'Beter een goede buur dan een verre vriend' is een Oudnederlands gezegde,
dat echter niet opgaat in het geval van Wit-Rusland.
De pro-westerse oppositiegroepen in Wit-Rusland worden gefinancierd door de
buurlanden Polen, Letland en Litouwen, terwijl ook de Amerikaanse en Europese
'donaties' voor de oppositie via deze landen worden doorgesluisd. Bovendien
geven de Witrussische buren politieke ondersteuning aan de opposanten.
In Litouwen is de Europese Humanitaire Universiteit gevestigd, een vanuit het
buitenland gefinancierd particulier instituut. Dat werd oorspronkelijk in 1992
in Minsk geopend en was bedoeld voor Witrussische studenten ter bevordering
van het nationalisme (de Sovjet-Unie was net ingestort en de voormalige Sovjetrepublieken
werden geacht naar een eigen nationale identiteit te zoeken), maar vooral de
vrije marktideologie. In 2004 echter werd het instituut op bevel van Loekasjenko
gesloten. Er zouden teveel 'subversieve elementen' worden opgeleid die de macht
in Wit-Rusland omver wilden werpen.
In februari 2006 werd de 'universiteit' heropend in Litouwen na een uitgebreide
campagne van de Litouwse Thuisland Unie, een rechtse organisatie. Deze Unie
praatte trouw de anti-Witrussische woorden van Washington na en ziet de 'universiteit'
dan ook als een opleidingskamp voor krachten die het Witrussische regime omver
willen werpen.
Maar de belangrijkste bondgenoot in de Amerikaanse anti-Loekasjenko-campagne
is het EU-land Polen. Polen grenst aan Wit-Rusland en in het westen van Wit-Rusland
woont een niet onaanzienlijke Pools sprekende minderheid. Beide landen hebben
al een aantal diplomatieke aanvaringen gehad, waarbij de situatie nog extra
gespannen werd na de woorden van Condoleezza Rice die zei dat 'Wit-Rusland de
laatste Europese dictatuur' is. Polen beschuldigt Wit-Rusland van politieke
inmenging in en onderdrukking van de Witrussische Unie van Polen (de SPB), waarvan
Loekasjenko heeft gezegd dat zij door de Poolse overheid werd gebruikt als een
frontorganisatie om onrust in Wit-Rusland te bevorderen.De SPB kan in Wit-Rusland
rekenen op meer dan 10.000 leden en beweert de belangen te vertegenwoordigen
van de Poolse minderheid van bijna 400.000 in vooral de Grodno-provincie in
het noordwesten van Wit-Rusland. Nadat Loekasjenko de SPB dwong om een deel
van de leiding van de organisatie te vervangen door mensen die werden benoemd
vanuit Minsk reageeerde de Poolse regering door haar ambassadeur in Wit-Rusland
terug te roepen. De toenmalige Poolse president Alexander Kwasniewski bekritiseerde
bij die gelegenheid de Europese Unie en beschuldigde de EU ervan te weinig druk
op Wit-Rusland uit te oefenen. Hij verklaarde dat Europa een 'stevige politieke
lijn' nodig had die 'wars is van dubbele moraal'.
Lech Walesa, bekend als de vroegere leider van de Poolse Solidariteitsvakbond
die het tot president van zijn land bracht, was nog radicaler in zijn woordkeuze.
Als fervent aanhanger van de Amerikaanse houding tegenover Loekasjenko vertelde
hij in een interview in augustus 2005 dat hij zeker een 'volksrevolutie', zoals
die zich had voorgedaan in Georgië en Oekraïne, in Wit-Rusland zou
ondersteunen.
In de campagne op weg naar de presidentsverkiezingen van 19 maart heeft Polen
openlijk Alexander Milinkevitsj gesteund, die zelfs uitgenodigd werd om een
laaiend enthousiast Pools parlement toe te spreken. En Polen stelde ook faciliteiten
beschikbaar voor het organiseren van op Wit-Rusland gerichte radio-uitzendingen.
Met al deze inspanningen hoopt Polen haar ambities waar te kunnen maken om een
belangrijke Amerikaanse bondgenoot te kunnen zijn in dit deel van Europa en
de belangrijkste NAVO-partner in de regio. Polen voelt zich altijd het kleine
jongetje tussen de machtige buren Duitsland in het Westen en Rusland in het
Oosten en ziet nu haar kans om op te stomen in de vaart der volkeren. Bovendien
ziet Polen in een door Washington te financieren staatsgreep of machtswisseling
in Wit-Rusland om haar geopolitieke gewicht in de regio te vergroten. En dat
zou dan vooral bedoeld zijn tegen de Russische invloed (het zit Warschau nog
steeds dwars dat de Russen en Duitsers kozen voor een pijpleiding over de bodem
van de Oostzee in plaats van door Polen), terwijl gehoopt wordt dat met het
aantreden van nieuwe machthebbers in Minsk de Pools-Duitse betrekkingen ook
een nieuwe impuls zullen krijgen.