| Russisch anarchisme in de 21e eeuw
Ondanks het feit dat in de sovjetperiode herhaaldelijk de 'decadentie'
en de 'kleinburgerlijkheid' van het anarchisme in zowel de Russische
als in de westerse maatschappij werd benadrukt is de belangstelling
in het huidige Rusland voor deze politieke ideologie zeker niet verdwenen.
De voornaamste levensbeschouwelijke waarden, zelforganisatie, zelfbestuur
en antikapitalisme, zijn onverminderd actueel.
door Bas van der Plas/INSUDOK
Voor het begin van de 1-meidemonstratie in 2009 werden er in Sint
Petersburg al 120 personen opgepakt. Volgens een verklaring van de
plaatselijke vertegenwoordiging van het Ministerie van Binnenlandse
Zaken bevonden zich onder hen 100 'anarchisten en antifascisten' die
uit waren op provocaties. (1) Eenzelfde aantal werd genoemd tijdens
de demonstratie van 4 november 2009, de door de huidige machthebbers
ingevoerde 'Dag van de eenheid van het volk', waarvan evenwel niemand
de betekenis kent.
In Rusland kreeg het anarchisme nieuwe impulsen aan het eind van de
jaren 80 van de 20e eeuw, toen onder Gorbatsjov meer politieke vrijheid
werd geoorloofd. Zo'n zestig jaar, te beginnen in de jaren 20, bestond
het anarchisme er feitelijk niet als gevolg van de bolsjewistische
terreur. Gedurende die 60 jaren werden er in de Sovjet-Unie wel pogingen
gedaan om groepjes voor de bestudering van het anarchisme op te zetten,
vooral onder jongeren en dan nog voornamelijk studenten in de grote
steden, maar er kan zeker niet worden gesproken over zelfs maar een
ondergrondse anarchistische beweging.
De impulsen aan het eind van de jaren 80 ontstonden op het breukvlak
van twee periodes: de Sovjettijd en het nieuwe Rusland. De interesse
ging, naast de herontdekking van de werken van Bakoenin en Kropotkin,
vooral uit naar de opstandige gebeurtenissen van de jaren 60 en 70
in West-Europa. Maar wie een connectie zoekt met de eind 19e eeuwse
bommengooiers van Narodnaya Volya (“Volkswil”), verantwoordelijke
voor ondermeer de moord op tsaar Aleksandr II in 1881, zal met een
microscoop moeten werken. Na augustus 1991, de poging tot staatsgreep
in de Sovjet-Unie die uiteindelijk tot de val van het Sovjetrijk leidde,
werd de ideologie van het moderne anarchisme in Rusland zodanig oppositioneel
tegenover de staatsmacht dat zij enerzijds soms aansloot bij traditioneel
links en anderzijds zelfs bij de nationaal-patriottistische krachten.
Het moderne Russische anarchisme schoof geen principieel nieuwe conceptie
van de begrippen staat en recht naar voren en was nog ver verwijderd
van het niveau van politieke interpretatie van deze begrippen dat het
Russisch anarchisme in 1920 had bereikt. Dat is althans de conclusie
van S. Udartsev in zijn boek 'Politieke en rechtstheorie van het anarchisme
in Rusland'. (2) Hij merkt ook op dat 'aan het begin van de jaren 90,
onder de omstandigheden van de overgang naar een markteconomie de anarchisten,
die de overgangsstrategie ondersteunden, optraden tegen de staatsregulering
van dit proces'. Er aan toevoegend dat 'lang niet alle Russische anarchisten
de overgang naar een markteconomie steunden, maar alleen hun rechtervleugel'.
(3)
De opleving van de anarchistische of libertaire beweging in de jaren
80 is een historistisch feit. Aan de werken van Bakoenin en Kropotkin
ontleende men de theoretische uitgangspunten, maar gezocht werd naar
de inbreng van nieuwe theorieën. Een deel van de Russische libertairen
anticipeerde op de ideeën van het libertaire municipalisme van
de Amerikaanse anarchist Murray Bookchin, in Rusland het 'rechtse anarchisme'
genoemd. De anarchistische idee kreeg zelfs enig succes bij delen van
de bevolking die het als een nieuw onbekend verschijnsel beschouwden
en als mogelijke uitweg uit de chaos die het land kenmerkte. De opleving
vond plaats in de vorm van het op veel plaatsen verschijnen van kleine
anarchistische groepen in de grote steden van Rusland. Regelmatig streefden
zij naar vereniging met elkaar, zij veranderden snel van naam, dan
vond er weer een scheuring plaats en tot op de dag van vandaag blijkt
er nog geen sprake van enige concentratie in enkele libertaire groepen.
De opleving ging niet vergezeld van het massaal ontstaan van theoretische
groepen, de meeste anarchistische groeperingen hielden zich bezig met
propaganda en agitatie in de in Rusland opkomende buitenparlementaire
bewegingen. Tijdens de politieke crises van augustus 1991 (poging tot
staatsgreep) en oktober 1993 (Jeltsin ontbindt met geweld het parlement)
steunden de anarchisten geen der conflicterende partijen. Zij namen
wel deel aan de gebeurtenissen rond het Witte Huis in Moskou in augustus
1991, maar in oktober 1993 riepen zij de burgers op niet deel te nemen
aan de ongeregeldheden. Een uitzondering waren de nationaal-anarchisten
die de kant van de roodbruine coalitie kozen.
Ook in de jaren 90 lieten de anarchisten zich negatief uit over het
proces van privatisering van de staatseigendommen. Zij riepen op tot
een boycot van het referendum over de grondwet van 1993, terwijl de
eerste afwijzende verklaring over de overgang naar een markteconomie
uit anarchistische hoek al van 1990 dateert.
Aan het begin van de jaren 90 ontstond in het pluriformer wordende
Rusland ook de stroming van het Russische nationalisme. Een groot aantal
uiterst rechtse organisaties kwam op (4) en hoewel de anarchisten en
uiterst rechtsen geen rivalen waren in de strijd om de macht kwamen
conflicten tussen hen steeds vaker voor. Een van de eerste vastgelegde
schermutselingen vond in augustus 1993 in Moskou plaats op het plein
voor het Leninmuseum bij het Rode Plein, waar men vanaf het begin van
de jaren 90 tot begin 2000 lectuur van de uiterst rechtse organisaties
kon aanschaffen (5). In mei 1993 was hier een anarchist in elkaar geslagen
door leden van de RNE, de fascistische Russische Nationale Eenheid.
Na herstel van zijn verwondingen besloot hij zich te wreken en samen
met 13 vrienden ging hij naar het plein. De vechtpartij ontaardde,
iemand sloeg iemand met een fles op het hoofd en een anarchist werd
gearresteerd. Veel conflicten in de jaren 90 waren in de regel het
gevolg van toevallige of slecht georganiseerde acties. De situatie
veranderde vanaf 2000 toen het geweld vanuit politieke motieven een
georganiseerde en doelgerichte vorm kreeg en er groepen ontstonden
die zich uitsluitend op gewelddadige activiteiten oriënteerden.
Het antifascisme in Rusland kwam op als antwoord op het geweld van
extreem-rechts en de Russische anarchisten speelden hierin een vooraanstaande
rol. Tegen het eind van 2000 kregen de tegenstellingen tussen extreem-rechts
en de antifascisten een verbitterde vorm. Zij werden niet massaler,
maar kwamen terecht in een situatie van tegenstellingen tussen jongerengroeperingen.
Het geweld bleef spontaan in de zin dat aan geen van beide kanten iemand
een doelgerichte leiding uitvoerde, maar tegelijkertijd werden de acties
strategischer en iedere concrete gewelddadige actie doelgericht gepland.
Ook vielen de eerste slachtoffers onder de antifascisten.
Wat was nu de concrete rol van de anarchisten binnen het Russisch antifascisme?
Het is onjuist om te stellen dat het anarchisme de enige politieke
stroming was. Niettemin leverden de anarchisten een wezenlijke bijdrage
aan het ontstaan van het antifascisme in Rusland. In het midden van
de jaren 90 bestond in Rusland de opvatting dat als men het over skinheads
had dit uitsluitend over extreem-rechts ging. Anarchisten gaven in
jongerenkringen informatie dat 'skinheads' ook linkse antifascisten
kunnen zijn. Een belangrijke rol hierin vervulde het tijdschrift 'Autonoom'
van de groepering Autonome Aktie. Vanaf het allereerste begin namen
anarchisten deel aan antifascistische acties. Een meerderheid van de
antifa-beweging sloot zich in het begin van haar 'straatcarrière'
bij de anarchisten aan en vormde daarna haar eigen anarchistische groeperingen.
Het politieke belang van de deelname van anarchisten in radicale antifascistische
activiteiten is echter niet groot, op de politieke situatie in het
land of zelfs in de afzonderlijke steden hadden deze activiteiten weinig
invloed. Anderzijds hadden zij wel een grote mobiliserende impact,
in de loop van dergelijke acties kregen de libertaire activisten grote
ervaring in actievoeren. Vanaf het begin van de 21e eeuw werd deelname
aan het radicaal antifascisme een onvervreemdbaar onderdeel van het
lidmaatschap van linksradicale, waaronder dus ook anarchistische, groeperingen.
Maar, vanuit het standpunt van verdergelegen doelstellingen heeft dit
ook een negatief effect. Deze vorm van acties kunnen afleiden van de
basisdoelen en wordt strijd tegen extreem-rechts een doel op zich.
En vanuit de optiek van de Russische overheid gaat het hier niet om
'strijd tegen fascisme' of tegen 'de vijanden van Rusland', maar om
tegenstellingen tussen groepen jongeren, als gevolg waarvan de staat
en het kapitalisme buiten schot blijven.
De subcultuur van jongeren als factor van de heropleving van het anarchisme
in Rusland speelde aan het einde van de 20e eeuw een sterke rol als
katalysator. Zij speelde een bepalende positieve rol in de verbreiding
van anarchistische ideeën in de Russische maatschappij, hoewel
deze rol ook weer niet moet worden overdreven. De subcultuur was weliswaar
katalysator, maar niet het 'broeinest'. Vanuit het prille anarchisme
uit de periode van de perestrojka ontstonden zelfstandige groepen,
die daardoor evenwel in een subcultuur terechtkwamen. Vanaf 2000 ontstaat
dan nog de zogeheten subcultuur van de RASH (Rode en Anarchistische
Skinheads) als tegenwicht van de rechtse skinheads.
De Russische anarchisten van het eerste decennium van de 21e eeuw roepen
als antwoord op de economische crisis, die ook Rusland treft en waardoor
talloze banen verloren gaan, op tot de vorming van arbeidscollectieven
en zelfbeheer van ondernemingen in collectief eigendom. (6) Het ontbreekt
echter aan de middelen en mogelijkheden om tegenover de alles overheersende
propagandamachine van de staat dit eigen concept te propageren. Een
subjectieve reden van het gebrek aan enige doorbraak van het anarchisme
in Rusland zit ook in het banale gegeven dat mensen moe worden en afhaken.
Om 10-15 jaar zonder onderbreking deel te nemen aan maatschappelijk-politieke
activiteiten, zonder daarvoor iets terug te krijgen, behalve dan de
morele voldoening van een aantal acties, is niet niks. Velen zijn moe
van de eindeloze pickets, bijeenkomsten, radicale aanvallen. Bij diegenen
onder hen die zich toch nog met politiek bezig willen houden leidt
dat soms tot merkwaardige en betwistbare politieke varianten, zoals
de bijvoorbeeld aan het eind van de jaren 90 in Oekraïne opgerichte
partij 'Unie van Anarchisten van Oekraïne'. Zo ontstond een variant
van het anarchisme, waarvan de vertegenwoordigers deelnemen aan verkiezingen
en zich bezighouden met 'legale', dat wil zeggen door de staat getolereerde
burgerprotesten.
Bij de huidige libertaire beweging in Rusland zien we drie richtingen
van activiteiten: behalve het reeds genoemde antifascisme is er de
strijd tegen de dienstplicht en voor het milieu. Deelterreinen, maar
voor een verdere succesvolle ontwikkeling zal het noodzakelijk zijn
om een meer sociaal geörienteerde koers uit te zetten om een wisselwerking
te krijgen met de massa. Contacten van libertaire groeperingen met
de bevolking zijn fragmentarisch, de groeperingen staan op zichzelf,
houden zich met hun afgebakende specifieke thema's bezig zonder verbindingen
met een reële sociale context. Toch is het anarchisme in Rusland
een beweging die functioneert. Aan het eind van het eerste decennium
van de 21e eeuw kan men daar ondubbelzinnig van spreken. In iedere
grote of kleinere stad bestaan er libertaire groepen, die in essentie
autonoom zijn. De huidige libertaire beweging is niet minder talrijk
en niet minder invloedrijk in het kader van de buitenparlementaire
oppositie dan aan het begin van de jaren 90. De kwestie is alleen dat
zij tegenwoordig wordt genegeerd, slechts nu en dan berichten de media
over hen, en dan ook nog voornamelijk als 'antifa' of 'milieugroep'.
De perspectieven voor de linksradicale beweging in het tegenwoordige
Rusland zijn onzeker. De massa is nog te besmet met het vertrouwen
in de 'goede overheid', in de rechters, in het vermogen om alles op
te lossen langs vreedzame weg en begrijpt niet dat de miljoenen staatsambtenaren
een afzonderlijke sociale groep vormen met eigen bekrompen belangen
waar men slecht een georganiseerde radicale beweging tegenover kan
stellen. Onzeker zijn de perspectieven ook omdat niet duidelijk is
wie daadwerkelijk de 'sociale factor van verandering ' is, oftewel
'wat is de revolutionaire klasse'? Maar ooit zal deze onzekerheid tot
een eind komen en de taak van de libertaire beweging komt er dan op
neer om zich op dat moment een beweging met een helder programma te
tonen dat de bekwaamheid en ervaring van resolute, integere revolutionairen
in zich heeft. (7)
(1)Cas Pik (dagblad Spitsuur), Sint Petersburg, 2 mei 2009
(2)S.F, Udartsev, Politieke en rechtstheorie van het anarchisme in
Rusland, Almaty 1994, pag. 301
(3)idem, pag. 302-305
(4)zie bijv. Bas van der Plas: Rechts in Rusland, Breda 1996)
(5)de door mij daar verzamelde krantjes en brochures heb ik aan het
IISG geschonken
(6)Uit interview met anarchisten in Moskou.
(7)Uit interviews met anarchisten in Samara en Rostov-na-Donu
Dit artikel verscheen in het 17e Jaarboek Anarchisme van De AS 169/170, voorjaar/zomer 2010
|