MUZIEK IN OORLOGSTIJD: 7e SYMFONIE VAN SJOSTAKOVITSJ
Gergiev geeft protestconcert in Zuid-Ossetië
MOSKOU (ANP) - De Russische dirigent Valeri Gergiev heeft donderdagavond (21
augustus 2008) voor verwoeste gebouwen in de Zuid-Ossetische hoofdstad Tschinvali
een concert gegeven.
Dit deed hij uit protest tegen de Georgische aanval op de afvallige regio.
Volgens eigen zeggen wilde hij de wereld attenderen op de tragedie in het gebied.
Hij vergeleek de situatie met de aanslagen van 11 september 2001 op
de Verenigde Staten.
De etnische Ossetiër Gergiev, nu dirigent van het Londens Symfonisch
Orkest, was tot mei chef-dirigent van het Rotterdams Filharmonisch Orkest.
In mei gaf hij nog een benefietconcert in Moskou waarvan de opbrengst bestemd
was voor het muziekonderwijs in de hoofdstad van Noord-Ossetië, Vladikavkaz.
![]() |
![]() |
![]() |
| Het concert van Gergiev in Tschinvali, 21 augustus 2008 | Een Russische postzegel ter herinnering aan Dimitri Sjostakovitsj | Karl Eliasberg in de Leningradse Symfonie in 1962, ter gelegenheid van de herdenking van het concert uit 1942 |
Tijdens het concert in de Zuid-Ossetische hoofdstad werd de 7e symfonie van Dimitri Sjostakovitsj uitgevoerd. De geschiedenis van deze symfonie gaat terug tot de jaren van de Tweede Wereldoorlog. Op 9 augustus 1942 werd deze symfonie uitgevoerd in de grote zaal van de Filharmonie (het Concertgebouw) van het door de Duitsers belegerde Leningrad (het huidige Sint Petersburg). Hieronder een verslag van dat concert en aansluitend een tekst van Olga Bergholz over de Zevende (Leningrad) Symfonie van Sjostakovisj:
Jaar 1942, 9 augustus, zondag.
In de grote zaal van de Leningradse Filharmonie was niet genoeg plaats voor
eenieder die wilde luisteren naar de Zevende symfonie van Dmitri Sjostakovtisj,
die voor het eerst werd uitgevoerd in de stad aan de Neva. Een originele inleiding
tot de symfonie, ontstaan in het belegerde Leningrad en vervuld van het geloof
in de overwinning op het fascisme, werd het geschal van een batterij van onze
vérdragende artillerie. Dat was geen toevallige gebeurtenis. De artilleristen
kregen het bevel om de vijandige linies onder vuur te houden die vaak het centrum
van de stad beschoten. Maar deze keer zweeg de vérdragende artillerie
van de tegenstander in de loop van 3 minuten met het beschieten van de stad.
Veertien door haar afgeschoten granaten explodeerden op het Kanonniereiland.
Echter niet alleen in het tot zwijgen brengen van het schieten uit de fascistische
linies uitte zich de zorg van de militairen voor het succes van het concert.
In het orkest van het radiocomité waren ook militaire muzikanten opgenomen
die speciaal uit onderdelen waren opgeroepen om deel te nemen aan de uitvoering
van de Zevende symfonie. Alle 79 uitvoerenden speelden met ongebruikelijke
geestdrift. Toen de laatste akkoorden klonken en de in de zaal aanwezigen staande
applaudisseerden, werd een 12-jarig meisje het podium opgetild. Zij overhandigde
bloemen aan dirigent Karl Iljitsj Eliasberg, die waren gekweekt in de belegerde
stad. Karl Iljitsj Eliasberg werd hierdoor tot het diepst geroerd. De bloemen,
gekweekt in de belegerde stad, waren werkelijk van onschatbare waarde... In
het briefje dat het boeket begeleidde bedankte het gezin van de Leningrader
Sjnitnikov het orkest voor de wonderlijke uitvoering van de symfonie.
Uit: A.V.Burov, De blokkade dag voor dag.
uitg. Lenizdat, Leningrad 1979 pagina 226
De Zevende Symfonie van Dmitri Sjostakovitsj. Uit een rede voor de radio op 2 mei 1942
De Zevende Symfonie schreef Sjostakovitsj in Leningrad en in een van de septemberdagen
vertelde hij ons daarover via de radio. En wij herinneren ons toch wat voor
dagen en wat voor avonden het waren daar bij ons in september van het jaar
een en veertig!
Sjostakovitsj zei toen: “Een uur geleden beëindigde ik de partituur
van het tweede deel van mijn nieuwe grote symfonische compositie. En dus schreef
ik al twee delen. Ik werk eraan vanaf de maand juli van het jaar 1941. Ondanks
de oorlogstijd, ondanks het gevaar dat Leningrad bedreigd schreef ik in een
tot voldoening stemmend tempo twee delen van de symfonie. Ik werk nu snel en
gemakkelijk. Mijn idee is helder en de creatieve energie dwingt mij onstuitbaar
om met mijn compositie voort te gaan naar de voltooiing..”.
En zo voerden op 29 maart 1942 de verenigde orkesten van het Bolsjoi-theater
en van het Alunie Radiocomité de Zevende Symfonie uit. De eerste klanken
van de Zevende Symfonie zijn zuiver en verheugend. Je beluistert ze gulzig
en verbaasd, zo moet het zijn als wij toen leefden, voor de oorlog, hoe gelukkig
wij waren, hoe vrij, hoeveel ruimte en stilte omringde ons.
Deze wijze, verrukkelijke muziek van de vrede zou je eindeloos willen horen.
Maar plotseling en heel zacht weerklinkt het droge gekraak, het droge geroffel
van de trom, het gefluister van de trommel. Dat is nog gefluister, maar hij
is toch niet aflatend, toch opdringerig. In een korte muzikale frase – bedroefd,
monotoon en bovendien met het thema van een soort opgewekte vrolijkheid – beginnen
de instrumenten van het orkest elkaar toe te roepen. Het droge geroffel van
de trom wordt luider. Het is oorlog. De trommels donderen al. Een korte, monotone
en verontrustende muzikale frase maakt zich meester van het hele orkest en
wordt tot iets verschrikkelijks.
De muziek raast zo hevig dat het moeilijk is om adem te halen. Men weet niet
waar men met haar moet blijven… Het is de vijand die Leningrad nadert.
Hij dreigt met verderf, trompetten snauwen en snerpen. Verderf? Wat zou het,
laten wij niet bang zijn, niet terugdeinzen, ons niet aan vijandelijke gevangenschap
overgeven. De muziek woedt in razernij.
Kameraden, dit gaat over ons, over onze septemberdagen in Leningrad, in volle
woede en uitdaging. Razend dondert het orkest, alles in die monotone frase
klinkt als een fanfare en onstuitbaar draagt zij de geest van de komende dodelijke
slag… En als reeds nergens adem is te halen van het gedonder en gebrul
van het orkest, dan plotseling verheft zich een fagot, verstopt in het lawaaierige
orkest, met zijn lage, tragische stem. En daarna zingt er een, een in een aanbrekende
stilte…
“
Ik weet niet hoe ik deze muziek moet karakteriseren,” zegt de componist
zelf, “misschien zitten er tranen van moeders in haar of zelfs het gevoel
wanneer men een verdriet heeft dat zo groot is dat tranen al niet meer overblijven.”
Kameraden, dit gaat over ons, dit is ons grote tranenloze verdriet over onze
verwanten en naasten, de verdedigers van Leningrad, de gesneuvelden in de gevechten
om de toegangswegen tot de stad, de gevallenen in haar straten, de omgekomenen
in haar geblindeerde huizen… Wij huilen allang niet meer omdat het leed
van ons meer dan tranen is. Maar als de verzachtende geest van de tranen al
gedood is, is in ons leven het leed niet gestorven.
En de Zevende Symfonie vertelt daarover. Haar tweede en derde deel, ook in
Leningrad geschreven, bestaan uit doorzichtige, blijde muziek, die de volle
levensroes en verering voor de natuur weergeven. En dat gaat ook over ons,
over mensen, die leren om opnieuw van het leven te houden en haar te waarderen.
En het is begrijpelijk waarom het derde deel overvloeit in het vierde: in het
vierde deel dient het thema oorlog zich ontroerd en herhaald aan, moedig gaat
dit over in het thema van de toekomstige overwinning en de muziek raast wederom
en bereikt met een ondenkbare kracht haar plechtige, dreigende, bijna wrede
gejubel, de fysieke schok tot in de gewelven van het gebouw.
Wij overwinnen de Duitsers.
Kameraden, wij overwinnen hen absoluut.
Wij zijn bereid tot iedere inspanning die ons nog wacht, bereid uit naam van
de triomf van het leven. Van die triomf getuigt de Zevende Symfonie, het voortbrengsel
van de wereld van de kunst, geschapen in onze belegerde, hongerende, van licht
en warmte beroofde stad, in de stad die in een strijd is gewikkeld voor het
geluk en de vrijheid van de hele mensheid.
En het volk, dat was gekomen om de Leningradse symfonie te horen stond op en
gaf een applaus aan de componist, de zoon en verdediger van Leningrad.
En ik keek naar hem, de kleine, broze man met de grote ogen en dacht: “deze
mens is sterker dan Hitler…”.
Olga Bergholz was in de jaren van de blokkade oorlogscorrespondent van het Leningradse radiocomité.
Uit het boek “Niets vergeten, 320 bladzijden over 900 dagen blokkade van Leningrad 1941-1944”, uitgave Letgiz-Litzej, Sint Petersburg 2005, pag. 173-175.