Samachablo (Zuid-Ossetië)

Omdat er in de media regelmatig blijk van wordt gegeven de geschiedenis van de situatie in Zuid-Ossetië niet te begrijpen hieronder een beknopte geschiedenis van het gebied.

Zuid-Ossetië wordt door Georgiërs Shida Kartli (Binnen-Georgië) of Samachablo genoemd. Volgens Georgische historici komt de Ossetische bevolking oorspronkelijk van de andere kant van de Russische grens en trok in de 17e eeuw het Kaukasus-gebergte over, waar zij lijfeigenen waren van prins Matchabelli op het landgoed Samachablo. Georgische historici beschouwen het huidige Noord-Ossetië als de bakermat van de Ossetiërs, maar toen in de twintiger jaren van de 20e eeuw de grenzen van de Sovjet-Unie werden bepaald (onder leiding van de uit Georgië afkomstige Volkscommissaris voor de Nationaliteiten Josif Djoegashvili, beter bekend als Stalin), werd het Ossetisch gebied verdeeld in Noord-Ossetië, onderdeel van de Russische Federatie en Zuid-Ossetië, onderdeel van de Transkaukasus en sinds 1936 de Sovjetrepubliek Georgië.

Eind jaren tachtig van de 20e eeuw bestond de bevolking van Samachablo voor tweederde uit Ossetiërs. Een groot deel van de Georgische bevolking woonde vooral in dorpen rond de hoofdstad Tskhinvali, maar in de hoofdstad zelf vormden veel gemengde Georgisch-Ossetische huwelijken een etnische mix. De Ossetische nationalistische organisatie Adamon Nykhas (Volksheiligdom) eiste een vereniging van Zuid-Ossetië met het in Rusland gelegen Noord-Ossetië. In 1989 kwam het tot stakingen en protestakties in Samachablo, als reactie op het Georgische onafhankelijkheidsstreven. Eind van dat jaar braken gevechten uit en sinds januari 1990 begon men zich tegen de Georgische bevolking van het gebied te keren. Het Sovjetministerie van binnenlandse zaken stuurde troepen om de orde te handhaven. De parlementsverkiezingen in Georgië van de herfst van 1990 werden door de Ossetische bevolking geboycot en gebruikt om een onafhankelijke republiek uit te roepen. Onafhankelijk van Georgië stemde de 'onafhankelijke' republiek Zuid-Ossetië in maart 1991 voor het nieuwe Unieverdrag, zoals voorgesteld door Gorbatsjov. De situatie escaleerde en leidde tot een openlijke oorlog. De gevolgen van deze oorlog waren verschrikkelijk: bijna ieder gezin rond de hoofdstad verloor wel een familielid en 100.000 mensen vluchtten.
In juni 1992 tekenden de na een staatsgreep in Georgië aan de macht gekomen Edvard Shevardnadze en de Russische leider Boris Jeltsin een overeenkomst voor een Russisch-Ossetisch-Georgische vredesmacht in het gebied.

De vluchtelingen uit Samachablo, die al sinds 1991 in Tbilisi verblijven, geven hun verslag van de situatie:

De Zuid-Osseten worden ondersteund door de Russen. In de loop der jaren zijn veel Noord-Osseten naar Samachablo verhuisd met Russische hulp om een pro-Russisch bolwerk in het noorden van Georgië te creëren. Samachablo wil de vorming van een eigen republiek, maar Georgië accepteert dat niet. In de periode dat in de Sovjet-Unie de perestrojka begon, heeft men moedwillig een etnisch conflict in Samachablo aangewakkerd en toen men de tijd rijp achtte de onafhankelijkheid uitgeroepen. Zviad Gamsachurdia, de eerste president van het onafhankelijke Georgië, heeft deze eis tot onafhankelijkheid afgewezen omdat er geen historische gronden voor aanwezig waren. Samachablo is een integraal deel van Georgië. Zuid-Osseten begonnen in Samachablo de Georgische bevolking angst aan te jagen en te mishandelen. In tegenstelling tot het conflict in Abchazië zijn hier de Zuid-Osseten met hulp van de Russen het conflict begonnen en plegen genocide op de Georgiërs. Georgiërs en Zuid-Osseten die in dit conflict gevochten hebben worden nu zowel door de Russen als door Shevardnadze schuldig bevonden. Ze worden in de gevangenis gegooid of afgesneden van het maatschappelijk verkeer.

Begin 1992 kwam er een 'vredesmacht' in Samachablo, maar al snel bleek dat deze vredesmacht anti-Georgisch was en een behoorlijk aantal Georgiërs hebben er begin 1992 de dood gevonden. Het huidige regime van Shevardnadze geeft hier totaal geen informatie over. Uit ons verhaal blijkt dat de vluchtelingen afkomstig uit Samachablo zowel in Tbilisi onveilig zijn als in Samachablo zelf. Dat is dan ook de reden dat wij hier als derderangs burgers beschouwd worden, dat we absoluut geen hulp of steun krijgen, dat allerlei bendes ons terroriseren en de politie ons criminaliseert en overal wegslaat.

Deze tekst is afkomstig uit het boek "Georgië, traditie en tragedie in de Kaukasus" door INSUDOK-coordinator Bas van der Plas, verschenen bij uitgeverij Papieren Tijger te Breda. ISBN 90 6728 114X