DE AMNESTIEBESLUITEN OVER
TSJETSJENIË
Besluit
van de Federale Vergadering van de Russische Federatie, Staatsdoema
OVER HET BESLUIT VAN
DE STAATSDOEMA VAN DE FEDERALE VERGADERING VAN DE RUSSISCHE FEDERATIE “OVER HET
VERLENEN VAN AMNESTIE IN VERBAND MET HET AANNEMEN VAN DE GRONDWET VAN DE
TSJETSJEENSE REPUBLIEK”
De
Staatsdoema van de Federale Vergadering van de Russische Federatie besluit:
De plaatsvervangend voorzitter
van de Staatsdoema van
de Federale Vergadering
van de Russische Federatie,
G. Boos
Besluit van
de Federale Vergadering van de Russische Federatie, Staatsdoema
van 6 juni
2003, N 4125-III SD
OVER HET VERLENEN VAN
AMNESTIE IN VERBAND MET HET AANNEMEN VAN DE GRONDWET VAN DE TSJETSJEENSE
REPUBLIEK
In verband
met het aannemen van de Grondwet van de Tsjetsjeense Republiek, zich baserend op de principes van het
humanisme, met het doel de herinvoering van de civiele vrede, en in
overeenstemming met het gestelde in punt ‘e’ van deel 1, artikel 103 van de
Grondwet van de Russische Federatie, besluit de Staatsdoema van de Federale
Vergadering van de Russische Federatie:
personen, die daden hebben begaan, voorkomend
in de artikelen 66-68, 77, 91, 102, 103, 117, 191-2, 229, 240 en 242 van het
Wetboek van Strafrecht van de RSFSR, bekrachtigd door de Wet van de RSFSR
van 27 oktober 1960 “Over de bekrachtiging van het Wetboek van Strafrecht
van de RSFSR”, in de redaktie van de wetten en andere normatieve rechtsakten,
aangenomen in de periode van 27 oktober 1960 tot 1 januari 1997, in de delen
die betrekking hebben op het aanbrengen van veranderingen en aanvullingen
op het Wetboek van Strafrecht van de RSFSR;
personen die daden hebben gepleegd die
voorkomen in de artikelen 105, 111, 126, 131, 132, 152, 162, 205, 206, 209,
244, 277, 281, 294-296, 317, 333, 334 en 357 van het Wetboek van Strafrecht van
de Russische Federatie;
personen die misdaden hebben begaan van een
zeer gevaarlijke recidive; buitenlandse burgers en statenloze personen.
De plaatsvervangend voorzitter
van de Staatsdoema van
de Federale Vergadering
van de Russische Federatie,
G. Boos
Besluit van
de Federale Vergadering van de Russische Federatie, Staatsdoema
van 6 juni
2003, N 4126-III SD
OVER HET BESLUIT VAN
DE STAATSDOEMA VAN DE FEDERALE VERGADERING VAN DE RUSSISCHE FEDERATIE “OVER DE ORDE VAN TOEPASSING VAN HET BESLUIT VAN DE
STAATSDOEMA VAN DE FEDERALE VERGADERING VAN DE RUSSISCHE FEDERATIE “OVER HET
VERLENEN VAN AMNESTIE IN VERBAND MET HET AANNEMEN VAN DE GRONDWET VAN DE
TSJETSJEENSE REPUBLIEK”
De
Staatsdoema van de Federale Vergadering van de Russische Federatie besluit:
De plaatsvervangend voorzitter
van de Staatsdoema van
de Federale Vergadering
van de Russische Federatie,
G. Boos
Besluit van
de Federale Vergadering van de Russische Federatie, Staatsdoema
van 6 juni
2003, N 4127-III SD
“OVER DE ORDE VAN TOEPASSING VAN HET BESLUIT VAN DE
STAATSDOEMA VAN DE FEDERALE VERGADERING VAN DE RUSSISCHE FEDERATIE “OVER HET
VERLENEN VAN AMNESTIE IN VERBAND MET HET AANNEMEN VAN DE GRONDWET VAN DE
TSJETSJEENSE REPUBLIEK”
1. Onder de
werking van het besluit van de Staatsdoema van de Federale Vergadering van de
Russische Federatie ‘Over het verlenen van amnestie in verband met het aannemen
van de Grondwet van de Tsjetsjeense Republiek’ (hierna: ‘besluit over verlenen
van amnestie’), vallen personen die de maatschappij in gevaar brengende daden
hebben begaan in de loop van het gewapende conflict en (of) hebben uitgevoerd
contraterroristische operaties aan de grenzen van de vroegere
Tsjetsjeno-Ingoesjetische Autonome Socialistische Sovjetrepubliek, in de
periode van 12 december 1993 tot de dag van het van kracht worden van het
besluit over amnestie, die afstand deden van deelname aan onwettige gewapende
formaties of vrijwillig de wapens en het militair materieel inleverden voor 00
uur van 1 september 2003.
Militairen,
medewerkers van de organen van binnenlandse zaken van de Russische Federatie,
instellingen en organen van het strafrechtelijk-uitvoerend systeem van het
Ministerie van Justitie van de Russische Federatie, alsmede burgerpersoneel,
werkend en dienend in de Strijdkrachten van de Russische Federatie, andere
troepen, legerformaties en –organen, genoemd in punt 1 van het besluit over verlenen
van amnestie, vallend onder de werking van dit besluit, wanneer zij begingen de
maatschappij in gevaar brengende daden in de periode van 12 december 1993 tot
de dag van het van kracht worden van het besluit over verlenen van amnestie.
2. Onder
het gewapende conflict, genoemd in punt 1 van het besluit over verlenen van
amnestie, moet worden begrepen de strijd tussen:
a.
gewapende formaties (gewapende verenigingen, detachementen,
zelfverdedigingstroepen, andere gewapende groeperingen), gevormd en optredend
in overtreding van de wetgeving van de Russische Federatie (hierna: onwettige
gewapende formaties), en organen van binnenlandse zaken van de Russische
Federatie en subdivisies van de binnenlandse troepen van het Ministerie van
binnenlandse zaken van de Russische Federatie, andere troepen, troepenformaties
en –organen;
b.
onwettige gewapende formaties, gevormd voor het bereiken van bepaalde politieke
doelen;
c.
personen, niet deel uitmakend van onwettige gewapende formaties, maar
deelnemend aan de gewapende strijd op etnische of religieuze gronden.
3. Onder
personen die afstand deden van deelname aan onwettige gewapende formaties, of
vrijwillig de wapens en het militaire materieel inleverden, wordt begrepen
deelnemers aan onwettige gewapende formaties, andere personen die deelnamen aan
het gewapende conflict en (of) tegenacties van de uitgevoerde
contraterroristische operaties aan de grenzen van de vroegere
Tsjetsjeno-Ingoesjetische Autonome Socialistische Sovjetrepubliek, die
vrijwillig de gewapende tegenstand beëindigden, zich meldend bij
vertegenwoordigers van subdivisies van de binnenlandse troepen van het
Ministerie van binnenlandse zaken van de Russische Federatie, de Strijdkrachten
van de Russische Federatie, andere troepen, legerformaties en –organen, en
tevens bij vertegenwoordigers van de organen van binnenlandse zaken van de
Russische Federatie, organen van de Federale veiligheidsdienst, organen van het
Openbaar Ministerie van de Russische Federatie, het militair gezag of militaire
commissarissen en die afgaven de in hun bezit zijnde wapens en het militair
materieel.
5. Het
Ministerie van binnenlandse zaken van de Russische Federatie, het Ministerie
van defensie van de Russische Federatie, de Federale veiligheidsdienst van de
Russische Federatie en de Administratie van de Tsjetsjeense Republiek, in
overeenstemming met het Openbaar Ministerie van de Russische Federatie, stellen
vast de orde van informatie over het vrijwillig staken van gewapende
tegenstand, de orde van informatie over personen die vrijwillig de gewapende
tegenstand staken, en bovendien de orde van aflevering, ontvangst, registratie
en bewaring van de wapens en het militair materieel, de orde van het uitgeven
van documenten die het feit van vrijwillige beëindiging van gewapende tegenstand
bevestigen.
6. Personen
die vallen onder de werking van het besluit over verlenen van amnestie worden
vrijgelaten uit hechtenis, en tevens uit aanvullende hechtenis, wanneer dit
laatste niet is voltrokken op de dag van het van kracht worden van het besluit
over verlenen van amnestie.
Personen
die vallen onder de werking van het besluit over verlenen van amnestie worden
niet vrijgesteld van het vergoeden van schade, door hen berokkend als gevolg
van het begaan van de maatschappij in gevaar brengende daden.
7. De
uitvoering van het besluit over verlenen van amnestie wordt opgedragen aan:
a. organen van onderzoek en vooronderzoek in
verband met personen, genoemd in punt 4 van dit besluit, en tevens in verband
met personen waarvan de zaken en gegevens over misdaden zich bevinden in de
uitvoering van deze organen;
b. aan rechtbanken in relatie tot personen
waarvan de strafzaken zich bevinden onder de rechter en niet zijn behandeld tot
het van kracht worden van het besluit over verlenen van amnestie, en tevens in
relatie tot personen in strafzaken die zijn behandeld, maar het vonnis van de
rechtbank nog niet van kracht is geworden;
in relatie tot veroordeelden die een straf
uitzitten die overschrijdt de orde van de voorziene wetten en de uitgesproken
veroordeling in overeenstemming is met artikel 73 van het Wetboek van
Strafrecht van de Russische Federatie. Over de vraag over toepassing van de
akte over amnestie in verband met de aangegeven veroordelingen wordt beslist
door de rechtbank, na het voorleggen door de organen van binnenlandse zaken van
de Russische Federatie, die de controle uitvoeren op uitvoering van de
veroordelingen;
in relatie tot veroordelingen in de vorm van
boetes, wanneer de boete niet is geïnd voor het van kracht worden van het
besluit over verlenen van amnestie.
Over de vraag van toepassing van de akte van
amnestie in relatie tot uitgesproken veroordelingen beslist de rechtbank die
het vonnis heeft uitgesproken;
in relatie tot personen, voorwaardelijk
vervroegd vrijgelaten uit gevangenschap en personen, waarbij een niet
uitgezeten deel van hun straf is vervangen door een mildere vorm van
gevangenschap tot het van kracht worden van het besluit over verlenen van amnestie.
Over de vraag van toepassing van de akte over
amnestie in relatie tot de aangewezen personen beslist de rechtbank die een
oordeel heeft uitgesproken over de toepassing van de voorwaardelijke vervroegde
vrijlating uit gevangenschap of de vervanging van het niet-uitgezeten deel van
de straf door een mildere vorm van gevangenschap;
c.organen van binnenlandse zaken van de
Russische Federatie in relatie tot veroordelingen tot het ontnemen van de
vrijheid, zich niet in hechtenis bevindend, uitspraken in zaken die wettelijk
van kracht werden;
d. instellingen die straffen uitvoeren in de
vorm van vrijheidsbeperking, en huizen van bewaring in relatie tot
veroordelingen van vrijheidsbeperking, uitspraken in zaken die wettelijk van
kracht werden;
e. strafrechtelijk-uitvoerende inspecties, in
relatie tot personen die een straf uitzitten in de vorm van correctieve arbeid,
het ontnemen van het recht op uitoefening van bepaalde functies of uitoefenen
van bepaalde activiteiten;
f. de leiding van de disciplinaire
legeronderdelen, in relatie tot militairen die zijn veroordeeld tot toetreding
tot de disciplinaire legeronderdelen.
De organen aan wie de uitvoering van het
besluit over het verlenen van amnestie wordt opgedragen wordt het recht
verleend om bij de overeenkomstige instellingen strafrechtelijke gegevens en
andere materialen op te vragen die noodzakelijk zijn voor een beslissing op de
vraagstukken in verband met toepassing van de akte over amnestie. Aan
dergelijke aanvragen moet zonder vertraging worden voldaan.
. De plaatsvervangend voorzitter
van de Staatsdoema van
de Federale Vergadering
van de Russische Federatie,
G. Boos