| Oekraïense presidentsverkiezingen 2010 De vernedering van Joesjtsjenko
De smadelijke nederlaag van de zittende president Viktor Joesjtsjenko
in de eerste ronde van de Oekraïense presidentsverkiezingen op
zondag 17 januari is een ernstige aanslag op de strategische belangen
van de Verenigde Staten. De VS steunde de greep naar de macht van Joesjtsjenko
c.s.door middel van de zogeheten "Oranje Revolutie" in 2004.
door Bas van der Plas/INSUDOK
Met slechts 5 procent van de stemmen gaven de kiezers een duidelijke
afwijzing van de politiek van Joesjtsjenko. De campagne in 2004 baseerde
zich nog op een platform van verzet tegen corruptie en de overheersing
van het land door oligarchen en hun eigenbelangen, maar na 5 jaar
Joesjtsjenko is zijn regering synoniem geworden met corruptie en
eigenbelang.
De kandidaat met de meeste stemmen bij de verkiezingen van zondag
17 januari was Viktor Janoekovitsj, de man die Joesjtsjenko versloeg
in
de derde ronde van de stemming in 2004. Met 35 procent van de stemmen
lijkt Janoekovitsj door te gaan naar overwinning in de tweede ronde.
Daar zal hij geconfronteerd worden met de kandidaat die op de tweede
plaats eindigde, Julia Timosjenko, op dit moment nog de minister-president
van Oekraïne. Timosjenko haalde 25 procent van de stemmen in de
eerste ronde.
Maar er is ook wijdverbreid verzet tegen alle kandidaten te constateren,
de opkomst is gedaald tot 67 procent van de geregistreerde kiezers,
tegen 75 procent in de eerste ronde in 2004. Bijna een miljoen stemmen
werd uitgebracht "tegen alle kandidaten" of werden bewust
ongeldig gemaakt.
staatsgreep
De verkiezingsresultaten waren een afwijzing
van de zogenaamde Oranje Revolutie, wat de facto een door Washington
gesteunde staatsgreep was om een kliek van oligarchen, die nauwe betrekkingen
met Rusland hadden, te vervangen door een andere groep die gebonden
is aan het VS-imperialisme. Dit alles was onderdeel van een agressieve
strategie van Washington om de macht van Rusland te verzwakken in de
voormalige Sovjetregio door middel van steun aan een reeks pro-Amerikaanse "hervormings"bewegingen,
waaronder de "Bulldozer Revolutie" in Servië (2000),
de "Rozenrevolutie" in Georgië (2003), en de mislukte
pogingen tot verandering van regime in Wit-Rusland. In elk van deze
landen gaven het Amerikaanse State Department en diverse in Washington
gevestigde organisaties met nauwe banden met de regering een opleiding
en materiële steun aan oppositiegroepen, met name studenten en
jongeren. Deze groepen, op hun beurt, zorgden voor brede steun aan
de campagnes van de kandidaten die waren gescreend en gesteund door
het Witte Huis. Deze pogingen om een "nieuw Europa te creëren," zoals
het heette in de woorden van de voormalige minister van Defensie Donald
Rumsfeld, van pro-Amerikaanse regimes in de voormalige Sovjet-sfeer,
staan op één lijn met de oorlogen van Washington in het
Midden-Oosten en Centraal-Azië, die gericht zijn op het veiligstellen
van controle over de energiebronnen en doorgangsroutes ten koste van
de concurrenten, met name Rusland.
De sleutelrol in het beleid van Joesjtsjenko, die is verworpen door
een grote meerderheid in tal van peilingen, was het Oekraïense
streven naar lidmaatschap van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie
(NAVO). Hij steunde Washington ook in de oorlogen in Irak en Afghanistan.
In 2008 was Joesjtsjenko een uitgesproken voorstander van de door VS
gesteunde aanval van Georgië op de pro-Russische separatistische
provincie Zuid-Ossetië.
Joesjtsjenko heeft tijdens zijn presidentschap gezorgd voor een forse
verlaging van de levensstandaard van de bevolking, de werkgelegenheid
en de lonen zijn dramatisch gedaald als gevolg van de wereldwijde recessie.
De Oekraïense bruto binnenlandse productie daalde met 15 procent
in 2009, het financiële stelsel wankelde op de rand van instorting
en internationale exportorders voor haar industriële producten
daalden. Geconfronteerd met een dreigend failliet werd aan Oekraïne
een noodkrediet van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) toegekend,
de zware voorwaarden voor terugbetaling zullen ervoor zorgen dat de
bevolking zal hebben te betalen voor de economische crisis.
het opportunisme van Timosjenko
Een leidende figuur in de "Oranje Revolutie," tweede plaats
kandidaat Julia Timosjenko, was inmiddels een bittere rivaal van Joesjtsjenko
geworden, die haar eind 2005 ontsloeg als minister-president. De twee
kwamen tot een voorzichtige parlementaire alliantie in 2007, maar bleven
voortdurend in conflict, beschuldigen elkaar van corruptie, autoritarisme
en verraad.
De belangen van de Oekraïense grote bedrijven, die nog steeds
nauw verbonden zijn met Rusland, vooral in de energiesector, verkeren
in de gunst van zowel Timosjenko als Janoekovitsj, die zich beijveren
voor het herstellen van de betrekkingen met Moskou. Deze relatie met
Moskou was ernstig beschadigd tijdens het presidentschap van Joesjtsjenko.
Beide kandidaten hebben in feite hetzelfde beleid tegen het Oekraïens
lidmaatschap van de NAVO, met Janoekovitsj uitgesproken afwijzing,
terwijl Timosjenko erop aandringt dat de toetreding tot de militaire
alliantie onderwerp wordt van een referendum. Timosjenko en Janoekovitsj
zijn ook voorstanders van nauwere betrekkingen met de Europese Unie
(EU), de grootste handelspartner van het land. Duitsland heeft zich
stilzwijgend verzet tegen lidmaatschap van Oekraïne in de NAVO
omdat dit wellicht de groeiende economische en strategische betrekkingen
met Rusland zal destabiliseren.
De gelijkenis van het beleid van Timosjenko en Janoekovitsj ten aanzien
van Rusland en de NAVO is een scherpe ommezwaai in vergelijking met
de campagne van 2004. Tijdens de "Oranje Revolutie" bediende
Timosjenko zich vaak van anti-Russische retoriek in een oproep om steun
aan zowel het Oekraïense chauvinisme als aan Washington. Zij behield
deze lijn nog in een artikel dat werd gepubliceerd in de editie van
mei-juni 2007 van het Amerikaanse tijdschrift Buitenlandse Zaken, waarin
zij er bij de VS en de EU op aandrong krachtig te reageren op "het
reeds lang bestaande expansionisme van Rusland."
In 2008, in een reactie op de dalende positie van het VS-imperialisme
in de regio, alsmede het feit dat Washington nog steeds Joesjtsjenko
steunde, nam Timosjenko een verzoenende houding aan ten opzichte van
Moskou. Het debacle van augustus 2008 in de oorlog tussen Georgië en
Rusland toonde de beperkingen van het VS-imperialisme aan de Oekraïense
elite. De overweldigende Russische militaire reactie op de Georgische
aanval op Zuid-Ossetië was een duidelijk teken dat Moskou haar
belangen in de voormalige Sovjet-regio zou blijven laten gelden, ongeacht
de steun aan Tbilisi of Kiev door de Verenigde Staten.
In tegenstelling tot de openlijke steun van Joesjtsjenko aan Saakasjvili,
zelfs door het leveren van Oekraïense wapens aan Georgië,
weigerde Timosjenko de Russische tegenaanval te veroordelen.
Timosjenko werd daarvoor het volgende jaar beloond, toen in januari
2009 het Kremlin haar uitnodigde voor besprekingen met de Russische
premier Vladimir Poetin, die een voorlopig einde brachten aan het grote
geschil tussen de twee landen over de betalingen en de prijzen voor
aardgas.
bittere rivalen
Janoekovitsj en Timosjenko blijven evenwel
bittere rivalen, ondanks de gelijkenis van de twee kandidaten op het
gebied van buitenlands beleid, en het feit dat, wie er ook wint, het
IMF en de EU grotendeels het binnenlands economisch beleid zullen bepalen.
De tegenstellingen tussen hen beiden weerspiegelen zich in hun persoonlijke
belangen en die van de rivaliserende kliek van oligarchen om hen heen.
Janoekovitsj is een vertegenwoordiger van de industriëlen gevestigd
in de regio Donetsk in het oosten van het land, die profiteerden van
een voorkeurspositie bij de privatisering van voormalige Sovjet-ondernemingen
in de jaren 1990. Timosjenko wil de macht van de staat gebruiken om
de controle over veel van deze bedrijven aan haar rivalen te onttrekken,
in het voordeel van haar aanhangers in Oekraïne, haar clan van
oligarchen.
Met dergelijke tegenstrijdige belangen, en ter voorbereiding op een
uitslag in de tweede ronde van een vrijwel gelijke uitslag, hebben
beide kampen elkaar bij voorbaat al van voorbereiding tot electorale
fraude beschuldigd. Hoewel de Oekraïense en internationale waarnemers
verklaarden dat de eerste ronde van de verkiezingen verliep volgens
aanvaardbare normen, beschuldigde Timosjenko haar rivaal van de voorbereiding
van een "monsterlijke" verkiezingsfraude. Van zijn kant werd
door Janoekovitsj gesuggereerd dat de premier probeerde de voorzitter
van de kiescommissie en het ministerie van Binnenlandse Zaken te beïnvloeden
over de uitslag van de stemming.
Maar evenals in 2004, valt aan beide zijden een gebrek aan een serieus
streven naar democratie waar te nemen, een symptoom van de grote sociale
kloof die de Oekraïense elite scheidt van de brede massa van de
bevolking.
|