'Geleide democratie' in Rusland
In de aanloop naar de Russische presidentsverkiezingen van 14 maart heeft
de 'Kremlinpartij' in het Russisch parlement inmiddels de absolute meerderheid
behaald en is de oppositie 'weggepromoveerd'. De weg voor een tweede ambtstermijn
van Vladimir Putin ligt daarmee open en Rusland gaat verder op de weg van
de 'geleide democratie'.
door Vadim Donetsky
Tijdens de parlementsverkiezingen van 7 december 2003 gaf een groot deel
van de Russische kiezers aan genoeg te hebben van ruim tien jaar 'markthervormingen'
die gepaard gingen met de afbraak van sociale voorzieningen, de daling van
het levenspeil en groeiende maatschappelijke ongelijkheid. Maar tegelijkertijd
is er geen werkelijk politiek alternatief in de Russische arena van de oppositie,
die wordt gedomineerd door ex-stalinisten en de groeiende invloed van criminele
zakenlieden. Een groot deel van de kiezers stemde daarom op 'Eén Rusland',
ook wel de 'Kremlinpartij' genoemd omdat zij de voornaamste steunpilaar is
van president Putin en de huidige Russische regering, maar het lijkt erop
dat een groot deel van de kiezers met een stem op de Kremlinpartij een keuze
tegen zichzelf maakte. In totaal kreeg de partij ruim 300 van de 450 zetels
in het Russisch parlement en behaalde daarmee een tweederde meerderheid. De
partij domineert nu het parlement.
De liberale partijen Yabloko en Unie van Rechtse Krachten (SPS) verdwenen
volledig uit het parlement omdat ze de kiesdrempel van 5% niet haalden, ondanks
de ruime ondersteuning door de Russische oligarchen en door hen gefinancierde
grootschalige verkiezingscampagnes. Het falen van deze partijen kan worden
verklaard uit het feit dat zij worden geassocieerd met privatisering, vrije
markt en oligarchie, momenteel zeer onpopulaire begrippen in Rusland.
De ultranationalistische LDPR van Vladimir Zhirinovsky behaalde 12% van de
stemmen. De demagoog Zhirinovsky krijgt op de Russische televisie alle gelegenheid
zijn standpunten te uiten, treedt zelfs op in showprogramma's waar hij een
graag geziene gast is omdat hij altijd wel voor wat leven in de brouwerij
zorgt, en een populaire hiphop-groep heeft een hit met teksten van Zhirinovsky,
wiens stem op de plaat zelf ook te horen is.
Een nieuwe partij aan het Russisch politiek firmament is 'Rodina' (Moederland)
die 9% van de stemmen kreeg. De partij werd pas een paar weken voor de verkiezingen
opgericht door de econoom Glaziev en de nationalist Rogozin, die ooit nog
kandidaat-vicepresident van de populaire generaal Lebed was tijdens de presidentsverkiezingen
van 1996. De KPRF (Communistische Partij van de Russische Federatie) tenslotte
behaalde met 13% van de stemmen een historisch dieptepunt. Daarmee lijkt de
rol die de partij gedurende de afgelopen tien jaar speelde, namelijk die van
ongevaarlijke katalysator van maatschappelijke ontevredenheid, definitief
uitgespeeld. Vanaf het moment van ineenstorting van de Sovjet-Unie was de
KPRF een oppositiepartij, maar dat belette haar niet om het op een groot aantal
thema's eens te zijn met de achtereenvolgende Russische regeringen: van het
opheffen van de Sovjet-Unie, via privatiseringen, de oorlog in Tsjetsjenië
tot het goedkeuren van de Amerikaanse inval in Irak. Uiteindelijk is de KPRF
nu verworden tot een partij die de belangen van de 'nieuwe rijken' in Rusland
vertegenwoordigd, die haar zien als instrument tegen Putin. Een aantal kandidaten
op de verkiezingslijst van de KPRF behoorde dan ook tot vertegenwoordigers
van de grote, al dan niet op criminele wijze geprivatiseerde, ondernemingen.
weinig vertrouwen
Wat ontbrak in het Russisch politiek spectrum van de verkiezingen was een
partij die werkelijk voor de belangen van de bevolking opkomt. Alle deelnemende
partijen vertegenwoordigden ofwel de ondernemers of de staatsbureaucratie.
Zij verschilden slechts van elkaar in de vraag of de economie volgens de vrije
markt principes of door de staat moet worden geleid: junglekapitalisme versus
staatskapitalisme. Geen wonder dus dat de opkomst bij de verkiezingen laag
was, de opkomstcijfers van 1996, 1999 en nu 2003 geven een steeds dalende
lijn aan. De gemiddelde Rus heeft weinig geloof en vertrouwen in de politiek.
Ondanks de mooie verhalen van premier Kasjanov dat in 2003 de Russische economie
flink was gegroeid merkt de gemiddelde Rus hier weinig van: de prijzen in
de winkels stijgen, lonen en pensioenen blijven vrijwel gelijk. Ook de nog
steeds voortdurende oorlog in Tsjetsjenië geeft weinig vertrouwen. Op
5 december, net twee dagen voor de verkiezingen, was er een explosie in een
trein in Zuid-Rusland die aan 41 mensen het leven kostte en 150 anderen verwondde
en twee dagen na de verkiezingen was er een explosie in hartje Moskou met
zes doden en 14 gewonden. Ook de internationale gespannen situatie geeft geen
aanleiding tot vertrouwen in de politiek: tijdens de OVSE-top in Maastricht
werd Rusland door de VS openlijk vernederd en aangevallen met de eis tot terugtrekking
van Russische troepen uit Moldova en Georgië. Maar de belangrijkste oorzaak
van het gebrek aan vertrouwen en geloof is de snelle toename van maatschappelijke
ongelijkheid in de Russische Federatie: de enorme financiële kloof tussen
de 'nieuwe rijken' met als summum de oligarchen die van hun zakgeld westerse
profvoetbalclubs kopen alsof het om een leuk speeltje gaat, en de grote maatschappelijke
onderlaag die nauwelijks het hoofd boven water kan houden. Een aantal cijfers
toont aan hoe het met de maatschappelijke ongelijkheid is gesteld in het huidige
Rusland: in 1991 waren de hoogste inkomens in Rusland 4,5 maal hoger dan de
laagste, in 2000 was dit verschil al gegroeid naar 14,3 maal. Twee procent
van de Russen krijgt samen 33,5% van het totale nationale inkomen, een onderlaag
van 10% van de bevolking krijgt samen 2,4% hiervan. Aan het eind van 2001
leefde volgens het Staatsbureau voor de Statistiek ongeveer eenderde van de
bevolking, zo'n 50 miljoen mensen, onder het bestaansminimum van 1600 roebel
(ongeveer 43 euro) per maand, terwijl het vermogen van de oligarch Chodorkovsky
wordt geschat op 8 miljard dollar! En samen met Chodorkovsky zijn er nog 16
andere Russen die in de Forbes-lijst van de rijksten ter wereld voorkomen.
achter de schermen
Onder Putin begeeft de Russische politieke lijn zich gestaag in de richting
van een 'geleide democratie', ofwel een toename van het aantal ondemocratische
maatregelen en een uitbreiding van de staatsrepressie. Dit wordt gekenmerkt
door een grotere bewegingsvrijheid voor de FSB, de opvolger van de KGB, een
afzwakking van de democratische en burgerlijke vrijheden en een inkomenspolitiek
die de beter gesitueerden bevoordeelt. Ongeacht de hoogte van het inkomen
is er maar één belastingschaal: 13% en is de afdracht van sociale
lasten verlaagd naar 5%. De vroegere staatspensioenen worden in een hervormingsoperatie
overgeheveld naar geprivatiseerde investeringsfondsen en de toch al schamele
sociale wetgeving wordt nog verder uitgekleed. Al deze maatregelen werden
genomen in de afgelopen drie jaar Putin-bewind.
Alle verdere beslissingen zullen bij de huidige politieke verhoudingen in
toenemende mate achter de schermen binnen regeringskringen worden genomen
en het door de regering gecontroleerde parlement speelt nog slechts een decoratieve
rol in het spel van de geleide democratie. Het parlementair systeem in Rusland
is terug naar de situatie van zo'n 100 jaar geleden en het land is opnieuw
een éénpartijstaat aan het worden, hoewel nu nog gesproken kan
worden van een anderhalve partijstaat: de 'Kremlinpartij' plus de andere fracties
in het parlement.
Met een absolute parlementaire meerderheid zal Putin het bij de presidentsverkiezingen
ook niet moeilijk krijgen. Van de tien kandidaten die zich hebben aangemeld
is er niet één die een bedreiging voor Putin zal vormen. Sterker
nog, volgens Russische politieke analisten heeft juist het Kremlin voor extra
kandidaten gezorgd om zo de verkiezingen een democratisch tintje te geven.
Eén van die kandidaten is Irina Hakamada, die er niet in slaagde via
de SPS-lijst terug in het parlement te komen, maar volgens sommigen nu door
het Kremlin is gevraagd zich als onafhankelijke kandidaat te stellen in de
race met Putin. Hetzelfde zou gelden voor de kandidatuur van Glaziev van 'Rodina'
(zie boven), van de vroegere directeur van de Russische Centrale Bank Viktor
Gerashenko en van de voorzitter van de Federatieraad (Russische Eerste Kamer)
Sergej Mironov. Andere kandidaten zijn Vladimir Bryntsalov, lid van de 'Kremlinpartij',
die meedoet vanwege de reclame die de verkiezingen opleveren voor zijn farmaceutische
produkten, met de verkoop waarvan hij multimiljonair is geworden, Oleg Malyshkin
van de LDPR, Nikolai Kharitonov van de KPRF, Ivan Rybkin en Anzori Aksentiev-Kikalishvili.
Oleg Malyshkin, lijfwacht van Zhirinovsky, is door de LDPR als kandidaat naar
voren geschoven om "Putin te beschermen tegen het polemisch talent van
Zhirinovsky zelf", aldus de partij. Ook opmerkelijk is dat KPRF-leider
Zhuganov plaatsmaakt voor Kharitonov, iets wat te wijten zal zijn aan de teleurstellende
nederlaag van de KPRF bij de parlementsverkiezingen waarvoor Zhuganov verantwoordelijk
wordt gehouden. Anzori Aksentiev-Kikalishvili is een duistere zakenman uit
Kaliningrad met allerlei contacten binnen de georganiseerde criminaliteit
en Ivan Rybkin tenslotte is de kandidaat die door oligarch Berezovsky, die
al jaren in Londen verblijft omdat er in de Russische Federatie diverse arrestatiebevelen
op hem wachten, naar voren is geschoven. In dit gezelschap zal het voor Putin
een gelopen race worden en zijn de presidentsverkiezingen in Rusland nog slechts
een formaliteit die onderdeel van de 'geleide democratie' uitmaken.