| Vijf jaar “Oranje Revolutie" in Oekraïne Presidentsverkiezingen januari 2010 Na een derde ronde in de betwiste presidentsverkiezingen van 2004 in Oekraïne won uiteindelijk Viktor Joesjstjenko de hoogste post van het land op 26 december 2004. Het Oekraïense Hooggerechtshof had de derde stemmingsronde afgedwongen na beschuldigingen van fraude op grote schaal na de tweede ronde in november, waarbij Joesjtsjenko's tegenstander Viktor Janoekovitsj werd uitgeroepen tot winnaar. Dat bracht duizenden betogers in de straten van Kiev door Bas van der Plas/INSUDOK Vijf jaar later stonden Janoekovitsj en Joesjtsjenko weer tegenover elkaar bij de presidentsverkiezingen van 17 januari 2010. De inmiddels uiterst impopulaire Joesjtsjenko viel volgens verwachting reeds in de eerste ronde af. Janoekovitsj behaalde 36,86 procent van de stemmen, Julia Timosjenko werd tweede met 24,31 procent, volgens de resultaten nadat meer dan de helft van de stemmen waren geteld. De derde plaats ging naar ex-bankier Sergiy Tigipko, die zich nadrukkelijk als alternatieve kandidaat had gepresenteerd, los van de Oranjerevolutie en van de strijd tussen de vroegere hoofdrolspelers, hij haalde ongeveer 13 procent van de stemmen binnen. Zittend president Viktor Joesjtsjenko werd uitgeschakeld nadat hij op de vijfde plaats eindigde met slechts 4,87 procent van de stemmen. De opkomst was volgens de centrale kiescommissie 66,68 procent van de stemgerechtigden. De vroegere bondgenote van Joesjtsjenko in de zogenaamde "Oranje Revolutie" van 2004, Julia Timosjenko, die sindsdien een bittere tegenstandster van de president is, zal bij de tweede ronde bij verkiezingen voor de post van president op 7 februari tegenover Viktor Jakoenovtisj staan. Dus uiteindelijk zal net zoals in 2004 het Oekraïense volk worden geconfronteerd met een keuze tussen de kandidaten die de belangen van de elite van Oekraïne verdedigen. Tussen de aantredende kandidaten kan geen onderscheid in politieke beginselen worden gevonden, een feit dat bevestigd is in de afgelopen vijf jaar waarin Joesjtsjenko, Janoekovitsj en Timosjenko met elkaar coalities hebben gevormd en ook weer afgebroken, uitsluitend op basis van politiek opportunisme. Inmiddels is de maatschappelijke positie van de Oekraïense bevolking aanzienlijk verslechterd 'dankzij' het politiek opportunisme van de leiding. Aandacht van Washington De
kandidatuur van Joesjtsjenko voor het presidentschap in 2004, en
zijn daaropvolgende campagne om de electorale overwinning van de
pro-Russische
kandidaat Viktor Janoekovitsj ongeldig te verklaren, werd gesteund
door de Verenigde Staten. Washington zag in Joesjtsjenko een willig
instrument in haar inspanningen om de strategische positie van Moskou
te verzwakken. Oekraïne biedt een belangrijke verbindingsweg voor
de uitvoer van Russisch aardgas naar de Europese Unie en de Oekraïense
haven van Sevastopol, op de Krim, is thuishaven van de Russische Zwarte
Zeevloot. Markteconomie Tijdens zijn premierschap ontstonden er conflicten
tussen Joesjtsjenko en toonaangevende oligarchen die grote belangen
hadden in de kolen-, aardgas- en metaalindustrie. Joesjtsjenko was
voorstander
van een meer vrije markteconomische benadering door het aantrekken
van buitenlandse investeringen in de industriële infrastructuur van
Oekraïne. Zijn tegenstanders, voornamelijk in het oosten van het
land, vreesden dat de plannen van de regering hun controle over de industrie
in gevaar zouden brengen. In zijn streven naar een meer marktgerichte
economie werd Joesjtsjenko niet alleen gesteund door westers kapitaal,
maar ook door een deel van de Oekraïense elite die grote commerciële
belangen heeft en die een kans zagen om terrein te winnen op hun rivalen.
Joesjtsjenko's vice-premier Julia Timosjenko, die met haar man een fortuin
had vergaard door de uitvoer van aardgas, was gewikkeld in een politieke
strijd met haar zakelijke concurrenten over de verkoop van de zeer lucratieve
voormalige genationaliseerde industrieën. Met behulp van hun macht
in het Oekraïense parlement, de Verchovna Rada, zorgden in 2001
de Oost-Oekraïense oligarchen voor een motie van wantrouwen tegen
Joesjtsjenko en Timosjenko. 'Verkiezingsfraude' In 2004 was de tweede termijn als president voor Koetsjma verstreken.
Met een grondwettelijke beperking tot twee termijnen kon hij geen kadidaat
meer zijn, hij ondersteunde daarop Viktor Janoekovitsj voor het presidentschap.
Janoekovitsj is nauw verbonden met Koetsjma en de oligarchische families
van de industriële Donetskregio in Oekraïne, waar hij leiding
gaf aan de lokale overheid vanaf 1997 totdat hij in 2001 werd benoemd
tot vervanger van Joesjtsjenko als premier. Geen perspectief Sinds zijn beëdiging
in januari 2005 heeft Joesjtsjenko de illusies van veel van de jongeren
die achter hem stonden in 2004 vernietigd. Door het reactionaire politieke
karakter van zijn regering is zijn populariteit aanzienlijk gedaald,
en zou Joesjtsjenko rond de 3 procent va de stemmen krijgen, zo blijkt
uit opiniepeilingen. Joesjtsjenko heeft het presidentschap over een
net zo corrupt regime als dat van Koetsjma. Omkoping, vriendjespolitiek
en
de verrijking van een klein aantal van oligarchen hebben zich onverminderd
voortgezet. De politiek van Oekraïne wordt nog steeds gedomineerd
door de super-rijken, die gebruik maken van hun invloed op de overheid
om hun eigen belangen te bevorderen en af te rekenen met hun rivalen.
De economische en sociale omstandigheden voor de Oekraïense bevolking
zijn verslechterd sinds Joesjtsjenko aan de macht kwam, met de economie
van het land zwaar getroffen door de financiële crisis in 2008
en de daaropvolgende wereldwijde recessie. De Oekraïense industriële
export is sterk gedaald en het financiële systeem van het and
blijft in crisis. |