionnen en provocateurs, agenten van de Gestapo en saboteurs!
Opdat de Sovjet-Unie en de hele internationale arbeidersbeweging niet definitief
sterven onder de slagen van de contrarevolutie en het fascisme moet de arbeidersbeweging
zich bevrijden van Stalin en het stalinisme. Dit, het slechtste mengsel van
de opportunistische beweging -opportunisme zonder principes, bloed en leugens-,
dreigt de hele wereld te vergiftigen en de restanten van de arbeidersbeweging
te vernietigen.
Bestrijdt meedogenloos het stalinisme!
Nee tegen het Volksfront, ja voor de Klassenstrijd! Nee tegen de comités,
ja voor ingrijpen van het proletariaat opdat de Spaanse revolutie wordt gered!
Dergelijke taken staan op de agenda!
Weg met de leugen over 'het socialisme in één land'! Trouw aan
het internationalisme van Lenin!
Noch de Tweede, noch de Derde Internationale zijn in staat deze historische
missie uit te voeren: zij zijn versplinterd en gecorrumpeerd, zij kunnen de
arbeidersklasse slechts hinderen, zij zijn slechts de hulpjes van de burgerlijke
politie. Dit is de ironie van het lot: vroeger bracht de bourgeoisie Kavenjakov
en Galif, Trepov en Vrangel uit haar rijen voort. Vandaag spelen onder de 'befaamde'
leiding van beide Internationales juist de proletariërs zelf de rol van
beulen van feitelijke kameraden. De bourgeoisie kan zich rustig met haar zaken
bezighouden: overal heerst 'rust en orde'; er zij nog een Noske en een Jezjov,
een Negrin en een Diaz. Stalin is hun leider, Feuchtwanger hun Homerus!
Nee, ik kan niet meer. Ik keer terug naar de vrijheid. Ik keer terug naar Lenin,
naar zijn leer en zijn activiteiten.
Ik ben bereid om mijn bescheiden krachten te wijden aan de zaak van Lenin, ik
wil strijden, want onze overwinning -de zege van de proletarische revolutie-
bevrijdt de mensheid van het kapitalisme en de Sovjet-Unie van het stalinisme.
Voorwaarts, naar de nieuwe strijd voor het socialisme en de proletarische revolutie!
Voor de schepping van de IVe Internationale!
Ludwig, 17 juli 1937.
P.S. In 1928 werd ik onderscheiden met de Orde van het Rode Vaandel wegens verdiensten
voor de proletarische revolutie. Ik retourneer u deze orde samen met deze brief.
Het zou walgelijk zijn om haar wegens mijn verdiensten in deze tijd te dragen,
zoals zij wordt gedragen door de beulen van de beste vertegenwoordigers van
de Russische arbeidersklasse. (De 'Izvestija' publiceerde de laatste twee weken
lijsten van recentelijk gedecoreerden, maar over de verdiensten zweeg zij beschamend:
dit waren uitvoerders van executies)."
(Brief gepubliceerd in Poretskij, E.: Geheim agent van Dzjerzjinski. Moskou
1996).
Naar Zwitserland
Met de verzending van het pakje rekent Reiss erop dat het pas in Moskou zal
worden geopend. De brief wordt echter al in Parijs gelezen en spoedig arriveert
Sjpigelglaz in Frankrijk, de plaatsvervangend chef van de buitenlandse afdeling
van de OGPOe, met medewerkers van een speciale groep van de NKVD die de opdracht
heeft om degenen die in het buitenland de dienst verlieten te 'verwijderen',
wanneer tegen hen in Moskou een doodvonnis was uitgesproken.
De eerste poging om Reiss gevangen te nemen of te liquideren mislukt. Met het
doel Reiss in een val te lokken ontbiedt Sjpigelglaz Krivitskij uit Nederland
en stelt hem een ontmoeting voor bij een Parijse tentoonstelling in Vincennes,
waar hij ook de brief van Reiss toont. Krivitskij, die niet van plan is Reiss
te verraden, kan zijn vriend tijdig waarschuwen voor het dreigende gevaar. Reiss
duikt onder in Zwitserland en neemt het geld mee dat hij tot zijn beschikking
heeft voor operatieve doeleinden. Dan begint Sjpigelglaz een speurtocht naar
de illegale medewerkers van Reiss en de agenten van de buitenlandse afdeling
van de OGPOe in Frankrijk, die werken onder de dekmantel van de Russische emigrantenorganisatie
'Unie voor Terugkeer naar het Vaderland' (SVR). Aan de speurtocht wordt deelgenomen
door Sergej Efron (man van de bekende Russische dichteres Marina Tsvetaeva),
Nikolaj Klepinin, Vadim Kondratjev, Vera Gutskova-Trail. Uiteindelijk sporen
zij ook Reiss op met de hulp van Renate Steiner, een geboren Zwitserse die sinds
1936 agente van de NKVD is en de achtervolgster van Trotzki's zoon Lev Sedov.
Martini en Rossi
Steiner lokt Reiss in de val die is opgezet door Sjpigelglaz en Gertrud Schildbach,
een joodse communiste die het Naziregime was ontvlucht, bevriend met het gezin
van Reiss en door Reiss zelf aangeworven voor het werk in de Sovjet inlichtingendienst.
Schildbach schrijft Reiss een brief, waarin zij laat weten dat zij dringend
zijn raad nodig heeft. Ze ontmoet Reiss en zijn vrouw in een café in
Lausanne. Schildbach voert evenwel niet alle instructies van Sjpigelglaz uit.
Zo verzuimt zij aan Elizabet een doos chocolade te overhandigen die is vergiftigd
met strychnine, en later door de Zwitserse politie wordt gevonden.
Op 4 september 1937 kan zij Reiss evenwel meelokken naar een stille weg, waar
hij wordt neergeschoten door medewerkers van de NKVD, uit later onderzoek bekend
geworden als François Rossi (of Rolland Abbia) en Charles Martini. Op
het allerlaatste moment begreep Reiss vermoedelijk dat hij in de val was gelokt.
Toen de politie zijn lichaam vond, zat in zijn vuist een lok grijs haar van
Schildbach geklemd.
Deze officiële versie preciseert Pavel Sudoplatov in zijn boek 'Razvedka
i Kremlj', Moskou 1997):
"Reiss had een tamelijk wanordelijke manier van leven, en het agentennetwerk
van Sjpigelglaz in Parijs spoorde hem heel spoedig op. De liquidatie werd uitgevoerd
door twee agenten: de Bulgaar (illegaal van de NKVD) Boris Afanasev en zijn
zwager Viktor Pravdin. Zij vonden hem in Zwitserland en zaten met hem aan een
tafeltje in een klein restaurant in een buitenwijk van Lausanne. Reiss dronk
met plezier met de twee Bulgaren, die zich uitgaven voor zakenlieden. Afanasev
en Pravdin deden alsof zij ruzie kregen met Reiss, duwden hem uit het restaurant
en in een auto, die hen wegvoerde. Op drie mijl van deze plek schoten zij Reiss
neer, zijn lichaam achterlatend in de berm langs de weg.
Ik ontving Afanasev en Pravdin in een rendezvous-woning in Moskou, waarheen
zij na het uitvoeren van hun taak terugkeerden. Samen met hen kwam ook Sjpigelglaz
die hen begeleidde. Afanasev en Pravdin werden onderscheiden met de Orde van
het Rode Vaandel. En volgens een speciaal regeringsbesluit kreeg de moeder van
Pravdin, die in Parijs woonde, een pensioen."
De verschillen tussen de officiële versie en de beweringen van Sudoplatov
laten zich gemakkelijk verklaren wanneer men aanneemt dat François Rossi
en Viktor Pravdin, en ook Charles Martini en Boris Afanasev, een en dezelfde
persoon zijn.
Op 10 november 1937 legt de chef van de buitenlandse afdeling van de NKVD Slutzky
aan Jezjov een rapport voor met een verzoekschrift over het onderscheiden van
medewerkers van de inlichtingendienst die met succes hun taken hebben uitgevoerd
in de zaken 'Rajmond' (I. Reiss) en 'Deda' (het hoofd van de Russische 'witte'
emigranten, generaal Miller, ontvoerd in Parijs en weggebracht naar het stoomschip
'Marija Uljanova', vertrokken uit Le Havre op 22 september 1937). Voorgesteld
voor onderscheiding worden: Leninorde: S.M. Sjpigelglaz; Orde van het Rode Vaandel:
V.S. Pravdin, M.V. Grigorjev, N.G. Kosenko, V.S. Grazjul, B.M. Afanasev, A.L.
Dolgorukov; Orde van de Rode Ster: M.S. Arsenev.
Jezjov schrijft eigenhandig in het voorstel om ook Sudoplatov en Zaburin te
decoreren met de Orde van het Rode Vaandel en op 13 november 1937 komt het besluit
tot onderscheiding van de geheime dienstmedewerkers wegens 'zelfopofferende
en succesvolle uitvoering van speciale taken van de regering van de Sovjet-Unie'.
Jacht op de daders
In Lausanne begint de Zwitserse politie, na de ontdekking van het lichaam van
Reiss, met een onderzoek naar de feiten rond de moord. De medewerkers van de
politie besteden geen aandacht aan de door de NKVD ingebrachte anonieme brief,
waarin wordt meegedeeld dat de moord is uitgevoerd door internationale wapensmokkelaars.
Na ondervraging van Renate Steiner wordt de identiteit van de daders vastgesteld
en de motieven voor de misdaad: een politieke moord.
Aan de zaak wordt ook deelgenomen door de Franse recherche en hier neemt het
onderzoek een andere wending. Op 22 november 1937 laat de commissaris van de
recherche van de Sécurité Nationale Papin Robert huiszoeking doen
in een woning aan de Rue Potain 65 in Parijs. Hier woont de vroegere witte officier
Sergej Efron en zijn vrouw Marina Tsvetaeva, de grote Russische dichteres. Documenten
die tijdens de huiszoeking in beslag worden genomen getuigen er onbetwistbaar
van dat de bewoner van het huis medewerker is van de geheime diensten van de
Sovjet-Unie. Er worden ook onweerlegbare bewijzen aangetroffen tegen de Russische
emigrant Vadim Kondratjev, werkzaam als broodbezorger, taxichauffeur, hulpje
in een drukkerij en daarna onverwacht rijk geworden. Op verzoek van de officiële
Zwitserse organen in Parijs wordt ook Lidia Grozovskaja gearresteerd, medewerkster
van de Sovjetambassade in Parijs, die de laatste brief van Reiss had doorgegeven.
Ook wordt een zekere Pierre Dulomme opgepakt, die samen met Steiner Reiss had
bespied. Hij brengt 12 maanden in voorlopige hechtenis door wegens 'vrijwillige
medeplichtigheid in een crimineel genootschap'. Het resultaat van dit werk van
de Franse recherche is de ineenstorting van de mantelorganisatie SVR.
De hoofdorganisatoren van de moord op Reiss blijven evenwel verborgen. Het lot
beschikt verschillend over hen. De belangrijkste van hen, Sergej Michailovitsj
Sjpigelglaz, keert na de ontvoering van generaal Miller in Parijs naar Moskou
terug en wordt benoemd in de leiding van de NKVD. Hij wordt echter reeds in
1939 gearresteerd op beschuldiging van spionage voor Duitsland en geëxecuteerd.
Sergej Efron, Klepinin en Kondratjev vluchten na de moord op Reiss naar Spanje,
vanwaar zij naar de Sovjet-Unie reizen. Spoedig na zijn aankomst sterft Kondratjev
aan tuberculose, Efron en Klepinin worden als spionnen gearresteerd en geëxecuteerd.
Stalin's woede
De voornaamste vraag in de zaak-Reiss is waarom men zich juist van hem zo snel
wilde ontdoen. Er waren immers ook andere overlopers, die in het openbaar dreigden
met onthullingen over het Sovjetregime. Velen daarvan stierven een natuurlijke
dood. Naar de mening van de historicus Nikita Petrov staat de haastige moord
op Reiss in verband met het feit dat hij wist van de geheime onderhandelingen
van de vroegere secretaris van het Uitvoerend Comité van de Sovjet-Unie,
A. Emukidze, met de Duitsers: in 1929 met de minister van buitenlandse zaken
Stresemann, in 1932 met de minister van oorlog Schleicher en tenslotte in 1934
met Hitler's plaatsvervanger in de partij, Hess. Als men de dagboeknotities
mag geloven van Litvinov (minister van buitenlandse zaken onder Stalin), in
de jaren 50 in het Westen uitgegeven, dan zou Stalin aan Litvinov tijdens een
zitting van het Politburo hebben gevraagd of buitenlanders wisten van de geheime
onderhandelingen met de Duitsers. Hij drong erop aan dat het nodig was te voorkomen
dat informatie zou uitlekken. Wetende dat materiaal over de onderhandelingen
zich bij Reiss bevond, schreeuwde Stalin naar Jezjov: 'Vermoord hem, of ik vermoord
degenen die mijn bevelen niet uitvoeren!' Het spreekt vanzelf dat Reiss na deze
woorden geen kans had om te overleven. (Geciteerd in N.Petrov: De moord op Ignatij
Reiss. Moskovskije Novosti nr. 63-1995).