Door Ellen Korver/INSUDOK
In de westerse pers wordt de situatie in Oekraïne voorgesteld als een strijd tussen dictatuur en democratie, tussen een autoritair regime en een democratische oppositie. Openlijk kiezen de Nederlandse media partij voor Joesjtsjenko in een ongenuanceerd beeld dat vooral de tegenstelling tussen 'democratie' en 'dictatuur' belicht. De westerse vrije markteconomie is in de visie van de Nederlandse media de enige optie voor de toekomst van Oekraïne en dat zullen we weten ook!
Correspondent Peter d'Hamecourt mag in vrijwel ieder programma van de publieke omroepen reclame voor Joesjtsjenko komen maken en zijn in Kiev demonstrerende aanhang neerzetten als de 'ware helden van de democratie'. Aanhangers van Janoekovitsj zijn vooral 'provocateurs' die uitzijn op de onderdrukking van iedere vorm van oppositie. En zo worden er door de Nederlandse media nog meer ongenuanceerde propagandisten voor Joesjtsjenko ten tonele gevoerd. In het Nederland-1 programma 'Netwerk' mocht D66-prominent Hanneke Gelderblom, die namens de OVSE in Oekraïne was geweest, er op maandag 22 november blijk van komen geven dat ze helemaal niets over het land, de bevolking en de politieke situatie weet, maar wel overtuigd was van het gelijk van Joesjtsjenko en zijn aanhang. De volgende avond was Thijs Berman aan de beurt in 2Vandaag en op vrijdag was diezelfde Berman bij Barend en Van Dorp op RTL-4. Op de website van de PvdA heeft Berman zijn eigen pagina, waar hij wordt voorgesteld in het Europarlement voor de PvdA lid te zijn van de commissies Landbouw en Regionale ontwikkeling en zich bezighoudt met de situatie in de Oekraïne, met media en met persvrijheid. Zijn interpretatie van de situatie in Oekraïne is een ongenuanceerd pleidooi voor de vrije markteconomie en de toekomstige uitbuiting van de Oekraïense bevolking. Tot eind 2003 was Berman journalist en sinds juni 2004 lid van het Europarlement. Als journalist was Berman een actief pleitbezorger voor de 'westerse normen en waarden', een rol die hij in de PvdA met nog meer verve speelt. "Die mensen (hij doelde op de mijnwerkers uit Donetsk waarvan beweerd werd dat ze onderweg waren naar Kiev om voor Janoekovitsj te demonstreren, e.k.) zijn erop uit dat het mis zal gaan zodat de politie kan ingrijpen," beweerde Berman zonder daarvoor enige grond te hebben in Barend en Van Dorp van vrijdag 26 november. In diezelfde uitzending zei hij "Er is een kans dat 't goed afloopt en daarmee heeft het Nederlands voorzitterschap (van de EU) een pluim verdiend" . Over domheid gesproken, maar dit is wel het niveau waarop de PvdA en andere partijen in Nederland tegen de situatie in Oekraïne aankijken, meningen worden van elkaar nagesproken (in verschillende programma's was gezegd dat in Donetsk 96% van de stemmen ten onrechte naar Janoekovitsj waren gegaan, iets dat door bijvoorbeeld Berman nog maar eens gepapegaaid werd) en hun eigen rol spelen in de verdere globalisering van ongelijkheid, armoede en uitbuiting.
Evenwicht in relaties
De Oekraïense werkelijkheid ligt heel wat genuanceerder dan 'journalisten'
als d'Hamecourt en Berman ons moeten laten geloven. Een werkelijke analyse van
de situatie in Oekraïne geeft een heel ander beeld dan de ons voorgehouden
strijd tussen 'goed'en 'kwaad'.
Zowel Joesjtsjenko als Janoekovitsj hebben hun basis in de nieuwe elite van
het land die de rijkdommen van de staat onder elkaar verdeelden na de ineenstorting
van de Sovjet-Unie in 1991. Verschillen tussen beiden zijn pas van later datum.
Van 1993 tot 1999 was Joesjtsjenko hoofd van de Oekraïense Centrale Bank,
en van 1999 tot april 2001 was hij minister-president. In beide functies diende
Joesjtsjenko onder president Leonid Koetsjma, die nu de 'macht achter Janoekovitsj'
geacht wordt te zijn. Als hoofd van de Centrale Bank en als minister-president
was Joesjtsjenko een van de belangrijkste hoofdrolspelers in de politiek van
economische liberalisering en privatisering. Deze politiek had desastreuze gevolgen
voor de Oekraïense bevolking: met een gemiddeld maandinkomen van 65 euro
heeft Oekraïne een van de laagstbetaalde bevolkingen van Europa, terwijl
een kleine laag 'nieuwe rijken'enorme kapitalen vergaarde. Joesjtsjenko zelf
werd door het IMF beschuldigd van 'ineffectief gebruik van kredieten'die waren
verstrekt aan de Oekraïense Nationale Bank en geruchten over verduistering
van miljoenen doen nog altijd de ronde.
Het conflict binnen de nieuwe Oekraïense elite, waarvan zowel Joesjtsjenko
als Janoekovitsj deel uitmaken, ontstond pas rond de vraag op welke wijze men
het beste de geprivilegieerde status kon verdedigen: in nauwe relaties met de
Russische Federatie of in een verdere openstelling van het land voor westerse
kapitalistische belangen.
President Koetsjma had sinds het aan de macht komen in 1994 een politiek van
evenwicht tussen Russische en westerse belangen in Oekraïne gevoerd. Enerzijds
streefde hij naar nauwe samenwerkingvan zijn land met de Europese Unie en de
Verenigde Staten. Hij sloot diverse verdragen met de EU en probeerde, totnutoe
tevergeefs, te opteren voor het Oekraïense lidmaatschap van de NAVO en
stuurde zelfs 1500 soldaten om de Amerikaanse bezettingsmacht in Irak te steunen.
Anderzijds onderhield hij ook nauwe betrekkingen met de Russische Federatie
en met president Vladimir Poetin.
In de huidige situatie in Oekraïne is het niet langer mogelijk om dit evenwicht
in relaties te handhaven. Oekraïne is het onderwerp geworden van grote
rivaliteit tussen Rusland aan de ene kant en de EU en de VS aan de andere zijde.
Beide kampen deden hun invloed gelden in de campagnes voor de presidentsverkiezingen
in Oekraïne en steunden ongegeneerd hun respectievelijke favoriet: Rusland
steunde Janoekovitsj en de westerse wereld Joesjtsjenko. Beide kampen benadrukten
daarmee hun economische en geopolitieke belangen.
Vanwege de toetreding van een aantal Oost-Europese landen tot de NAVO en de
vestiging van Amerikaanse militaire bases in de vroegere Centraalaziatische
Sovjetrepublieken, is Poetin vastbesloten om te voorkomen dat Oekraïne
binnen de westerse invloedssfeer komt. Al enige tijd is Moskou bezig met een
politiek die vroegere Sovjetrepublieken meer aan Rusland bindt en er bestaat
zelfs een project voor een eigen economische ruimte, als tegenhanger van de
EU, waar in ieder geval Rusland, Wit-Rusland, Oekraïne en Kazakstan doel
van uit zouden maken.
Voor de VS en Europa is Oekraïne, met z'n bijna 50 miljoen inwoners en
strategische ligging, een potentieel lucratieve markt en een belangrijke transportroute
voor olie en gas. Zo'n 80% van het voor Europa bestemde Russische aardgas wordt
getransporteerd via Oekraïne.
De heftigheid waarmee de belangen van Rusland en het westen botsen in Oekraïne
roept herinneringen op aan de dieptepunten van de Koude Oorlog Het toont aan
hoe gespannen en explosief de verhoudingen tussen het westen en Rusland zijn
geworden. Nog maar een aantal weken geleden hing Poetin als een van de eersten
aan de telefoon om George Bush te feliciteren met zijn herverkiezing. Nu zijn
beiden elkaars onverzoenlijke opponenten in de strijd om het Oekraïense
presidentschap. Wanneer dit conflict niet tot een spoedige oplossing komt kunnen
de onderlinge verhoudingen nog meer verslechteren en verder escaleren. De strijd
om invloed, afzetgebieden en grondstoffen zou dan opnieuw tot gewapende conflicten
kunnen leiden tussen een aantal landen, zoals ook de beide wereldoorlogen zijn
begonnen.
machtsbases
In de Oekraïense verkiezingscampagnes steunde Poetin Janoekovitsj, die
zijn politieke machtsbasis heeft in de industrieregio van het Donetsk-bekken
en de stad Dnjepropetrovsk in het oosten van het land. Rinat Achmetov, die tijdens
de privatisering in de eerste helft van de jaren 90 een groot deel van de zware
industrie in Donetsk in handen kreeg en beschouwd wordt als Oekraïense
´oligarch´, zou de belangrijkste financier achter Janoekovitsj zijn.
De oligarchen in de zware industrie van Oost-Oekraïne vrezen de mogelijke
westerse concurrentie en vertrouwen op steun uit Rusland. Het oosten van Oekraïne
heeft een voornamelijk Russisch sprekende bevolking. Russisch is ook de moedertaal
van Janoekovitsj.
In de westerse media werd veel ophef gemaakt over de bemoeienissen van Poetin
met de Oekraïense verkiezingscampagne. Voor de verkiezingen bracht Poetin
tweemaal een kort bezoek aan Kiev. Wanneer men bedenkt dat voor 1991 Rusland
en Oekraïne eeuwenlang deel uitmaakten van dezelfde staat (het Russische
Rijk en later de Sovjet-Unie) en een groot deel van de Oekraïense bevolking
Russischtalig is dan is die ophef redelijk misplaatst. Maar uiteraard wordt
hier gezocht naar alle middelen om de Russisch-Oekraïense verhoudingen,
als representant van het 'kwade', in diskrediet te brengen en om argumenten
te vinden voor steun aan Joesjtsjenko, de 'goede'. Daarom werd de aanzienlijke
bemoeienis van westerse regeringen en instituties ten voordele van Joesjtsjenko
in de media gebracht als 'volkomen normaal' en gerechtvaardigd als 'verdere
opening van Oekraïne naar het westen' (d.w.z. opening van het land voor
de westerse kapitalistische belangen) en een 'voortzetting van het hervormingsproces'
(ofwel de vrije markt liberalisering van de economie).
De machtsbasis van Joesjtsjenko ligt in het westen van Oekraïne. Dit was
lang een bolwerk van Oekraïense nationalisten, die in de tsarentijd jodenpogroms
organiseerden, die in de Sovjetperiode nog hun eigen partizanen hadden die tegen
de Sovjetmacht streden (het woord terroristen was toen nog niet ingeburgerd)
en bij de Duitse inval van juni 1941 massaal de Duitse troepen omarmden als
'bevrijders' en ijverig meehielpen met het opruimen van joden, zigeuners en
communisten. Joesjtsjenko is sterk op Europa georiënteerd en zijn standpunten
komen overeen met die van de nieuwe machthebbers in Polen, Hongarije en andere
Oost-Europese landen die hun toekomst zien als bondgenoten van de Westerse grootmachten.
Joesjtsjenko werd in zijn propaganda gesteund en gefinancierd door buitenlandse
adviseurs. Europese en Amerikaanse politici (en media) konden er maar niet genoeg
van krijgen om hem te prijzen en te beschrijven als een 'voorbeeldig' democraat.
En toen de stembussen op zondag 21 november sloten begonnen zij meteen met hun
beschuldigingen van verkiezingsfraude. De Amerikaanse senator Richard Lugar,
die als waarnemer bij de verkiezingen in Kiev was geweest, sprak van een 'geconcentreerd
en krachtig programma van fraude en misbruik op de verkiezingsdag' (CNN, 22
november). Gert Weisskirchen, buitenlandwoordvoerder van de Duitse SPD riep
Joesjtsjenko tot winnaar uit ('Heute' ZDF, maandag 22 november) en hij eiste
internationale sancties wanneer de heersende macht in Oekraïne zou blijven
weigeren de overwinning van de oppositiekandidaat te erkennen. Over de Joesjtsjenko-adepten
Berman, d'Hamecourt en Gelderblom hebben we het hierboven al gehad. De regeringen
in Washington en Berlijn dreigden inderdaad met sancties en eisten een onderzoek
naar de verkiezingsresultaten.
Angst en bezorgdheid
Het is zeer wel mogelijk en waarschijnlijk dat er tijdens de tweede ronde van
de Oekraïense presidentsverkiezingen op 21 november op ruime schaal werd
gefraudeerd. Poetin en Koetsjma, die allebei regeren op basis van autocratische,
corrupte regimes, zijn zeker tot een dergelijke taktiek in staat om hun kandidaat
aan de macht te brengen. En zeker is het ook zo dat er onder de aanhangers van
Joesjtsjenko, zij die demonstreren tegen de 'overwinning' van Janoekovitsj,
er velen zijn die worden gemotiveerd vanuit democratische bezorgdheid en het
goed voorhebben met het democratiseringsproces in Oekraïne. Maar de 'democratische'
pose van de VS en Europa is volkomen hypocriet. Wanneer pro-westerse regimes
hun macht verdedigen met autocratische methoden, zoals bijvoorbeeld in Azerbeidjan
en de voormalige Sovjetrepublieken in Centraal-Azië, dan kijken Washington,
Berlijn, Den Haag en andere Europese hoofdsteden de andere kant op. In Irak
bereiden zij de 'democratische' verkiezing van een marionettenregering voor
door een wrede oorlog tegen de burgerbevolking te voeren.
De Oekraïense bevolking is een speelbal geworden in de strijd om de macht
tussen Janoekovitsj en Joesjtsjenko, en de grootmachten trekken achter het decor
aan de touwtjes. Niet iedereen die voor de regeringskandidaat, voor Janoekovitsj,
stemde deed dat wegens manipulatie door de Oekraïense media, zoals de oppositie
en de westerse media en haar spreekbuizen als Berman c.s. ons willen doen geloven.
Arbeiders in de Oekraïense zware industrie hebben een gerechtvaardigde
angst voor het verliezen van hun arbeidsplaatsen wanneer Oekraïne in een
verdere toenadering tot de EU komt. Het voorbeeld van Polen en andere Oost-Europese
landen is wat dat betreft duidelijk. Bovendien vreest het Russische deel van
de Oekraïense bevolking discriminatie bij een overheersing van het Oekraïense
nationalisme. De Baltische Staten zijn de angstwekkende voorbeelden van wat
er fout kan gaan.
Onder de aanhang van Joesjtsjenko bevinden zich echter ook veel jongeren die
terecht bezorgd zijn over de inperking van vrijheid van meningsuiting en politieke
vrijheid. Zij bevinden zich echter in het uiterst dubieuze gezelschap van priesters
en nationalisten die traditioneel, om het zacht uit te drukken, nou niet bepaald
de democratische verworvenheden omarmen. Antisemitisme was lange tijd normaal
in nationalistische kringen in Oekraïne en hun steun aan de nazi's berucht.
Een andere rol naar de jongeren spelen de CIA en de Amerikaanse multimiljonair
George Soros. De CIA geeft morele steun aan studentenleiders en George Soros
financiert de jeugdbeweging 'Pora' ('Het is tijd'), waarvan de vlaggen de internationale
tv-schermen vullen bij beelden van de demonstraties uit Kiev. Eenzelfde soort
jeugdbeweging, -vanuit het buitenland opgezet, geregisseerd en gefinancierd-
manifesteerde zich in Joegoslavië en tijdens de zogenaamde 'rozenrevolutie'
van de nieuwe Georgische autocraat Michail Saakashvili in november 2003. In
Georgië noemde de jeugdbeweging zich 'Kmara'. Om zijn erkentelijkheid als
Amerikaans marionet te betuigen en zich te profileren als overtuigd aanhanger
van de 'westerse normen en waarden' stuurde Saakashvili zijn openlijke steunbetuigingen
via de media aan Joesjtsjenko. Ook dit werd uiteraard kritiekloos op alle westerse
tv-schermen getoond.
escalatie
Totnutoe is de strijd in Oekraïne zonder geweld verlopen. De situatie
is echter gespannen. Geweld kan niet worden uitgesloten. Wanneer het conflict
escaleert staat het land oog in oog met de mogelijkheid van een burgeroorlog,
waarvan de gevolgen minstens zo catastrofaal zullen zijn als waardoor de Balkan
de laatste tien jaar werd getroffen. De verantwoordelijkheid voor een escalatie
zal in eerste instantie liggen bij het Amerikaanse en Europese imperialisme
dat steeds op zoek is naar het manipuleren en voor eigen belangen uitbuiten
van interne spanningen in allerlei landen waar men de invloed wil vergroten.
Of dat nu gaat om Afghanistan, Irak, Joegoslavië, Georgië, Oekraïne
maakt minder uit. En op zijn beurt treedt Vladimir Poetin op in het belang van
een ambitieuze nationale burgerlijke elite in Rusland met haar eigen imperialistische
ambities.
De gevaren van een burgeroorlog en van de verdere aanvallen op de levensomstandigheden
en democratische rechten van de Oekraïense bevolking kunnen niet worden
afgewend door de steun aan of Joesjtsjenko of aan Janoekovtisj. Dat vereist
de opkomst van een onafhankelijke politieke beweging van de Oekraïense
bevolking die is gebaseerd op gelijkheid, vrijheid en democratie. Met Janoekovitsj
blijft de Oekraïense bevolking aan de Russische leiband. Met Joesjtsjenko
wordt het land voorbereid voor de status van 'lagelonenland' voor de belangen
van westerse multinationals.
Voor meer informatie over de Amerikaanse campagne ter ondersteuning
van de oppositie in Oekraïne verwijzen we graag naar het uitstekende artikel
van Guardian-journalist Ian Traynor dat we hebben geplaatst in het Engelstalige
deel van de INSUDOK-website.
Klik
hier om er te komen