Tegenstander Kadyrov gedood in Wenen
Umar
Israilov
In Wenen is op dinsdag 13 januari 2009 Umar Israilov neergeschoten toen hij een
supermarkt uitkwam. Israilov kreeg twee kogels in zijn hoofd. Op woensdag 14
januari maakte de Weense politie bekend dat er een verdachte was aangehouden.
Umar Israilov (27 jaar), maakte oorspronkelijk deel uit van de Tsjetsjeense vrijheidsstrijders (door de tegenstanders “rebellen” genoemd). Hij koos voor de amnestieregeling, gaf zich over aan de autoriteiten, en bracht het zelfs tot lid van het legertje lijfwachten van de huidige president Ramzan Kadyrov. Israilov verbleef in Oostenrijk als politiek asielzoeker nadat hij in 2006 een klacht tegen zijn werkgever Kadyrov had ingediend bij het Europese Hof voor de Mensenrechten met beschuldigingen van grootschalige martelingen en ontvoeringen.
Oleg Orlov, woordvoerder van de Russische mensenrechtenorganisatie Memorial,
kon zich niet uitspreken over de verbanden tussen de aanklacht en de moord
op Israilov: “Zolang het onderzoek niet is afgerond kunnen we niet met
zekerheid zeggen of het om een huurmoord gaat”. “Maar,” zo
vervolgde hij, “men krijgt wel de indruk dat de moord verband houdt met
het feit dat Israilov klachten indiende bij het Europese Hof, waar hij de Tsjetsjeense
autoriteiten en president Kadyrov persoonlijk beschuldigde. De bedoeling lijkt
dan precies om andere slachtoffers van marteling ervan te weerhouden ook klachten
in te dienen”.
In een interview met The New York Times in de herfst van 2008 zei Israilov
dat hij ook persoonlijk gemarteld was door Kadyrov en dat hij getuige was geweest
van een aantal ontvoeringen en martelingen door Kadyrov en zijn mannen tussen
2003 en 2005. Ook zou hij getuige zijn geweest van de verkrachting van een
gevangene
en hebben gezien dat Kadyrov zelf elektrische schokken toebracht aan gevangenen.
Nadat Israilov uit Rusland naar Oostenrijk was gevlucht en daar politiek asiel
aanvroeg werd, volgens Umar Israilov, zijn vader opgepakt, door Kadyrov persoonlijk
gemarteld en tien maanden vastgehouden in een poging om zoon Umar te dwingen
terug te keren. Later zou ook de vader gevlucht zijn en in een ander Europees
land asiel gekregen hebben.
De Weens advocate van Israilov, Nadja Lorenz, verklaarde dat haar cliënt
al een tijdje bang was dat hem iets zou overkomen,. Toen zij de Oostenrijkse
autoriteiten verzocht Israilov bescherming aan te bieden werd dat verzoek afgewezen.
Een niet nader met name genoemde vriend van Israilov gaf de volgende verklaring
af over de moord: “Hij werd vanuit een hinderlaag aangevallen rond lunchtijd
toen hij naar de supermarkt ging om yoghurt te kopen. Hij werd opgewacht door
tenminste vier mannen in twee auto's. Israilov trachtte te vluchtte, werd ingehaald
en neergeschoten”.
Ramzan Kadyrov, is de zoon van de op 9 mei 2004 bij een aanslag omgekomen president
van Tsjetsjenië Achmad-hadji Kadyrov. Er zijn overtuigende bewijzen, afkomstig
van mensenrechtenorganisaties, dat Ramzan als leider van de 'presidentiële
garde' van zijn vader zich schuldig heeft gemaakt aan martelingen en moord
op Tsjetsjeense burgers. Zijn 'garde' is in feite een illegale paramilitaire
organisatie
die buiten de wet opereert en als 'criminele organisatie' kan worden aangeduid.
Kadyrov zelf heeft de aanklachten altijd ontkend.
Terwijl de aanklachten zich opstapelden werd hij in zijn opmars naar de macht
gesteund door het Kremlin. Hij onderhoudt nauwe banden met Poetin, die hem
-toen nog als president van de Russische Federatie- in 2004 zelfs decoreerde
met de
medaille “Held van Rusland”, de hoogste onderscheiding.