Door Klaas E. Meijer (**)
"Joesjtsjenko is bezig onze economie te verwoesten"
In de Volkskrant van 8 december verzucht een vakbondsleider: "Joesjtsjenko en zijn oranje bendes zijn bezig onze economie te verwoesten." "Maar het kan hem niets schelen als de industrie hier in het Donbekken kapotgaat." De geschiedenis geeft hem gelijk. Toen Joesjtsjenko premier was voerde hij een onversneden IMF-beleid uit dat de koopkracht meer dan halveerde en buitenlandse investeerders alle ruimte gaf. Maar er is daar meer aan de hand.
Brzezinski, de veiligheidsadviseur van president Carter, ziet Oekraïne als dé strategische pion om de macht van Rusland in te perken, afhankelijk te maken van (West-)Europa en daarmee van de VS, omdat Europa voor de VS het bruggenhoofd is om haar suprematie over heel Eurazië te kunnen handhaven. De geostrategische dubbele bodem daarbij is dat een VS-zetbaas in Oekraïne de VS(-bedrijven) nog meer macht geeft over hun Europese concurrenten omdat Europa erg afhankelijk is van Russisch aardgas, dat voornamelijk via Oekraïne naar Europa gaat. Daarom zijn allerlei organisaties uit de VS daar al tijden actief om met hun "oranje bendes" Joesjtsjenko te steunen (en Bush te tonen dat de expansie van de politiek-economische macht van de VS veel goedkoper kan dan via oorlogen zoals in Irak). Het gaat dus in de kern helemaal niet om wel of niet democratische verkiezingen. Het gaat om 'The grand chessboard' (de titel van het boek van Brzezinski), het geostrategische schaakspel, om de suprematie van de VS in Eurazië.
Joesjtsjenko en het IMF-recept voor armoede
Joesjtsjenko is geen onbekende. Als directeur van de Nationale Bank van Oekraïne
was hij een van de belangrijkste 'hervormers' achter de overeenkomst met het
IMF (Internationale Monetaire Fonds) in 1994. De Canadese econoom prof. Michel
Chossudovsky (1) heeft de gevolgen van zijn beleid onderzocht. De prijzen stegen
met 300 procent (elektriciteit 600 procent, openbaar vervoer 900 procent) en
de koopkracht daalde met 75 procent (officiële IMF-cijfers). Dat
ruïneerde de publieke en particuliere bedrijven.
Door de liberalisering verdrongen (gesubsidieerde) VS-exporteurs de lokale boeren.
In 1999 werd Joesjtsjenko premier onder druk van Washington en het IMF, waarbij
het parlement werd verleid door verhalen over een lening van 300 miljoen dollars.
Grote delen van de industrie werden ontmanteld en hij probeerde de olie- en
gasovereenkomst met Rusland te ondermijnen. Vorig jaar november mocht ik in
Oekraïne de gevolgen ervaren: in de wegen zijn gaten gevallen, elektriciteit
en drinkwateraanvoer vallen regelmatig uit en een industriecoöperatie voor
visconserven, die vroeger een eigen 'cultuurpaleis' had en duizenden mensen
werk gaf, is niet meer.
Oude vrouwtjes vullen hun karige pensioen aan met het afstruinen van afvalbakken.
Dat ging het parlement te ver: Joesjtsjenko kreeg z'n ontslag. Zoals BBC Monitoring
op 16 november 2004 meldde: "Joesjtsjenko heeft zijn verplichtingen naar
het IMF beter voldaan dan zijn plichten naar de burgers van dit land."
De internationale financiële wereld strafte direct en plaatste Oekraïne
op de zwarte lijst van crediteuren. Een paar maanden later was hij op bezoek
bij topfunctionarissen van de regering van Bush en in 2003 sprak hij er o.a.
minister van Defensie Dick Cheney en het 'Internationale Republikeinse Instituut',
het IRI. De neoconservatieven hebben de verkiezingen van dit jaar goed voorbereid.
Het Amerikaanse 'spel' in Oekraïne
Waarom heeft Joesjtsjenko ondanks het debacle als premier nu toch ongeveer
vijftig procent van de stemmen achter zich? Vergeetachtigheid in combinatie met mooie beloften over voorspoed uit het Westen
speelt daar zeker een rol in. Vooral het economisch zwakke westen hoopt dat
de op Europa en de VS georiënteerde politiek van Joesjtsjenko investeringen
en dus werkgelegenheid uit het Westen zal brengen.
In het oosten denkt men daar heel anders over. Volgens de Volkskrant van 9
december zijn bijvoorbeeld de mijnwerkers daar er heel blij mee dat premier
Janoekovitsj - de tegenstander van Joesjtsjenko - "de mijnbouw uit het
moeras van de schulden heeft getrokken" en zijn zij bang voor de liberaliseringspolitiek
van Joesjtsjenko, waardoor de mijnen en de zware industrie met sluiting worden
bedreigd. Verder is er het brede ongenoegen met de vriendjespolitiek onder de huidige
regering die onder grote invloed staat van de tyconen die sinds het uiteenvallen
van de Sovjet-Unie allerlei staatsbedrijven voor een appel en een ei toegeschoven
kregen.
Dat alles is maar een deel van de oorzaak. Prof. Chossudovsky: "Joesjtsjenko
wordt niet alleen ondersteund door het IMF en de internationale financiële
gemeenschap; hij heeft ook de steun van 'The National Endowment for Democracy
(NED)', de 'Carnegie Endowment for International Peace', 'Freedom House' en
het 'Open Society Institute' van George Soros, die achter de schermen vorig
jaar een rol speelde bij 'het wippen van Eduard Shevardnadze, de president van
Georgië, door financiële spieren en organisatiemetaal te plaatsen
achter zijn opponenten." (2)
In zijn artikel wordt de werking van deze organisaties grondig onderbouwd. De
NED financiert Joesjtsjenko's partij, heeft het IRI als onderafdeling en heeft
hechte banden met de CIA. Zo was de directeur van NED, James Woolsey tien jaar
geleden hoofd van de CIA (3). Soros' Instituut (waar Mabel Wisse Smit, de nieuwste
Oranje-prinses, al jaren topfunctionaris is) financiert de pro-westerse jeugdbeweging
Pora (Het is tijd) die wekenlang het centrum van Kiev bezet hield. In zijn boek
'De zeepbel van de Amerikaanse macht' noemt George Soros dat "preventieve
constructieve acties", als alternatief voor de preventieve gewapende acties
van Bush, die hij veel te duur vindt en de haat tegen de VS voeden.
In de Volkskrant van 8 december beklagen de mijnwerkers zich er over dat het
oranjevolk van Pora gratis eten, drinken en onderdak krijgt, terwijl zij de
mijnschachten in moeten. De peilingen op de dag van de verkiezingen - die de
overwinning van Joesjtsjenko voorspelde - zijn gefinancierd door westerse groepen
(Guardian 26 november), zoals de IRI en het Freedom House. Verder is er een
economische denktank ICPS gefinancierd door het westerse CIPE, die met steun
van de Wereldbank een economische blauwdruk heeft gemaakt voor het beleid na
de overwinning van Joesjtsjenko.
Volgens historicus Mark Almond - die voorheen actief was in dit soort clandestiene
operaties, maar daar op is afgeknapt - is hier niets nieuws onder de zon (4)
: "Het media-imperium Agora, van ex-dissident Adam Michnik - dat vandaag
400 miljoen euro waard is - kwam voort uit de ondergrondse publicaties van 'Solidariteit',
in de jaren tachtig gefinancierd door de CIA. Zijn kranten steunen nu de oorlog
in Irak ondanks de enorme impopulariteit onder de Polen."
Mijnwerkers in wip-positie
In de Volkskrant van 9 december wordt beschreven dat de mensen in het oosten
van Oekraïne nog niet zo politiek actief zijn als in het westen. Het is
wel duidelijk waarom: de CIA en Soros hebben vooral geïnvesteerd in het
westen, waar de economie erg zwak is en men dus het meeste verwacht van de zegeningen
uit het Westen. De krant beschrijft ook de boosheid van de mijnwerkers en de
vakbondsmensen en hun ontluikende politieke bewustzijn. Zij - en de vakbonders
en andere progressieve krachten in de hele Oekraïne zullenbepalen wat de
verkiezingsuitslag in de herhaling zal zijn. De overwinning van Janoekovitsj
en zijn nationalistische tyconen (die geen concurrentie van buitenlandse investeerders
wensen) zal zeker niet een panacee voor alle kwalen bieden.
Maar het lijkt er toch erg op dat het economisch voor Oekraïne beter is
dat de door de CIA, Soros en (minder krachtig) door de EU gesteunde Joesjtsjenko
de verkiezingen niet wint. Wellicht dat Soros c.s. daarna nog popconcerten blijven
sponsoren om in de volgende ronde een nieuwe West-kandidaat te promoten.
(*) Dit artikel is verschenen in het decembernummer van 'Manifest'.
(**) Klaas E. Meijer is management consultant en studeerde sociologie aan de Universiteit van Amsterdam.
(1) www.globalresearch.ca/articles/CHO411D.html
(2) New Statesman, 29 November 2004
(3) Guardian 7 december
(4) Guardian, 7 december