Na de ontwikkelingen in Georgië en Oekraïne eist een derde voormalige Sovjetrepubliek de aandacht op: het Centraalaziatische Kirgizië. Werd er in Georgië gesproken over de rozenrevolutie', in Oekraïne over de 'oranje revolutie', Kirgizië maakt een 'tulpenrevolutie' door.
Door Bas van der Plas/INSUDOK
President Askar Akajev van Kirgizië werd uit zijn land verdreven en een
interim-regering onder leiding van Kurmanbek Bakijev neemt de honneurs waar.
Askar Akajev werd in het begin van de jaren 90 door Europa en de VS nog beschouwd
als 'een van de weinige democratische leiders in de voormalige Sovjetstaten'.
Het ziet er nu naar uit dat Europa en de VS Akajev hebben laten vallen. Zoals
we weten gaat het Westen niet al te kieskeurig om met 'bondgenoten'. Sjevardnadze
in Georgië, ooit trouw bondgenoot van Washington werd vervangen door Saakasjvili,
bondgenoot Koetsjma in Oekraïne ingeruild voor Joesjtsjenko, zie het lot
van Saddam Hoessein, Milosevic, Noriega, Marcos en noem ze maar op
Met veel overeenkomsten van 'revoluties' in Servië, Georgië en Oekraïne
is Washington nu in Kirgizië door een verdeel-en-heersbeleid bezig verdere
invloed te krijgen in deze Centraalaziatische republiek.
In Georgië en Oekraïne werd de macht overgedragen aan vertegenwoordigers
van de "ware vrijmarkt economie", het neoconservatieve liberalisme,
zoals gesteund door de Amerikaanse binnen- en buitenlandse politiek. Deze vertegenwoordigers
maakten eens deel uit van het machtsapparaat dat zij met westerse hulp ten val
brachten. Een soortgelijk beeld valt nu waar te nemen in Kirgizië, waar
leider van de interim-regering Bakijev en het nieuwe hoofd van de nationale
veiligheid Felix Kulov ooit leidende posities bekleedden onder Akajev. Tijdens
hun loopbaan onder Akajev voerde Kirgizië een politiek die werd bepaald
door IMF-dictaten, een van de voornaamste redenen voor de enorme verarming van
de Kirgizische bevolking.
Evenals in Servië, Georgië en Oekraïne het geval was zien we
nu ook weer in Kirgizië de steun aan de oppositie vanuit Washington.In
Kirgizië gaat het dan om de Coalitie voor Democratie, grotendeels gefinancierd
door het National Democratic Institute uit Washington, dat op haar beurt weer
wordt gefinancierd door de Amerikaanse regering. De leider van de Coalitie voor
Democratie is Edil Baisalov, die onlangs nog in Oekraïne was als waarnemer
bij de presidentsverkiezingen. In een interview met de Wall Street Journal zei
Baisalov daarover dat hij het erg inspirerend had gevonden en in de praktijk
kon waarnemen 'wat de gevolgen van ons werk kunnen zijn'.
Een andere Kirgizische organisatie, de Burgerbeweging tegen Corruptie, geleid
door Tolekan Ismailova, wordt gefinancierd door de Amerikaanse National Endowment
for Democracy. Met Amerikaanse steun gaf deze Burgerbeweging onlangs een brochure
uit met teksten over de 'revolutionaire methoden' waarmee regimes in Servië,
Georgië en Oekraïne werden afgezet. De brochure werd gedrukt in een
drukkerij in de Kirgizische hoofdstad Bisjkek die eigendom is van het Bureau
voor Democratie, Mensenrechten en Arbeid van
het Amerikaanse ministerie
van buitenlandse zaken!
Maar de contacten tussen de VS en de Kirgizische oppositie gaan verder dan financieringen
en drukpersen. Een van de belangrijkste figuren van de anti-Akajev-oppositie
is Roza Otunbajeva, een populaire politica die de steun heeft van grote delen
van de bevolking. Voor het presidentschap zegt zij 'geen ambities' te hebben.
Otunbajeva is leidster van oppositiepartij Ata Dzjurt. Van 1991 tot 1994 was
zij ambassadeur van Kirgizië voor de VS en Canada, en in 1997 werd zij
ambassadeur in Londen. Van 2002 tot september 2004 werkte Otunbajeva voor de
VN in Georgië, waar zij ook woonde en daar maakte zij de 'rozenrevolutie'
mee. In commentaren verklaarde zij dit 'revolutionaire model' ook uitermate
geschikt voor veranderingen in Kirgizië.