"De nieuwe wereldorde brengt het vaderland in verval", was een van de leuzen die werden meegedragen tijdens de demonstratie in Kiev tegen de benoeming van Julia Timosjenko tot premier van Oekraïne.
Door Vadim Donetsky/INSUDOK
Na zijn inauguratie als president van Oekraïne begaf Viktor Joesjtsjenko
zich naar Moskou om daar met Poetin de Russisch-Oekraïense verhoudingen
te bespreken. Zo'n 60 procent van de buitenlandse handel van Oekraïne is
een onderonsje met de Russische Federatie en Oekraïne is vrijwel geheel
afhankelijk van Russische gas- en olie-invoer voor de energievoorziening. Bovendien
loopt een groot deel van het Russische gas dat naar West-Europa wordt geëxporteerd
door pijpleidingen over Oekraïens grondgebied.
Joesjtsjenko maakte dan ook duidelijk dat hij een voorstander blijft van de
Verenigde Economische Zone, een economisch samenwerkingsproject van de Russische
Federatie, Wit-Rusland, Kazakstan en Oekraïne, met de aantekening dat deze
Zone de Oekraïense toenadering tot de Europese Unie en de NAVO niet in
de weg staat.
Al lang voordat Joesjtsjenko uiteindelijk werd uitgeroepen tot winnaar van de
turbulente presidentsverkiezingen waren er al de nodige geruchten dat Julia
Timosjenko tot regeringsleider zou worden benoemd. Tijdens het verblijf van
Joesjtsjenko in Moskou kwamen persbureaus met het bericht dat Joesjtsjenko Julia
Timosjenko had benoemd tot premier, en daarmee een 'vrouw die een ware vertegenwoordigster
is van het Oekraïense nationalisme'. In de maanden voorafgaaand aan haar
benoeming had de 44-jarige multimiljonaire zich vaak op ongekend harde wijze
uitgelaten tegen Rusland en Oost-Oekraïne, dat nauwe banden met Rusland
heeft.
Wie niet met ons is....
Het aantreden van Julia Timosjenko als minister-president in Kiev kan vergaande
gevolgen hebben. Maar zonder de steun van Washington, dat ook al in overvloedige
mate het aan de macht komen van Joesjtsjenko zelf had ondersteund, zou dit besluit
tot aanstelling van Timosjenko niet genomen zijn. De benoeming van Timosjenko
is een volgende stap in de strategie van Washington die gericht is op een verdergaande
destabilisering van de Russische Federatie en het Gemenebest van Onafhankelijke
Staten (GOS). Washington gaat nog steeds uit van de doctrine 'wie niet met ons
is, is tegen ons', hetgeen betekent dat iedere regering die de Amerikaanse belangen
in de wereld op welke wijze dan ook in de weg staat de kans loopt te worden
omvergeworpen via een 'fluwelen', 'oranje' of willekeurig anderskleurige 'revolutie',
danwel militaire agressie. Dit alles onder de noemer 'verbreiding van democratie
en vrijheid'.De staten die ontstonden na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie,
inclusief Rusland, zijn in potentie landen waar Washington speciale aandacht
voor heeft. Azerbeidjan, Georgië, Oekraïne en enkele Centraalaziatische
postsovjet staten zijn tot het Amerikaanse kamp 'toegetreden'. Andere ex-sovjet
staten worden argwanend bekeken. Het is geen toeval dat de nieuwe Amerikaanse
minister van buitenlandse zaken Condoleezza Rice Wit-Rusland een 'voorpost van
tirannie' noemde. Wit-Rusland heeft net als Oekraïne stevige economische
banden met Rusland.
Bij de inauguratie van Joesjtsjenko in Kiev was ondermeer Colin Powell, voorganger
van Rice als minister van buitenlandse zaken van de VS, aanwezig. Joesjtsjenko
dankte via Powell de VS voor de steun en benadrukte dat 'de internationale hulp,
de hulp en steun van onze bondgenoten was heel essentieel voor de inplanting
van democratie in Oekraïne.' Powell verzekerde Joesjtsjenko van de verdere
steun uit Washington en hij zei dat de VS zich ook zullen inspannen om Oekraïne
te laten toetreden tot de Wereldhandelsorganisatie WTO. Duidelijk is dat het
bewind van Joesjtsjenko in belangrijke zal steunen op de VS.
Ook Timosjenko op haar beurt heeft alle reden om steun vanuit de VS te verwachten.
Van Russische zijde staat zij nog altijd onder verdenking van omkoping van Russische
ambtenaren van het Ministerie van defensie in de periode dat zij hoofd was van
de Verenigde Energiesystemen. De verkiezingscampagne van Joesjtsjenko werd behalve
door een aantal westerse fondson en overheidsinstellingen ook gefinancierd door
rijke Oekraïense zakenlieden, zoals Petr Porosjenko, de eigenaar van het
televisiestation Kanaal 5. Porosjenko is weer een vriendje van Julia Timosjenko.
Timosjenko was naast Viktor Joesjtsjenko een van de leidende figuren van de
Oekraïense oppositie, en nu dus premier. Zij wordt ook wel 'mooie Julia
' of 'de roofbarones' of 'de gasprinses' genoemd, en zij laat zich niet onbetuigd
wat het doen van radicale uitspraken betreft die het conflict alleen maar verscherpen.
Nadat leiders uit het oosten van Oekraïne in antwoord op de demonstraties
en eisen van de oppositie hadden gedreigd met eisen voor autonomie in hun regio,
gaf Timosjenko een ultimatum uit namens het 'Comité voor Nationale Redding',
waarin zij het ontslag eiste van de bestuurders in Oost-Oekraïne, van de
algemeen procureur van Oekraïne, en de berechting van de gouverneurs van
de provincies Charkov, Donetsk en Lugansk, die met autonomie gedreigd hadden.
Ten overstaan van de duizenden demonstranten in Kiev dreigde Timosjenko ook
met het beperken van de bewegingsvrijheid van president Koetsjma en met de blokkade
van luchthavens, spoorwegen en autowegen.
Timosjenko heeft macht gekregen na een relatie met de vroegere gouverneur van
de regio Dnepropetrovsk, Pavel Lazarenko, die tot haar grote vreugde later Oekraïense
premier werd en haar het beheer over veel vroegere staatsbedrijven gaf en het
alleenrecht op de import van gas uit Rusland. Timosjenko kreeg de controle over
20% van het Bruto Nationaal Product van Oekraïne, werd directeur van de
"Verenigde Energiesystemen van Oekraïne". Vervolgens werd zij
Minister van Energie en vice-premier, totdat zij door Koetsjma werd ontslagen.
Daarna vormde zij met Lazarenko een politieke coalitie tegen Koetsjma. Gedurende
haar hele actieve leven is de loopbaan van Timosjenko omgeven geweest met schandalen,
verhalen over fraude en corruptie, maar steeds ontsprong zij de juridische dans.
Haar vroegere maatje Lazarenko kwam evenwel in de gevangenis in San Francisco
terecht, veroordeeld wegens grootschalige witwasoperaties van zwart geld, waaronder
72 miljoen dollar rechtstreeks afkomstig van
Julia Timosjenko.
Moskou wil Timosjenko nog altijd veroordelen wegens fraude, in de vorm van omkoping
van hoge Russische militairen. Eerder had in mei 2002 het Oekraïense gerechtshof
de zaken tegen Timosjenko al geseponeerd. In die zaken was zij beschuldigd van
het smokkelen van 100.000 dollar in haar handbagage, waarmee ze werd aangehouden
op de Moskouse luchthaven Vnoekovo in 1995. Daar komt het omkopingsverhaal vandaan.
Verder was zij beschuldigd van illegale gasimporten (smokkel dus) in 2001 en
het betalen van smeergeld aan Pavel Lazarenko. De Moskouse aanklacht tegen Timosjenko
zal echter geen consequenties hebben, omdat de Oekraïense Grondwet het
verbiedt een ingezetene van dat land uit te leveren aan een ander land.
In het boek 'Casino Moscow' van Matthew Brzezinski wordt een heel hoofdstuk
gewijd aan Timosjenko onder de titel 'De vrouw van 11 miljard'. In dit hoofdstuk
schrijft Brzezinski ondermeer dat 'de Amerikaanse regering bewijzen heeft van
overboekingen die zij persoonlijk deed aan Lazarenko toen hij premier was.'
Dit impliceert dat Washington Timosjenko onder druk kan zetten en zelfs chanteren
wanneer dat nodig zou zijn voor de verdere implantatie van Amerikaanse belangen
in Oekraïne.
In Oekraïne zelf steunt Timosjenko deels op extreemrechtse krachten. Van
haar fractie in het parlement, niet onbescheiden het Julia Timosjenko-blok genoemd,
maken de extreemrechtse Vaderland-partij, de neofascistische Oekraïense
Nationale Assemblee-Oekraïense Zelfverdediging (UNA-UNSO) en de uitgesproken
anti-Russische Oekraïense Conservatieve Republikeinse Partij (UKRP) deel
uit. Dit zijn partijen met zeer extreme standpunten, waarvan sommige leden de
Duitse inval in de Sovjet-Unie van juni 1941 nog steeds als een bevrijding beschouwen.
Zij aan zij vochten Oekraïense nationalisten met de Duitse SS en deze nationalisten
hebben inmiddels binnen die partijen een heldenstatus gekregen.
Washington verwelkomt deze lieden in haar 'verbreiding van democratie en vrijheid'.
Het hoogste stadium van het kapitalisme is nu de cryptofascistische expansiepolitiek
van Washington geworden; een perverse politiek waarin niet op een mensenleven
wordt gekeken wanneer het om uitbreiding van macht en invloed gaat. Maar dat
mag niet hardop gezegd worden, het gaat immers om 'democratie en vrijheid'!