Bij de parlementsverkiezingen in Azerbeidjan op zondag 6 november 2005 behaalde de regeringspartij Yeni Azerbeijan (Nieuw Azerbeidjan) 62 zetels in het 125 zetels tellende parlement. De oppositionele coalitie Azadliq kwam niet verder dan vijf zetels, terwijl de rest naar onafhankelijke kandidaten en splinterpartijtjes ging. Yeni Azerbeijan had voorheen 74 zetels in het parlement.
Azadliq (Vrijheid), de grootste coalitie van oppositiepartijen, noemde de verkiezingen
zondag in de ex-Sovjetrepubliek frauduleus en ,,volslagen vervalst''. Leider
Ali Kerimli kondigt een grote, vreedzame demonstratie in Baku aan op 8 november.
Kerimli maakte in 1993 zelf deel uit van een regering onder Heidar Alijev, vader
van de huidige president. Zijn motto luidt: "niemand kan mij beschuldigen
van corruptie, ik heb altijd de rechten van het volk gerespecteerd".
"De demonstratie van 8 november is het begin van een serie protesten die
net zo lang doorgaat tot de verkiezingsuitslag ongeldig wordt verklaard",
zei Kerimli. Het oppositionele verbond zal het nieuwe parlement niet erkennen
en dus boycotten. Internationale waarnemers moeten nog hun mening geven over
het verloop van de verkiezingen.
Het olierijke land aan de Kaspische Zee wordt autoritair geregeerd door president
Alijev. Die heeft bezworen dat de verkiezingen democratisch zijn verlopen. Vlak
voor de verkiezingen had de regering de oppositiepartijen geïntimideerd
en onder druk gezet. De politie viel onder meer kantoren binnen van oppositiepartijen.
De oppositie demonstreerde al maanden voor gelijke politieke rechten in de verkiezingen.
Ze beschuldigt president Alijev van het onderdrukken van politieke tegenstanders
en het verdelen van de olieopbrengsten onder zijn aanhangers. Volgens oppositieleider
Kerimli is Azerbeidjan een van de drie meest corrupte landen ter wereld. Ook
stelt hij dat de huidige regering onwettig is, omdat in de afgelopen 12 jaar
alle verkiezingsuitslagen zijn vervalst en gemanipuleerd. Er zijn geen onafhankelijke
rechters en er is geen sociale rechtvaardigheid in Azerbeidjan. "De economische
toestand is zodanig dat twee miljoen Azeri's het land verlaten hebben en ongeveer
de helft van de resterende 8 miljoen inwoners onder de armoedegrens leeft",
zo stelt hij. "Het regime van Alijev heeft een systeem van angst gecreërd.
Azerbeidjan is een politiestaat waarin mensen zomaar worden gearresteerd en
in elkaar geslagen."
De olie in de regio van de Kaspische Zee
Georgië heeft gewoon de pech om een strategische positie te hebben tussen de Zwarte Zee en de olierijke Kaspische Zee en is sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 al inzet van de strijd om de macht in de regio, die gevoerd wordt door Rusland, de VS, Europa, Turkije en Iran. Vanaf 1991 is het politieke doel van Washington om de Russische invloed in Georgië en de rest van de Kaukasus te verzwakken en de Amerikaanse belangen in de regio te laten domineren. Al onder Clinton werd zeer veel geïnvesteerd in de aanleg van een pijpleiding die de olie uit de bronnen van Bakoe in Azerbeidjan naar westerse markten zou moeten transporteren, waarbij het grondgebied van zowel Rusland als Iran kon worden ontweken. Die plannen legden een zware druk op Georgië, omdat de olieleiding zou lopen door een wispelturig en etnisch verdeeld land. De pijpleiding, van Bakoe naar de Turkse Middellandse Zeehaven Ceyhan, werd in 2005 in gebruik genomen. Voor Washington werd daarom de stabiliteit in de regio een steeds dringender belang. Een eerder geplande pijpleiding van Bakoe naar de Georgische plaats Supsa aan de Zwarte Zee ging niet door omdat de Turkse wetgeving het niet toestaat dat tankers en andere schepen met gevaarlijke lading door de Bosporus varen, de enige uitweg uit de Zwarte Zee, vanwege het potientiële gevaar voor de hier liggende miljoenenstad Istanboel.
Nadat Saakashvili en aanhang in Georgië de macht hadden overgenomen gaf Washington direct een steunverklaring aan het nieuwe regime in Georgië en waarschuwde Moskou voor "iedere poging tot interventie". Saakashvili op zijn beurt liet zonder enige schaamte zijn trouw aan Washington blijken door een verklaring over zijn 'verplichtingen aan de globale expansie van de democratie' en steun aan 'een echte markteconomie' en aan de oliepijpleiding van Bakoe naar Ceyhan, die 'niets meer of minder is dan een herleving van de oude Zijderoute'. Washington heeft geen democratische pretenties in de Kaukasus, maar voert daar haar eigen geopolitieke machtsspel. Het is daarom niet opmerkelijk dat de fraude bij de verkiezingen in Georgië inzet werd van een door de VS geïnitieerde volksopstand, terwijl eenzelfde fraude in Azerbeidjan korte tijd daarvoor geluidloos werd gesanctioneerd door Washington. Maar Azerbeidjan was dan ook al een verklaard bondgenoot, terwijl Shevardnadze nog weleens wispelturig gedrag vertoonde in zijn buitenlandse politieke voorkeur. Als enige overgebleven supermacht is Washington nu bezig om de Russische Federatie te omringen met een cordon van Amerikaanse militaire steunpunten en werkt openlijk aan de uitbreiding van invloed in de voormalige Sovjetrepublieken. Controle over de regio betekent controle over immense olie- en gasvoorraden en voor de dollars zijn er altijd marionetten en opportunisten te vinden, zoals Saakashvili duidelijk gedemonstreerd heeft!
Wat nu?
De verdere ontwikkelingen in de regio zullen voornamelijk afhangen van de positie
van de VS en Europa. Wanneer Washington en Brussel kiezen voor steun aan de
Azerbeidjaanse oppositie dan is een variatie op de Oekraiense 'oranje revolutie'
zeker mogelijk. Het gaat de VS en Europa er slechts om de olievoorziening uit
de Kaspische Zee veilig te stellen en dan gaat het er slechts om wie als meest
betrouwbare bondgenoot wordt beschouwd. Die bondgenoot krijgt alle steun, en
wanneer het om oppositie gaat dan worden alle registers opengetrokken om die
oppositie aan de macht te brengen. Eerdere scenario's in Tbilisi en Kiev hebben
laten zien hoe dat werkt! Elders op de site van INSUDOK is daar veel meer informatie
over te vinden (kijk bij Georgie en Oekraine).
Op 7 november maakten waarnemers van de OVSE bekend dat de parlementsverkiezingen
in Azerbeidjan niet voldeden aan de internationale normen. Hoewel er "een
aantal verbeteringen te constateren was ten opzichte van eerdere verkiezingen"
voldeden de verkiezingen van 6 november niet "aan een aantal OVSE-voorwaarden
en aan de standaard van de Raad van Europa voor democratische verkiezingen".
Volgens OVSE-waarnemers zouden er tellingen vervalst zijn en ook waren mensen
onder druk gezet door plaatselijke autoriteiten.
Reaktie van Alijev
Ilham Alijev, de president van Azerbeidjan, reageerde maandag 7 november voor
het Russisch televisiestation Kanaal 1 op de verkiezingsuitslag. "Na deze
verkiezingen zal Azerbeidjan meer kans hebben om haar democratische instellingen
actiever te ontwikkelen," zo zei Alijev en hij voegde eraan toe dat hij
hoopte dat het nieuwe parlement "actiever zal werken aan wetgeving die
nodig is voor de ontwikkeling van democratische waarden in Azerbeidjan".
Volgens Alijev heeft Azerbeidjan "een moderne oppositie" nodig die
denkt aan de belangen van de bevolking, die de autoriteiten kan bekritiseren,
die iets te bieden heeft en oppositie voert langs een grondwettelijke weg.
""Allen die zich nu voordoen als oppositieleider en oranje stropdassen
dragen zitten al 12 jaar in de oppositie omdat ze alle verkiezingen verloren
hebben en steeds dezelfde dingen zeggen," zo reageerde Alijev op de beschuldigingen
van de oppositie dat de verkiezingen niet eerlijk zijn verlopen. "Deze
oppositionelen voelen al dat hun verhalen irrelevant zijn en beseffen dat zij
de symbolen zijn van de corruptie in Azerbeidjan. Zij werden er waarschijnlijk
toe aangezet om op deze manier op te treden." Met die laatste opmerking
suggereert Alijev dat de oppositie wordt aangestuurd van buiten het land. Aan
die opmerking voegde hij nog de volgende woorden toe: "Misschien geloven
sommige kringen buiten Azerbeidjan dat zij iets kunnen bereiken. De onafhankelijke
politieke koers van Azerbeidjan wordt wellicht niet door iedereen gewaardeerd".