Sinds begin januari 2005 ontstaat er in de Russische Federatie een groeiende protestbeweging tegen de aantasting van de sociale voorzieningen. Deze protesten zijn de eerste massale betogingen in Rusland sinds het begin van de jaren 90 en zetten de Russische regering onder druk.
door Vadim Donetsky/INSUDOK
President Poetin heeft in de afgelopen jaren al een aantal wetten ondertekend
die een feitelijke aanslag betekenen op de sociale voorzieningen van 40 miljoen
Russische burgers. Die wetten zijn vanaf 1 januari 2005 van kracht geworden.
In plaats van een aantal privileges waar gepensioneerden, invaliden, oorlogsveteranen
en anderen recht op hadden (gratis openbaar vervoer, medische voorzieningen,
subsidie op huisvesting, enzovoort) worden er vanaf 1 januari alleen nog maandelijkse
toelagen in roebels gegeven, de zogenaamde monetarisering, die echter veel minder
waarde hebben dan de oorspronkelijke privileges.
Vanaf begin januari heeft dat geleid tot brede protestbewegingen, waaraan behalve
gepensioneerden, invaliden en oorlogsveteranen ook studenten, dienstplichtigen
en vele anderen deelnamen. De protesten zijn een uiting van grote sociale ontevredenheid
en weerleggen de opvatting dat de Russische bevolking apathisch is. In tientallen
steden in het hele land kwam het tot protestbijeenkomsten en demonstraties.
In Stavropol met 1000 deelnemers, Novosibirsk 1500, Penza 1500, duizenden in
Moskou en Sint Petersburg. Betogingen werden er ook gemeld uit Kaloega, Orjol,
Pskov, Toela, Voronezj, Krasnojarsk, Nizjni Novgorod en nog veel meer steden.
Overal waren spandoeken en protestborden te zien met leuzen tegen de 'monetarisering
van de privileges'. Maar ook waren er spandoeken te zien met eisen als verhoging
van alle pensioenen en uitkeringen, het aftreden van president en regering,
herstel van de Sovjet-Unie en de terugkeer van Stalin (dit laatste is uiteraard
heel moeilijk, Stalin overleed in 1953).
We hebben zelf de demonstraties in Sint Petersburg meegemaakt. Hier waren er
massale protesten (zie onze FOTOREPORTAGE). Op 15 januari
waren er op drie plaatsen in de stad demonstraties: op de Nevsky Prospekt, bij
het Smolny (waar Valentina Matvienko, de burgemeester kantoor houdt) en bij
het stadhuis. Belangrijke straten in het centrum werden geblokkeerd. Als leuzen
bij de demonstraties waren de volgende teksten te zien: "Geef onze privileges
terug", "Van 1300 roebel is niet te leven" (1300 roebel is ongeveer
35 euro, VD), "Volk wordt wakker", "Weg met Poetin en Matvienko".
In toespraken werd afschaffing van de nieuwe sociale wetgeving geëist en
het verhogen van alle pensioenen van het huidige minimum van 650 roebel (17,50
euro) naar 3000 roebel (ruim 80 euro).
De massale protesten waren duidelijk een verrassing voor de centrale regering
in Moskou. Getracht werd de verantwoordelijkheid voor uitvoering van de nieuwe
sociale wetgeving af te schuiven op de regionale regeringen. Volgens Moskou
zouden in de regio's de nieuwe wetten niet conform de voorschriften zijn ingevoerd.
Op 15 januari kwam Poetin zelf naar Sint Petersburg om er met Matvienko te overleggen.
Die avond kwam de Russische regering in een spoedzitting bijeen. Mikhail Zurabov,
de minister van gezondheidszorg en sociale ontwikkeling van de Russische Federatie,
beloofde de invoering van een goedkope maandkaart voor het openbaar vervoer
voor alle gepensioneerden. Ook zegde hij toe met het Ministerie van Financiën
nog eens te overleggen over de kortingen op de privileges.
Kort daarop werd door de Russische regering bekendgemaakt dat de basispensioenen
met 15% zouden worden verhoogd met ingang van 1 februari. Eerder was voorgesteld
om de pensioenen per 1 augustus te verhogen met 5%.
Deze concessies zijn een paar kleine overwinningen voor de demonstranten, maar
zij betekenen nauwelijks een verbetering van het levenspeil. Per 1 februari
zullen de woonlasten in de Russische Federatie met 30 tot 40% stijgen, en ook
de tarieven voor gas en elektriciteit gaan fors omhoog.
De sociale voorzieningen in de Russische Federatie bestaan er in twee categorieën: uitgaven van de centrale overheid en van de regionale besturen. Ongeveer 15 miljoen Russen zijn van de centrale overheid afhankelijk, en 20 miljoen van de regionale. Maar in Moskou is men van plan om de uitgaven fors te beperken. Circa 70% van de regionale budgetten komt ook uit Moskou. De toegezegde verhoging van de pensioenen met 15% legt een enorme claim op de schatkist. Aleksej Koedrin, minister van financiën, berekent de extra uitgaven voor het oplossen van de problemen op 100 miljard roebel (2,7 miljard euro). Hij zei ook dat financiering uit de centrale staatskas van de maandkaarten voor het openbaar vervoer slechts mogelijk is als door de regio's 70% van de kosten wordt betaald. De daartoe benodigde gelden zijn echter in een groot aantal arme regio's niet beschikbaar. Dat zou betekenen dat de beloften van de regering niet waar te maken zijn!
Een ander voornemen dat onder druk van de demonstraties door de regering is teruggenomen is het plan om studenten niet meer vrij te stellen van militaire dienstplicht. In december 2004 verklaarde minister van defensie Sergej Ivanov nog dat deze vrijstelling binnenkort niet meer zou bestaan. Ook beroepsmilitairen en hun families worden getroffen door de compensatieregeling op privileges. De legerleiding voorziet een grote ontslaggolf van officieren en een vermindering van het aantal studenten voor militaire academies. De mogelijkheid dat militairen zich bij de protestbeweging van de gepensioneerden zullen aansluiten is zeker aanwezig.
De protestgolven hebben in Rusland geleid tot een diepe politieke crisis. De fracties van de KPRF (Communistische Partij van de Russische Federatie) en Rodina (een afsplitsing van de KPRF) in het parlement eisten het aftreden van de regering. Maar zover zal het nooit komen, omdat de partij Eén Rusland een grote meerderheid heeft in de Staatsdoema, het parlement, en deze partij vormt niet alleen de regering, maar wordt ook gesteund door president Poetin. Poetin weigerde om leden van de regering te ontslaan. De regering zelf doet alle mogelijke moeite in de media om de protesten te bagatelliseren en de deelnemers te belasteren. Premier Fradkov verklaarde dat de ontevredenheid van de meeste demonstranten terug te voeren is op 'problematisch psychologisch inzicht'. En German Gref, de minister van economische ontwikkeling , beweerde dat de monetarisering van de privileges 'op de meest milde wijze gebeurt. Iedere grotere verandering in een willekeurig land verloopt steeds pijnlijk'. En de fractie van Eén Rusland in het parlement verklaarde bij monde van Boris Gryzlov, de voorzitter, dat 'bij de protesten slechts een handjevol ontevredenen hun misnoegen uit. Dat is een minderheid. De meerderheid van de vroegere rechthebbers op privileges steunt de wet over de monetarisering van privileges'.
Naar aanleiding van de demonstraties in Sint Petersburg op 15 januari werden
er tien mensen gearresteerd. Zij vertegenwoordigen politieke partijen en organisatie
die de protesten van de gepensioneerden ondersteunen. In de Moskouse voorstad
Chimki waren er twaalf arrestaties, in de stad Perm drie, in Samara acht, vijf
in Pskov en in de provincie Leningrad nog eens zeven. De repressie neemt toe,
ondanks het bagatelliseren van de protesten door de regering en de regeringspartijen.
In het najaar van 2004 nam de regering tegelijk met het voornemen van de monetarisering
van de privileges een aantal maatregelen om het moeilijker te maken protestbijeenkomsten
en demonstraties te organiseren. Deze moeten ruim van tevoren worden aangemeld
en goedgekeurd door de autoriteiten. Tegen niet gesanctioneerde bijeenkomsten
kunnen politie en justitie hard optreden. Toch hebben de demonstranten in januari
zich hierdoor niet laten weerhouden. De protestgolf is een geheel nieuwe verschijnsel
in het postsovjet Rusland. De wil van de massa's om voor hun rechten te strijden
lijkt de belofte van nieuwe perspectieven met zich mee te dragen. De protesten
ontstaan spontaan, zonder al te grote invloed van stalinistische partijen als
de KPRF en Rodina. Dat is een belangrijk uitgangspunt. Het verdere lot van de
spontane protestbeweging tegen de asociale regeringsmaatregelen zal afhangen
van de politieke oriëntering die men zal inslaan. Stalinisten, nationalisten
en neofascisten liggen op de loer. Om maar niet te refereren aan het westerse
misbruik van oppositiekrachten, zoals we dat hebben gezien in Servië, Georgië
en recentelijk nog in Oekraïne!