Turkije en Iran in de Kaukasus en Centraal-Azië:
Achtergrondinformatie
over politieke en economische expansie.
Onder de vele uitdagingen tot overleving voor de nieuwe
republiek Karabach, vormen de ongelijke belangen van de buurlanden een
aanmerkelijke belemmering voor de vorming van een duidelijke en verstandige
buitenlandse politiek. De opkomende Turkse pogingen om een strategische
dominantie in de Transkaukasus en Centraal-Azië te krijgen, betekenen een
aanmerkelijk destabiliserende ontwikkeling voor de veiligheid van de staten in
de zuidelijke periferie van de voormalige Sovjet-Unie. Nog bedreigender is de
aard van de zich ontwikkelende alliantie tussen Turkije en Azerbaidjan, en in
het bizonder het militaire gedeelte van de Turkse steun aan het in toenemende
mate chaotische land.
De economische en sociale factoren in het hedendaagse
Turkije bepalen de toekomstige geopolitieke koers. De Turkse strategie is
opgebouwd rond de volgende punten:* een aktieve politiek van expansionisme op
alle terreinen, economisch, zakelijk en politiek, in de nieuw ontstane staten
van Centraal-Azië en de Transkaukasus, alsmede het zoeken naar een vergrote rol
als regionale macht. Deze politiek naar het oosten is een gevolg van de
teleurstellende Turkse ervaringen met de aanvraag van het lidmaatschap van de
Europese Unie, hoewel tijdens de recente EU-top in Finland is besloten Turkije
een aparte status te geven; * een grote bevolking van bijna 60 miljoen, met een
groeipercentage van 2,1, levert een steeds groeiende druk op de economie; *
een patroon van buitenlandse militaire expansie, bijvoorbeeld af te lezen uit de
voortdurende bezetting van Cyprus, en harde binnenlandse repressie,
overduidelijk in de militaire maatregelen tegen de Koerdische bevolking in
Turkije.
De meest merkbare karakteristiek van het 'nieuwe Turkije' is de
fundamentele verandering in de Turkse geopolitieke strategische agenda, waarin
nu gezocht wordt naar een nieuwe rol als brug naar de zich ontwikkelende staten
in het zuiden van de voormalige Sovjet-Unie. Deze herdefiniëring van de
strategische koers wordt verder versterkt door een wijziging van het Turkse
nationale belang; van een beeld als steunpilaar van de NAVO naar een meer
machtige regionale macht. Het is deze strategie van opbouw naar regionale macht
die het hedendaags karakter van Turkije bepaalt.
De berekenende
stap-voor-stap uitvoering van deze strategie heeft Turkije al laten zien door
haar bemoeienissen op de Balkan en op de Kaukasus, terwijl tegelijkertijd
gestreefd werd naar een reeks van nationale belangen, zoals de vorming van een
economische zone rond de Zwarte Zee om een grotere greep te krijgen op de regio
en haar economische ontwikkeling. Deze poging tot regionale overheersing heeft
verschillende oorzaken. De vertraging in de Turkse toetreding tot de Europese
Unie, in combinatie met het ontstaan van cultureel verwante staten in
Centraal-Azië, heeft een radicale omwenteling gegeven in de Turkse buitenlandse
politiek. De blik werd niet langer alleen naar het westen, maar vooral ook naar
het oosten gericht. Bovendien stelt deze verandering Turkije in de gelegenheid
zich te positioneren als een geopolitieke brug tussen west en oost, waarmee het
westen ook de mogelijkheid wordt geboden een effectief tegengewicht te geven aan
de rivaliserende regionale macht Iran.
De opbouw van Turkije als regionale
macht wordt voorts ingegeven door een scala aan overwegingen, variërend van
economisch tot ideologisch. Er is dringend behoefte aan nieuwe afzetgebieden
voor de Turkse export en de druk van fundamentalistische moslimgroepen en
pan-Turkse bewegingen wordt steeds groter.
De grootste bedreiging voor
Turkije zit in het land zelf, de geringe vooruitgang die werd geboekt met
hervormingen op sociaal, politiek en economisch gebied is nu helemaal
vastgelopen. Deze periode van geringe vooruitgang toonde enige economische
groei, die echter niet gepaard ging met politieke hervormingen en een stap
richting democratisering. Het politieke systeem wordt vermalen tussen zwakte van
de politieke partijen en zelfzuchtige politici.
Politieke partijen zijn niet
geïnstitutionaliseerd en hebben geen basis onder de bevolking, en Turkse
politici maken zich drukker om handhaving van hun positie dan om het bedrijven
van politiek. En zonder een nieuwe generatie politieke leiders in zicht zullen
de economische neergang, de politieke en sociale instabiliteit, in combinatie
met de toenemende druk van fundamentalistische moslims en pan-Turkse
groeperingen een ernstige binnenlandse bedreiging worden voor het huidige
Turkije.
Los van het Koerdisch probleem, de militaire bezetting van Cyprus en
de slechte mensenrechtensituatie, leveren deze binnenlandse problemen, in
combinatie met de vertragingspolitiek van de Europese Unie, de bouwstenen voor
de noodzakelijke Turkse expansie. Het lijkt een gemoderniseerde versie van het
historisch pan-Turkse expansionisme met haar traditionele militaire karakter,
aangevuld met een element van economische overheersing.
Turkije heeft veel
initiatieven genomen om stevige banden aan te knopen met de nieuwe staten in
Centraal-Azië, waarin gezocht werd naar een model van economische
afhankelijkheid. Deze poging de afhankelijkheid van de regio aan Turkije te
binden wordt evenwel belemmerd door de stand van de Turkse economie. Er is een
tekort aan Turks kapitaal, de inflatie is hoog, er is een grote buitenlandse
schuld, en de grote tekorten op de betalingsbalans beperken de Turkse
mogelijkheid te interveniëren in de zich in kapitalistische zin ontwikkelende
economie van de regio. Om deze structurele zwakte te compenseren richt Turkije
zich op een zakelijk geleid initiatief om de behoeften van de hervormende
economie uit te buiten en de ontwikkeling van een omvangrijk web van
afhankelijkheid van de Turkse markt. Daardoor blijven Turkse investeringen
beperkt tot kleinschalige joint-ventures op basis van ruilhandel, naast enkele
prestigeprojecten, zoals het Turks-Kazachse energiecontract van 1,7 miljard
dollar.
Bijkomende aspekten van deze regionalisering van de economie zijn het
opzetten van direkte luchtvaartverbindingen, het uitzenden via satelliet van de
Turkse televisie naar de Centraalaziatische staten en de koppeling van het
Turkse telefoonnet aan dat van Centraal-Azië. Turkse steun in de
telecommunicatieve sector is een belangrijke stap naar de ontwikkeling van een
regionale infrastructuur voor Turkse invloed. Turkije zal in ieder
Centraalaziatisch land een telefooncentrale bouwen, die via de
Intelsat-satelliet met de hoofdcentrale in Turkije is verbonden. Dit project van
25 miljoen dollar geeft Turkije de beslissende macht op het gebied van
telecommunicatie in de regio.
Na het bezoek aan Azerbaidjan en de
Centraalaziatische staten van de Turkse president Demirel in april 1992, zocht
de Turkse regering naar een organisatorisch kader om via diplomatieke kanalen
een grotere invloed op politiek, economisch en diplomatiek gebied te krijgen in
de gehele regio. Tot nu toe zonder succes, na het mislukken van de eerste twee
pogingen: het Economisch Samenwerkingsproject van Zwarte Zeelanden en de
Economische Samenwerkingsorganisatie. In een hernieuwde poging tot een
organisatorisch kader te komen belegde Turkije een tweedaagse topconferentie
voor de regionale leiders in Ankara in oktober 1992. De top van Ankara, met
deelname van de presidenten van Azerbaidjan, Kazachstan, Kirgizstan,
Turkmenistan en Oezbekistan (Tadjikistan was afwezig in verband met binnenlandse
politieke instabiliteit), werd gehouden onder de leuze 'De 21e eeuw is die van
de Turkse volkeren'. Volgens de officiële aankondigingen zou de top naar
mogelijkheden zoeken voor regionale samenwerking en ontwikkeling, op basis van
gedeelde afkomst, taal en cultuur. De Turkse gastheren kwamen met een voorstel
alle grensbarrières tussen de zes Turkse staten op te heffen, om zo een vrij
verkeer van mensen, goederen en kapitaal mogelijk te maken. Dit model van een
'gemeenschappelijke Turkse markt' zou verder de oprichting van een regionaal
investerings- en ontwikkelingsinstituut moeten inhouden.
Als aanvulling op
dit initiatief werd tijdens de top van Ankara opgeroepen voor de aanleg van een
regionaal netwerk van pijpleidingen om energievoorraden uit Centraal-Azië naar
Turkije te transporteren, om van daaruit zaken te kunnen doen met de markten van
West- en Centraal-Europa. Beide plannen zouden gefinancierd kunnen worden uit
het Turkse hulpprogramma voor de regio (een budget van $ 1,2 miljard), bovendien
zou Turkije technische ondersteuning en scholing leveren.
De betekenis van de
top van Ankara, hoe belangrijk wellicht in diplomatieke zin, blijft afhankelijk
van de kans van slagen van de economische voorstellen en de levensvatbaarheid
van een economisch samenwerkingsmodel in een uitgestrekt geografisch gebied. De
uitgestrekte omvang van de voorgestelde 'gemeenschappelijke Turkse markt', in
combinatie met de grote verschillen in ontwikkelingsstadia van de betrokken
landen en de variatie in behoeften van de voormalige Sovjetstaten, is de meest
fundamentele uitdaging van het plan.
Maar los van de uitkomst van dit plan
breidt Turkije haar belangen naar het oosten snel uit en probeert met de nieuwe
Turkse staten politieke, economische en militaire banden aan te knopen. Deze
pogingen worden nog eens gestimuleerd door de Westerse angst voor Iraanse
pogingen het machtsvacuüm in de regio op te vullen. De presentatie van Turkije
als een 'brug' ter ondersteuning van de onderontwikkelde economie van
Centraal-Azië om de westerse markten te bereiken is een belangrijke voorwaarde
en drijfveer voor de Turkse inmenging in het oosten.
Een vergelijkbare
strategie van regionale overheersing wordt ook gevoerd voor Turkse pogingen tot
inmenging in het Kaukasusgebied door een model van economische afhankelijkheid.
Door het versterken van de banden met Azerbaidjan heeft Turkije haar militaire
en diplomatieke (voornamelijk via de CVSE) ondersteuning aan dat land sterk
uitgebreid en ondersteunt daadkrachtig de Azeri-pogingen om militaire controle
te krijgen over de republiek Karabach. Bovendien heeft Turkije getracht Karabach
en Armenië te isoleren door het voorstel een gezamenlijk netwerk van
olieleidingen met Azerbaidjan op te zetten, waardoor Armenië, dat voor haar
economie volledig afhankelijk is van geïmporteerde energie, buiten spel zou
komen te staan. Het Azeri-Turks pijpleidingverdrag, bereikt in maart 1993,
voorziet in de aanleg van een pijpleiding van de olievelden in Bakoe naar de
Turkse havenstad Ceyhan aan de Middellandse Zee. Het project van 1,4 miljard
dollar, over een lengte van 1060 kilometer, zou een capaciteit hebben van 40
miljoen ton en door Azerbaidjan, Iran en Nakhichevan lopen, om op Turks
grondgebied te worden aangesloten op het Turks deel van de twee nu gesloten
Iraanse pijpleidingen. Het verdrag zou verder voorzien in de mogelijkheid tot
deelname van het olieproducerende Kazachstan en het aardgasproducerende
Turkmenistan, om via deze pijpleiding Centraalaziatische energie naar westerse
markten te kunnen exporteren. Zo tracht Turkije een effectief model van
economische afhankelijkheid op te bouwen, waardoor een dominante rol in de regio
verzekerd is, terwijl er tegelijkertijd steeds effectievere mogelijkheden
ontstaan tot economische isolatie van Armenië en Karabach.
Een belangrijke
factor die deze Turkse expansie legitimeert is de geopolitieke voorwaarde dat
Turkije, als NAVO-lid en als stabiele markteconomie, zowel dient als voorbeeld
voor de economische ontwikkeling van de zich hervormende economie in de regio en
als effectief tegengewicht voor de Westerse angst van een dreigende Iraanse
invloed in het Centraalaziatisch deel van de voormalige Sovjet-Unie. Het is
juist dit laatste argument dat in diplomatieke kringen gehanteerd wordt als
legitimatie voor een sterke Turkse invloed in de Transkaukasus en Centraal-Azië.
De Turkse expansie wordt ook ingegeven door het opgeven van een
afhankelijkheidsrelatie als betrouwbaar NAVO-partner met de garantie van
voortdurende westerse economische en militaire steun en de voor Turkije
teleurstellende toelatingsprocedure tot de Europese Unie. Nu de blik van Turkije
zich meer en meer op het oosten richt, geven de expansionistische ideeën de
doorslag in de Turkse buitenlandse politiek.
Dit wordt nog eens duidelijk als
na het recente anti-Turkse geweld in Duitsland er in Turkije stemmen opgaan om
op te komen voor een oosterse, en soms een islamitische, Turkse identiteit en te
breken met de fixatie op een Europese identiteit en het lidmaatschap van de
Europese Unie. De Turkse weg naar regionale overheersing omvat een
gecompliceerde reeks van strategische maatregelen die zowel een bijna
neokoloniale afhankelijkheid van de regio nastreeft, als het leggen van een
basis voor regionale politieke, militaire en economische banden die een
effectieve invloed hebben op de ontwikkeling van een buitenlands beleid in de
nieuwe staten van de voormalige Sovjet-Unie, waarbij men niet meer om Turkije
heenkan. In dit perspectief gezien is het brede scala aan Turkse hulp- en
ontwikkelingsprogramma's, bilaterale akkoorden en economische initiatieven, een
duidelijk voorbeeld van de serie maatregelen die noodzakelijk zijn voor de
Turkse strategie van regionale overheersing. Dit kan verder worden afgeleid uit
de instelling van de door Turkije gedomineerde Economische Samenwerking van de
Zwarte Zeelanden en de reactivering van de Economische
Samenwerkingsorganisatie.
Tijdens de reis door de regio die de Turkse
president Demirel in mei 1992 maakte, werd 1,2 miljard dollar steun beloofd,
waaronder $750 miljoen aan Turkse exportkredieten en de rest in de vorm van
leningen tegen soepele voorwaarden. Van dit totaal ontving Azerbaidjan $150
miljoen aan kredieten. Deze officiële bilaterale steun is echter beduidend
minder in vergelijking met de dynamische rol van het Turkse privékapitaal en de
commerciële investeringen in de regio. Deze bloei in privé-investeringen wordt
ook aangemoedigd door een breed scala aan bilaterale belastingverdragen,
akkoorden die de investeringen beschermen en andere wettelijke maatregelen die
nodig zijn voor omvangrijke buitenlandse investeringen.
Verdere stappen
omvatten de uitbreiding van de Turkse telecommunicatie (televisie, radio,
telefoon, enz.) via satelliet, en de vestiging van Turkse bankfilialen in de
gehele regio, die tezamen voor een prominente Turkse aanwezigheid op cultureel
en economisch terrein zorgen. Een basisstap in alle ondersteuningsprogramma's is
de Turkse opleiding van diplomatiek, militair en wetenschappelijk personeel. Zo
zijn er onder andere studentenuitwisselingsprogramma's van bijna 10.000
deelnemers.
Het meest verontrustende element is evenwel de Turkse opleiding,
en in sommige gevallen ook advisering en bewapening, van de nieuw op te bouwen
legers in de nu onafhankelijke, voormalige Sovjetstaten. Het sterkst komt dit
tot uitdrukking in Azerbaidjan, de dichtstbij Turkije gelegen staat (zowel
geografisch als cultureel), en vandaar een logisch geo-strategisch begin voor
een Turkse inmenging in de Centraalaziatische regio. Turkse economische hulp en
militaire ondersteuning aan Azerbaidjan, in combinatie met de voortdurende
economische blokkade van Armenië en militaire onderdrukking van de Armeense
bevolking in Karabach, vormen evenwel een grote bedreiging voor de veiligheid en
stabiliteit van de gehele regio en dragen de kiem in zich voor gewapende
conflicten in het hele gebied.
De rol van de Turkse militaire ondersteuning
van Azerbaidjan werpt een aantal belangrijke vragen op. Het meest opmerkelijke
is dat een NAVO-lid zorgt voor de bewapening en training van Azeri-militairen.
Dat werpt onvermijdelijk de vraag op welke verantwoordelijkheid Turkije heeft
ten aanzien van het NAVO-handvest, vooral gezien de toch al fragiele
machtsbalans in de regio. De implicaties voor de veiligheid van de buurlanden
van Azerbaidjan, en dan met name voor Armenië door de voortdurende blokkade en
militaire aanvallen gericht tegen Armeense bevolkingscentra, is van grote
betekenis, aangezien de Turkse inmenging in het regionale machtsvacuüm
onafscheidelijk verbonden is met Russische en vervolgens met Amerikaanse
nationale belangen. Recente schattingen gaan ervan uit dat er ruim 6000 Turkse
militairen betrokken zijn bij de advisering en training van het Azeri-leger.
Bevestigde rapporten melden bovendien een aanmerkelijk gebruik van wapens van
buitenlandse makelij door het Azeri-leger, waarbij op z'n minst gesuggereerd
wordt dat het om NAVO-wapens en -munitie zou gaan, afkomstig uit Turkse
militairevoorraden.
Een uitgewerkt program van Turks-Azeri militaire
samenwerking werd formeel bekrachtigd begin februari 1993. Grondleggers van het
samenwerkingsprogram waren de minister van defensie van Azerbaidjan, generaal
Nurettin Sadigov, en de Turkse stafchef generaal Dogan Gures. Hoewel het Turks
militair ondersteuningsprogram voor Azerbaidjan slechts een onderdeel is van de
algehele Turkse strategie voor een overheersende rol in de regio, vormt het toch
een grote bedreiging voor de veiligheid van de regio en voor de staten die zijn
ontstaan als gevolg van het uiteenvallen van de Sovjet-Unie.
Een andere
belangrijke regionale macht die een cruciale rol speelt in de veiligheid en het
overleven van de republiek Karabach is Iran. De rivaliteit tussen Turkije en
Iran om de regionale overheersing zou voor de landen van de Kaukasus en
Centraal-Azië een koers van voorzichtige verhoudingen met beide landen moeten
inhouden. Bij het streven naar een dergelijke koers van economische en politieke
relaties, zou Karabach moeten trachten een positieve handelsrelatie met Iran op
te bouwen. Vanwege de geografische lokatie van Karabach en de economische
isolatie waarin het land verkeert, kan het zinvol zijn de Iraanse economie te
bestuderen, als indicator voor wat precies een toekomstige Iraans-Karabach
economische relatie zou kunnen inhouden.
Een beknopt overzicht van de Iraanse
economie geeft het volgende beeld: * een belangrijke economische opening naar
het Westen staat er aan te komen. Bovendien is er economisch-commerciële
aandacht voor de zich ontwikkelende markten van Centraal-Azië en de Kaukasus; *
er is een last van 200 miljard dollar aan directe kosten als gevolg van de acht
jaar durende oorlog met Irak. Bovendien zijn er bijna vier miljoen
vluchtelingen; * een bevolking van 61,2 miljoen, met een van de hoogste
geboortecijfers ter wereld (3,5% jaarlijkse groei). De Iraanse infrastructuur
was al nauwelijks voldoende ontwikkeld voor de bevolking van 38 miljoen die het
land voor de 'revolutie' van 1979 had.
De Iraanse economie is een mengeling
van centrale planning, staatseigendom van olie- en andere grote industrieën,
dorpslandbouw (de Iraanse landbouw produceert niet genoeg voor de eigen
bevolking), en kleinschalige privéhandel, bedrijvigheid en dienstverlening.
Zoals vastgelegd in het voor 1989-1993 geldende Vijfjarenplan, richt de Iraanse
ontwikkelingsstrategie zich vooral op industrialisatie en vervanging van import.
Speciale aandacht wordt gegeven aan de oplossing van grote structurele
problemen, zoals het ontbreken van goede wegen en transportnetwerken. Verder
wordt voorrang gegeven aan de wederopbouw van de civiele infrastructuur door een
onlangs ingevoerd privatiseringsprogramma en de afbouw van staatssubsidies, met
als lange termijn doel de integratie van de Iraanse economie in de wereldmarkt
in een poging een doorbraak te vinden uit een ruim tien jaar durende economische
isolatie.
De economische programma's van Iran worden vooral gefinancierd door
haar oliereserves, op jaarbasis een bedrag van bijna 15 miljard dollar. Een
zware post op dit budget is evenwel de 2 miljard dollar die jaarlijks wordt
uitgegeven aan militaire modernisering. Ondanks de talloze strukturele zwaktes,
beschikt Iran over grote natuurlijke voordelen in de vorm van enorme
oliereserves, zijn de aardgasvoorraden van het land de op twee na grootste ter
wereld en worden er grote hoeveelheden koper, ijzererts en andere mineralen
gevonden.
Nu Iran geconfronteerd wordt met een chaotische noordgrens, waar de
uit de voormalige Sovjet-Unie ontstane landen op zoek zijn naar een nieuwe
identiteit, tracht Iran wanhopig de strijd aan te binden met haar voornaamste
concurrent in de regio, Turkije, om invloed te krijgen op de nieuwe staten van
Centraal-Azië. Het is deze strijd om de overhand in de regionale machtsverdeling
die voor Iran een steeds grotere prioriteit krijgt. De uitdaging van regionale
overheersing in alle opzichten, -economisch, geopolitiek en diplomatiek-, in
combinatie met economische vernieuwing en openingen naar het Westen, maken het
voor Teheran van groot belang een nieuwe geopolitieke strategie te ontwikkelen
door de uitbreiding met gelijkgezinde staten ten noorden en noordoosten van
Iran. Een belangrijke factor die de Iraanse politiek beïnvloedt, is de
aanwezigheid van een groot aantal etnische Azeri's in de noordelijke provincies.
Deze omvangrijke Azeri-gemeenschap is in grote mate geïntegreerd in de Iraanse
maatschappij. De aanwezigheid van Azeri's in de verschillende machtsstructuren
van Iran, -de geestelijkheid, onderwijs, zakenelite-, vormt derhalve geen
nationalistisch Azeri-gevaar die een bedreiging voor de Iraanse territoriale
eenheid zou kunnen opleveren. Maar het belang van de vruchtbare, produktieve
Azeri-provincies Qazvin, Noord-Khorasan en de Azerbaidjan-provincie vormen een
voornaam element in de ontwikkeling van relaties tussen Iran en haar naaste
buren, en dan met name de republiek Azerbaidjan.
De voornaamste behoefte van
de Iraanse ontwikkeling naar een regionale rol is stabiliteit. Dat is nogal
ironisch, gezien het revolutionaire karakter van het Islamitisch regime. De
institutionalisering en metamorfose van de Iraanse 'revolutie' in een
Islamitische staat bracht evenwel een groot aantal veranderingen met zich mee,
die nodig zijn voor de continuïteit van het regime. Het huidige Iran moet worden
beschouwd als een opvolger, in plaats van een voortzetting, van het Iran van
1979. Dat wil overigens niet zeggen dat de dreiging van het Iraans
expansionisme, zowel militair als ideologisch, minder zou zijn.
Richting
voormalige Sovjetstaten volgt Iran een strategie van economische penetratie,
zonder openlijk Islamitisch fundamentalisme. De strategie kent een verschillende
aanpak voor de Centraalaziatische staten en een aparte aanpak voor de relaties
met Azerbaidjan, het buurland in de Kaukasus. De Iraanse politiek ten aanzien
van Azerbaidjan is uniek om twee redenen. Ten eerste is een voorzichtige
politiek noodzakelijk, gezien de grote hoeveelheid Azeri's in Noord-Iran. Deze
voorzichtigheid is van groot belang, zoals duidelijk bleek uit de gebeurtenissen
van januari 1990, toen duizenden Sovjet-Azeri's langs de Azeri-Iraanse grens in
opstand kwamen en aan beide zijden grensposten vernielden alvorens naar
Noord-Iran te vluchten. De noodzaak van territoriale integriteit is overheersend
in de Iraanse politiek richting Azerbaidjan.
Een tweede reden voor unieke
banden tussen Iran en Azerbaidjan is het conflict tussen Armenië en Azerbaidjan
en de voortgaande blokkade van Armenië en militaire onderdrukking van Azeri in
de republiek Karabach. Om echter een constructieve rol op de Kaukasus te kunnen
spelen hecht Iran belang aan een behoedzame strategie en kan Azerbaidjan niet
openlijk steunen. Deze noodzaak tot voorzichtigheid wordt verder ingegeven door
de sterke Turkse invloed op Azerbaidjan.
Turkije heeft zeer nauwe banden met
Azerbaidjan, zoals we reeds aantoonden, en breidt haar economische en militaire
steun voortdurend uit. Als Iran van haar kant hetzelfde zou doen, is de kans op
een confrontatie tussen beide landen groot. De Turks-Iraanse rivaliteit lijkt
zich te splitsen langs een sterke Turkse aanwezigheid in Azerbaidjan en een
toenemende Iraanse invloed in Centraal-Azië. De politiek van economische
penetratie in de Centraalaziatische staten is gericht op beheersing van de markt
als afzetgebied voor Iran. Iran ziet het gebied als een potentiële markt voor
acht tot tien miljard dollar aan Iraanse exportprodukten. Om tot een verdere
expansie te komen, reactiveerde Iran de slapende Economische
Samenwerkingsorganisatie door toelating van Azerbaidjan en de Centraalaziatische
staten, met als verborgen agenda een 'Islamitische gemeenschappelijke markt'. De
gereactiveerde Samenwerkingsorganisatie geniet regionale erkenning als
voortzetting van de in 1964 opgerichte Regionale Samenwerkings- en
Ontwikkelingsorganisatie, met als leden Turkije, Iran en Pakistan. De
institutionalisering van de Iraanse strategie via de Economische
Samenwerkingsorganisatie, vergroot de Iraanse rol in de regio door een
toegevoegde legitimiteit en biedt een belangrijk middel voor de economische
penetratie van de gehele regio.
Voor de republiek Karabach blijft de
ontwikkeling van belangrijke economische relaties met Iran verbonden met de
ontwikkeling van de Iraans-Armeense handel. Toch zijn er weinig mogelijkheden
voor de uitbreiding van de handelsrelaties tussen Iran en Armenië. Dat komt door
de combinatie van het ontbreken van een gemeenschappelijke grens, waardoor het
onmogelijk is om via een Iraanse pijpleiding een oplossing te bieden voor de
Armeense energiecrisis, en een geopolitieke belemmering om nauwere betrekkingen
met Armenië aan te knopen, waardoor de Iraanse aanspraken op regionale
overheersing in gevaar zouden komen door een vervreemding van Azerbaidjan en de
staten in Centraal-Azië. De huidige Iraanse handel met Armenië loopt via de
grensovergang Meghri, maar is beperkt tot zeer geringe capaciteit. Uitbreiding
van deze capaciteit hangt af van de geplande constructie van een brug over de
Arax, waardoor vracht- en treinverkeer mogelijk zou zijn. In 1992 importeerde
Armenië 450 ton aan Iraanse goederen en exporteerde 200 ton produkten naar Iran.
Iran blijft geïnteresseerd in de zich ontwikkelende Armeense electronica- en
technologiesectoren, en Armenië zoekt naar verandering in haar handel met Iran
die vooral op textiel gericht was.